ROTTERDAM (ANP) - Eind vorige week rinkelde de telefoon in huize Hoffman in New York. “Stan, ik denk dat ik het niet meer heb”, zei Regilio Tuur tegen zijn manager. “Okay”, reageerde de Amerikaan laconiek. “Dan laat ik je niet meer boksen. It's over.”
Tuur maakte gisteren in de Kuip te Rotterdam zijn vertrek uit de ring officieel bekend. Dat ging, zoals gebruikelijk bij hem, met de nodige dramatiek, symboliek en retoriek gepaard. De zaal was gevuld met pers, familie (moeder), vrienden ('Ome' Jan Schildkamp), collega's (Poeder) en zakenrelaties (Van Holland). Zijn echtgenote en dochtertje ontbraken.
“Tijdens mijn eerste persconferentie in New York kende niemand mij”, sprak Tuur gisteren. “Ik ben toen opgestaan en heb gezegd: 'Ik ben Regilio, ik ben op een missie'. Nu, op mijn laatste persconferentie sta ik weer op en zeg ik: 'Ik ben Regilio, mijn missie is volbracht.' Allemaal bedankt.” Na die gloedvolle woorden klonk een spontaan applaus. Tuur, achter de tafel bijgestaan door Hoffman en pr-man Linse, maakte een licht aangeslagen indruk. “Dit is een moeilijke, maar ook een mooie dag”, legde hij uit. “Eindelijk mag ik terugblikken op mijn carrière. Ik heb bereikt wat ik wilde, eruit gehaald wat erin zat. Daarom doe ik nu zonder spijt afstand van mijn WBO-wereldtitel.”
Tuur, gestoken in een stijlvol kostuum van zijn eigen kledinglijn, wilde en kreeg in Rotterdam een waardig einde als topsporter. “Natuurlijk is het leuker om met publiek erbij afscheid te nemen”, erkende hij. “Maar boksen is geen zwemmen, schaatsen of motorrijden. Je kunt niet ontspannen aan je laatste optreden beginnen. Dan loop je het risico per brancard af te reizen. Nu zeg ik op een respectabele manier vaarwel tegen de sport die mij vijftien jaar alles heeft gegeven. Zo hoort het ook.”
Tuur bokste zijn 47e en laatste partij (43 overwinningen) op 9 juni in Atlantic City. Dat deed hij, geheel tegen zijn professionele natuur in, niet op volle kracht. Hij kampte met een armblessure. Niettemin stelde hij met een snelle knock out voor de zesde keer zijn WBO-wereldtitel veilig. Daarna werd het stil rond de voormalige Sportman van het Jaar (1994). De WBO schoof Europees kampioen Julien Lorcy uit Frankrijk als officiële uitdager naar voren, maar Tuur weigerde.
“Contracten voor dat gevecht zijn nooit getekend”, verzekerde de 29-jarige miljonair. “Door mijn armblessure moest ik steeds uitstel vragen. Op een gegeven moment houdt dat op. Begrijp me goed, die gescheurde spier in mijn rechterarm is geen reden voor mij geweest om te stoppen. Ik weet wat pijn is, ik heb ook geleerd door te bijten. Maar nu is dat niet meer nodig.” Tuur, geboren in Paramaribo, was vroeger niet uit de sportschool weg te slaan. In de befaamde Gleason's Gym van New York, waar hij in 1989 als beginnend profbokser neerstreek, legde hij de basis voor een imposante loopbaan. In de tweede helft van 1996 bracht Tuur meer uren door in het kledingmagazijn van zijn nieuwe compagnon Peter van Holland dan in de sportschool. Langzaam ontstond de verwijdering van boksen.
“Ik merkte bij mezelf dat ik meer naar het atelier verlangde dan naar de ring. Ik heb mezelf daarna twee maanden de tijd gegeven een beslissing te nemen. Ik voelde dat de gretigheid er niet meer was. De honger was weg. Toen besefte ik dat het voorbij was. Eén procent twijfel bij een bokser in de ring betekent een honderd procent nederlaag. Met gevaar voor de gezondheid. Dat wilde ik mezelf en mijn familie niet aandoen.” Tuur begint vol ambitie aan zijn nieuwe leven als mode-ontwerper. Als perfectionist volgt hij het proces van tekentafel naar kledingwinkel van “A tot Z.” Hij wil bovendien van het leven gaan genieten. “Een keertje stappen tot diep in de nacht zonder schuldgevoel.”
Binnen een maand staat de 'nieuwe' Tuur op modebeurzen in Amsterdam, Keulen en Londen. Via Hoffman, manager van onder anderen Poeder en Delibas, blijft hij als adviseur betrokken bij de vorderingen van de Nederlandse bokstop. Beiden hebben hoge verwachtingen van met name de hardslaande Poeder. “Of ik de beste bokser van Nederland aller tijden ben?”, herhaalde Tuur donderdag aan het eind van een lange sessie. “Dat moet de buitenwacht maar zeggen. Ik denk wel dat ik de compleetste en succesvolste ben.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.