Na een lang onderzoek van vallen en opstaan begint maandag eindelijk het strafproces tegen de Surinaamse Adviseur van Staat, Desi Bouterse en twee companen. De lange lijst van verdenkingen tegen Bouta, is geslonken tot een opsomming van slechts vijf drugstransporten en zijn vermeende deelname aan een criminele organisatie. Meer dan genoeg, concludeert justitie na een lange reis door een criminele jungle.
In de tien jaar dat de Nederlandse justitie onderzoek deed naar de cocaïnehandel door de Surinaamse legertop, is de lange lijst van verdachten en delicten alleen maar korter geworden. Uiteindelijk staan maandag naast Desi Bouterse alleen nog de zakenlieden M. Misier en R. Lowes voor de Haagse rechtbank. Misier, een in Rotterdam wonende Surinamer, zou het drugsgeld hebben beheerd. Lowes zou de voor de cocaïneproductie benodigde chemicaliën hebben geïmporteerd.
Justitie vermoedt dat de Surinaamse drugshandel in het begin van de jaren tachtig is ontstaan, toen de Surinaamse legertop na de decembermoorden het opeens moest stellen zonder buitenlandse hulpdeviezen. De legerleiding zou, om aan geld te komen, contacten hebben aangeknoopt met Colombiaanse drugskartels. Anderen zeggen dat de legerleiding geen directe aanleiding had voor de drugshandel, maar zich uit pure verveling op de cocaïneproductie stortte.
Vaststaat in ieder geval dat Desi Bouterse, volgens mensen uit zijn omgeving 'een druktemaker die niet goed kon leren' altijd al een scharrelaar was. Toen hij in zijn jonge jaren sportinstructeur in Nederland was en later, toen hij in dienst was geweest bij de koninklijke marine, had hij overal 'handeltjes': hij kocht en verkocht tweedehands goederen, hout, juwelen. En toen hij na de onafhankelijkheid van Suriname kon opklimmen in de hiërarchie van het Surinaamse leger, moet dat gescharrel langzamerhand zijn overgegaan in 'het grotere werk'.
In Nederland blijft die nieuwe Surinaamse handel niet lang onopgemerkt. Al in 1986 beschikt de recherche over foto's van cocaïnelaboratoria, verstopt in het immense oerwoud van Suriname. Daar wordt van cocaïnepasta verhandelbare cocaïne gemaakt. Op landingsbanen in het oerwoud landen twee, drie, vier keer per week kleine vliegtuigjes, TwinOtters, die de pasta uit Colombia en Brazilië aan de fabriekjes leveren. En van daaruit wordt de kant-en-klare cocaïne naar Nederland gebracht.
Soms komen de drugs in kleine hoeveelheden Nederland binnen, in bolletjes in de magen van kleine drugskoeriers die hun ticket naar Nederland willen terugverdienen. Grotere partijen worden verstopt in boomstammen, of in de buikholtes van vissen en komen vaak onopgemerkt langs de douane in de Rotterdamse haven, of op Schiphol. En hoewel de drugslijn Suriname-Nederland op de internationale schaal van drugshandel aanvankelijk niet zoveel voorstelt, gaat de import jarenlang gestaag door.
Verschillende getuigen geven de politie een beeld van de organisatie van de smokkel. Ze vertellen hoe in de jaren tachtig de laboratoria in opdracht van bevelhebber Bouterse bewaakt worden door militairen. En hoe het vervoer geregeld wordt door mensen als Marcel Zeeuw en Ruben Roozendaal, Bouterse-getrouwen in het leger. En hoe het geld dat met de handel wordt verdiend via bedrijfjes op de Antillen, in Nederland of in de VS wordt witgewassen.
Ook verklaren ze hoe ook anderen, zoals guerrillaleider Ronnie Brunswijk, in de drugshandel zitten. Zij mogen drugs transporteren dankzij een 'concessie' van Bouterse, die veertig procent van de winst opstrijkt. Een getuige vertelt dat hij in het huis van Bouterse grote hoeveelheden geld heeft zien liggen, anderen reppen over moordpartijen in opdracht van de huidige Adviseur van Staat op mensen die zich niet hielden aan de ongeschreven wetten van de drugshandel. De getuigenverklaringen zijn anoniem, reden voor Bouterses advocaat A. Moszkowicz de beschuldigingen weg te wuiven.
