*

 
dossier

Archief

Koude sanering in Zeeuws-Vlaamse r.-k. kerk

FRANK KOOLS − 29/01/96, 00:00

Sanering van r.-k. parochies in de steden is niets nieuws. Nu slaat het voor het eerst ook koud toe op het platteland. Zaterdag deed het bisdom Breda voorstellen voor Oost-Zeeuws-Vlaanderen. Pijnlijk en onvermijdelijk': veel dorpskerkjes gaan dicht.

Afgelopen zaterdag presenteerde het bisdom Breda aanbevelingen voor de 'onvermijdelijke' sanering. En die liegen er niet om. Van de veertien kerken blijven er slechts twee als volwaardige liturgische centra, zeven worden nevencentrum en vijf gaan er dicht.

Dat er wat moest gebeuren was voor deken Jan Aarts van Zeeland, zonneklaar. Want het kerkbezoek was niet alleen de laatste tien jaar met bijna de helft teruggelopen, meer nog dan het landelijke gemiddelde, ook de rest zag er weinig rooskleurig uit. Het onderzoeksbureau Kaski somt het op in het rapport: een slechte financiële situatie, matig tot slecht onderhoud van gebouwen, vergrijzing, en in enkele dorpen een licht krimpende bevolking.

Daarbij komt dat de pastors overbelast zijn omdat ze bijna alleen nog missen opdragen. Voor catechese, diakonie of huisbezoek is geen tijd. En dat terwijl het bisdom wil investeren in pastoraat en niet in 'stenen'. Een geloofsgemeenschap kan zonder kerk, maar niet zonder pastor.

Dat het toch zo lang duurde voor het bisdom Kaski in de arm nam, heeft vooral met de plaatselijke situatie te maken. Want de kerken in de regio zijn vaak het hart van een dorp. Soms betreft het vlekken als Ossenisse met slechts 297 inwoners of Ter Hole met 431 inwoners. In beide gevallen stelt Kaski echter voor de kerk snel te sluiten, wat een fikse aderlating moet zijn voor hun dorpsleven.

Toch is de situatie in de regio verre van uniek. In het rapport over het meer industriële Midden-Zeeuw-Vlaanderen, dat Kaski eind vorig jaar uitbracht, stonden haast dezelfde conclusies en aanbevelingen. Van de tien kerken daar zouden drie of vier 'pastoraal-liturgisch centrum' kunnen worden, wat wil zeggen dat zij als volwaardige kerk - maar dan wel voor een groter gebied - blijven fungeren. Drie zouden dicht moeten en mogelijk gesloopt.

Voor de resterende kerken is de situatie nog onduidelijk. Zij worden liturgische nevencentra, hetgeen volgens deken Aarts inhoudt dat “via een dienstregeling eens in de maand in die kerk een gebedsdienst plaats kan vinden, of gedoopt wordt.” Dan is er wel extra geld nodig voor het onderhoud. En daarvoor kijkt de kerk vooral naar de overheid. Vandaag spreekt bisschop Muskens erover met de kring van burgemeesters. Dat ook enkele nevencentra later zullen sluiten, lijkt waarschijnlijk.

Maar ook binnen de hele r.-k. kerkprovincie is deze regio niet uitzonderlijk, stelt directeur Leo Spruit van Kaski. “Breda is alleen het eerste bisdom dat met saneren begint. En het is het meest systematisch bezig. Wel is Oost-Zeeuws-Vlaanderen nu als eerste agrarisch gebied aan bod.” Eerder sneed dit bisdom fors in het aantal dekenaten en reorganiseerde de stedelijke gebieden Breda, Roosendaal, Bergen op Zoom en Oosterhout. Op 9 maart komt het volgende Kaski-rapport over West-Zeeuws-Vlaanderen, waar de bevolking nog meer vergrijsd is dan in 'Oost'.

“De problemen zijn overal hetzelfde”, meent Spruit. Hij verwijst naar mr. J. Klok, voorzitter van de interdiocesane commissie geldwerving van de r.-k. kerk. Die zei begin deze maand dat “de r.-k. kerk financieel gezien langzamerhand wel de grens bereikt heeft.” Vooral het onderhoud van kerkgebouwen was een zware last. Spruit: “Maar de andere bisdommen zijn nog niet zover”.

Dat de voorstellen de dorpjes flink zullen treffen, zegt Aarts te beseffen. Vooral weinig mobiele ouderen zijn de dupe. Volgens de deken komt er een overgangsregeling. En in de stuurgroep die de reacties op het Kaski-rapport verzamelt en daarna een definitief advies aan de bisschop stuurt, filosofeert men over “schuurkerken in dorpen voor zo'n dertig bejaarden.” De woordvoerder van de bisschop herinnert eraan dat die eerder sprak over 'huisliturgie'.

Volgens Spruit is Nederland op weg naar een ander type r.-k. kerk. “Het zal niet meer de ons-kent-ons-kerk zijn om de hoek. Er liggen twee wegen open. Je kunt naar het Franse model toe, waarbij één pastor als vliegende keep meerdere kerken bedient of één die meer verantwoordelijkheid geeft aan vrijwilligers.” Gevraagd welke type de bisschop wenst, zegt de voorlichter: “Hij kiest voor de vrijwilligerskerk”.