Maar er is ook ander belastend materiaal. Er zijn stapels rekeningen, verslagen van afgetapte telefoongesprekken, briefjes. Een aantal getuigen heeft wel onder naam verklaringen tegen Bouterse afgelegd. Het openbaar ministerie denkt een ijzersterke zaak te hebben. Uiteindelijk, want het heeft lang geduurd voordat het tot een proces kon komen. Terwijl Nederland al in 1986 weet van de handel, wordt aanvankelijk de andere kant opgekeken. Pas als de Amerikanen - die zelf in 1986 Bouterses rechterhand Etiënne Boerenveen arresteren - bij de Nederlandse regering aandringen op maatregelen, wordt er een rechercheteam gevormd. Dit zogenoemde CoPa-team (dat staat voor Colombia-Paramaribo) doet in eerste instantie nog geen onderzoek naar de rol van de legerleider in de drugshandel, maar analyseert de drugslijnen tussen Colombia, Paramaribo en Nederland. Maar al snel spitst het onderzoek zich toe op de rol van de legerleiding.
De groeiende aandacht doet Bouterse weinig. Tot op de dag van vandaag stelt de voormalig legerleider, om Nederland te tarten inmiddels benoemd tot Adviseur van Staat, zich op alsof hij onschendbaar zou zijn. 'Ik lap die grap aan mijn laars', denkt Bouterse over het onderzoek. De cocaïnehandel gaat ondanks het Nederlandse onderzoek gewoon door, al zijn er aanwijzingen dat Bouterse in het begin van de jaren negentig een poging doet om bevriende Surinaamse politiemensen in Nederlandse overheidsdienst te plaatsen, die informatie aan hem zouden moeten doorspelen. Helemaal gerust is hij toch niet.
De CoPa-rechercheurs denken in die jaren nog snel voldoende bewijs te zullen hebben. In 1991 verschijnen er succesberichten over bewijzen van betrokkenheid van de volledige legertop bij grootschalige cocaïnesmokkel, witwaspraktijken, moorden en afrekeningen. Uit uitgelekte resultaten blijkt dat er gegronde vermoedens bestaan dat iedereen die naam heeft gemaakt in Suriname, wit poeder aan handen heeft.
Na tien jaar zijn er van de lange lijst verdachten echter nog maar drie over. De onderzoeken naar de handel en wandel van andere Surinaamse welgestelden als bankdirecteur Henk Goedschalk en voormalig rechterhand van Bouterse, Etiënne Boerenveen, zijn eerder wegens gebrek aan bewijs stopgezet. Net zoals het onderzoek naar luchthavendirecteur A. Mungra in rook opgaat, en dat naar andere belangrijke politici en zakenlieden in Suriname.
Het verhaal van het mega-onderzoek is er een van successen, frustraties en tegenslagen, die elkaar snel afwisselen. 'Afluisteren telefoontaps goudmijn voor drugsonderzoers', meldt NRC Handelsblad in 1990 al. Het CoPa-team begrijpt uit afgeluisterde telefoongesprekken dat Bouterse een grote rol speelt bij de drugshandel. Er wordt gesproken over grote verbanden: bankrekeningen over de hele wereld, mantelorganisaties in Oost-Europa, op de Antillen en in de Verenigde Staten.
Een drugskoerierster die in 1990 op Schiphol wordt gepakt verklaart dat ze de cocaïne namens Bouterse vervoert. In 1992 noemt een van cocaïnesmokkel verdachte man de naam van toenmalig plaatsvervangend bevelhebber Iwan Graanoogst, nu groentehandelaar, en die van Bouterse. Een ander noemt de voormalige legerofficier Ruben Roozendaal. Het jaar erop wordt Bouterse samen met de directeur van de Centrale Bank Henk Goedschalk verbonden aan een smeergeldzaak. Goedschalk heeft over deze zaak nog afgelopen week een schikking getroffen met het openbaar ministerie. Twee grootscheepse invallen in tientallen banken en kantoren leveren een schat aan informatie op over grote geldstromen van en naar belangrijke mannen in Suriname.
'Vooralsnog ontbreekt voldoende wettig en overtuigend bewijs tegen Desi Bouterse', zegt de minister van Justitie toch, als al vele verklaringen tegen de legerleider zijn afgelegd. Die zin zal in de jaren die volgen nog vele malen te horen zijn. De rechercheurs wijten dat aan een laffe houding van de Nederlandse politiek, die een berechting van Bouterse niet zou aandurven.