Of de gelovigen het met elkaar zullen kunnen vinden in de verbanden die voor de huidige parochies in de plaats komen, is nog maar de vraag, geeft deken Aarts toe. “Er zijn mentaliteitsverschillen tussen de dorpen en daar moet je rekening mee houden. Ik herinner me nog, toen ik kapelaan in Clinge was, dat de felste voetbalwedstrijden die met het buurdorp St. Jansteen waren: Altijd blauwe-schenen.” Verschil in identiteit stond ook samenwerking met de protestanten in de weg, die bovendien in Oost een kleine minderheid vormen.

Binnen die protestantse kerken houdt de r.-k. sanering de gemoederen zeker bezig, zegt ds. A. J. Houwaart te Sluis, waarschijnlijk binnenkort praeses van de hervormde classis IJzendijke. “Ook al is de nood bij hen veel groter dan bij ons.” Ook in zijn kerk loopt het bezoek terug, “Maar wij hebben wel genoeg mankracht en veel bezittingen. Bovendien zijn onze kerkgebouwen vaak monumenten, zodat de overheid bijdraagt in het onderhoud.” De r.-k. kerken daarentegen dateren bijna allemaal uit de 19de of 20ste eeuw en zijn vaak geen monument.

“Wel is het zo dat wij overwegen enkele kleine gemeenten samen te voegen”, vertelt Houwaart, “Maar dan alleen organisatorisch, zoals het samenvoeging van kerkeraden. Wij proberen gebouwen juist zoveel mogelijk open te houden. De mensen hier zijn erg plaatsgebonden. Die gaan niet naar een andere kerk.”

Accepteren

De pastores in Oost hebben met de deken afgesproken dat ze voorlopig niet publiekelijk over het Kaski-rapport zullen spreken, maar dat doen wel Jan Voeten (45) en Koen Jordens (26), die als respectievelijk priester en pastoraal werker drie parochies in en rond Terneuzen bedienen. Ze maakten de soms uiterst emotionele en felle reacties van gelovigen mee toen bekend werd dat Kaski voorstelde 'hun' Triniteitskerk in Terneuzen te sluiten. Jordens: “Maar het goede aan Kaski is wel dat het de mensen dwingt nu echt te accepteren dat de kerk in een crisis zit.”

Het beeld dat Kaski geeft van de met werk overladen pastor willen zij wat bijstellen. Volgens Jordens zijn het niet zozeer de uren die een pastor klokt die voor de werkdruk zorgen “maar meer je eigen frustraties over wat je niet hebt gedaan.” Voeten: “Ik tob dan over de 32 weduwen die nog een bezoek verdienen en de organiste die huilend wegliep bij de koorrepetitie.”

De gedachte dat de tijd van het Rijke Roomse leven maar duurde van pakweg 1920 tot 1960 en dat voor die tijd ook veel katholieken niet trouw naar de kerk gingen, biedt hen enige troost. Maar zo zegt Jordens “toen sprak men nog wel dezelfde taal. Ik merk nu in mijn contacten met jongeren dat theologische begrippen als barmhartigheid, genade en verlossing hen niets meer zeggen. Jongeren hebben wel een mystieke intentie, maar we moeten op zoek naar een nieuwe taal, naar nieuwe metaforen die hen ook aanspreken.”

Om deze reden houden beide ook hun hart vast voor wat over tien à twintig jaar zal gebeuren. Voeten: “We hebben hier enkele goeddraaiende werkgroepen, maar die drijven allemaal op veertigers. Met twintigers heb ik slechts af en toe te maken. Bij een doop merk je veel betrokkenheid, maar daarna zie je hen tien jaar lang niet terug.” Toch vindt hij dat de kerk ook voor die mensen 'haar neus niet moet ophalen'.

Jordens hoopt dat Kaski voor hem resulteert in een beter takenpakket, zodat hij meer tijd krijgt voor zaken buiten de liturgie. Maar wat hem werkelijk frustreert is dat het bisdom hem als pastoraal werker nog altijd niet voor vol aanziet. Collega Voeten vertrekt binnenkort en dan moet er een bejaarde priester gevonden worden, die omdat hij gewijd is meteen eindverantwoordelijke wordt. “Het is toch van de zotte, dat zo'n vreemde priester dan vanuit zijn stoel zaken kan regelen, terwijl er pastorale werkers zijn die helemaal ingewerkt zijn en door de gemeenschap volledig zijn aanvaard.

“Zo mag ik ook eigenlijk de ziekenzalving niet doen. Maar ik doe het steeds vaker gewoon wel. Dan maar op het gevaar van de illegaliteit af. Maar op deze manier is dat niet nog tien jaar vol te houden.”

Welk type kerk zien zij voor zich, het Franse model of dat van de vrijwilligerskerk? Voeten: “Er is nog een derde weg. Dertig jaar geleden waren er al goede argumenten om het celibaat af te schaffen. Ze kunnen nog tien jaar half-blinde en dove priesters van stal halen, maar dan houdt dat ook op. Er is een andere weg. Maar de kerk verrekt het tot nu toe die open te leggen.”

mailIcon print |