Maar de snelle dagvaarding, waarmee in het begin van de jaren negentig rekening werd gehouden, kent ook praktische problemen. Zo ontbreekt een rechtshulpverdrag met Suriname, later zullen de Surinaamse gezagsdragers weigeren Nederlandse rechercheurs tot het land toe te laten of stukken bij Bouterse te bezorgen. Die hobbels maken het onderzoek uiteindelijk tot een lange lijdensweg. Pas eind 1998 wordt het onderzoek afgesloten. Er lijkt dan voldoende belastend materiaal te zijn over Bouterse, bankdirecteur Goedschalk, zakenman M. Misier en R. Lowes.
Misier exploiteert onder andere een juwelierswinkel in Rotterdam. Hij zou verantwoordelijk zijn voor het beheer van de vermogens van de Surinaamse drugsverdachten. Lowes heeft een vishandel in Paramaribo. Hij importeerde volgens justitie vanuit Nederland de vaten aceton en ether, middelen die nodig zijn om cocaïne te maken. Tegen Goedschalk kan uiteindelijk niet voldoende bewijs geleverd worden. En zo zijn eerder al anderen van de lange lijst verdachten verdwenen. In augustus 1994 maakt justitie al bekend dat zakenman A. Mungra niet verder wordt vervolgd. In 1997 blijkt er ook onvoldoende bewijs te zijn tegen E. Boerenveen, en begin 1999 valt ook Goedschalk af. Wel zijn er in de slipstream van het onderzoek 65 'kleinere' cocaïnetransporteurs veroordeeld.
Toenmalig minister van justitie Winnie Sorgdrager denkt lang na over verdere vervolging van Bouterse. Nog langer duurt het voordat Bouterse zelf van dat besluit in kennis kan worden gesteld. En daardoor duurt het ook weer lang voordat een internationaal opsporingsbevel kan worden uitgevaardigd, waarna Bouterse nog twee keer ongemoeid naar het buitenland vertrekt. Eén keer verhindert minister Hans van Mierlo de aanhouding van Bouterse in Brazilië, in 1997. Ook op Trinidad wordt hij het jaar daarop niet aangehouden. Het land heeft geen rechtshulpverdrag met Nederland.
Ondanks alle tegenslagen zal Bouterse maandag terecht staan voor vijf drugstransporten tussen 1989 en 1991. In totaal bestonden die zendingen uit ruim dertienhonderd kilo cocaïne. Drie van de vijf zendingen kwamen per schip, twee per vliegtuig. Verdachte Lowes zou meegewerkt hebben aan vier van de vijf zendingen.
Misier, de verdachte die in Nederland woont, zal de enige zijn die persoonlijk de rechter gaat uitleggen hoe het mogelijk is dat alleen al tussen 1989 en 1992 81 miljoen gulden op zijn rekening werd gestort. Bouterse en Lowes blijven in Suriname. Mochten zij bij verstek worden veroordeeld, dan voorziet het rechtshulpverdrag met Suriname niet in uitlevering. De beide mannen kunnen, net zoals de onlangs tot acht jaar cel veroordeelde Ronnie Brunswijk, alleen opgepakt worden in een land waarmee Nederland wél een uitleveringsverdrag heeft.
In Suriname zelf blijft Desi Bouterse intussen op zijn hoge positie. Maar er zijn aanwijzingen dat de invloed van de man die 'de machtigste van Suriname' wordt genoemd en eigenlijk president zou willen zijn, begint te tanen. Zo zei Chas Mijnals, een van Bouterses bondgenoten na de coup van 1980, in januari van dit jaar: ,,Alle voornemens van de revolutie van 1980 zijn holle frasen geworden.'' Ook andere oude getrouwen als Badresein Sital, Melvin Linscheer en Bouterses voormalige rechterhand Etiënne Boerenveen hebben definitief gebroken met de huidige Adviseur van Staat.
Bouterse zal zijn eigen proces van een afstand moeten volgen en slechts via tv kunnen zien wat zijn advocaat A. Moszkowicz kan uitrichten tegen de feiten die justitie heeft verzameld in het negentig ordners tellende dossier. Het proces zal de advocaat in ieder geval dat opleveren waarvan hij zo houdt: veel publiciteit.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.