*

 
dossier

Archief

EIGEN ERF

Door: redactie − 20/03/99, 00:00

Overal staat al het zachte groen van de daglelies boven de grond

Aan het eind van onze stille polder lokt het leven in de vorm van een glazen stad. In aparte wijken is er van alles te koop. Van cactussen tot klompen. Je kunt er je geld kwijt, je emoties en je illusies, want de rozen zijn er van plastic. Maar de mensen vinden het prachtig, 's zondags treden er koren op en zijn er vele mobiele snackkarren om de menigte te voeden. Tot de geregelde bezoekers behoren mijn kleindochter en ik. Want waar kun je zoveel konijnen, muizen en marmotten zien als in dit tuincentrum? Waar kun je rammelen met dozen kattenbrokjes met een foto van mauw-zelf erop? Waar woont zo'n slimme papegaai en zwemmen kleurige vissen. De afdeling hengels, haken en kunstvliegen slaan we over.

In de tuin hebben we oren getrokken, zogenaamde éénbladers. Dat zijn losse bladereren van tulpen die voorlopig veel te klein zijn om te bloeien. Nu is er ruimte voor viooltjes uit het tuincentrum. Ik neem me voor regelmatig de dode bloemen eruit te knippen, dat verlengt de bloeitijd.

Tussen de uitgebloeide krokussen plant ik bollen van Oxalis lasiandra, een donkerroze winterharde klaver uit Mexico. Hij mist het bekende klavertje-vier-blad en heeft in plaats daarvan sierlijke vingervormige bladeren. Hij gaat half juni bloeien en bezorgt de plek met uitgebloeide krokussen een tweede leven. De uitgebloeide krokussen uit de speciale krokuspotten met gaatjes gaan naar de composthoop en worden vervangen door bollen van Oxalis deppei 'Iron Cross'. Ik zet ze alvast buiten, een lichte vorst verdragen ze wel.

Overal staat al het zachte groen van de daglelies - hemerocallis - boven de grond. In catalogi sloeg ik ze altijd over, de saaie pollen uit mijn jeugd indachtig, die slechts een maand per jaar bloeiden, alleen maar geel. Maar sinds 1950 zijn er duizenden nieuwe soorten gekomen, vooral uit Amerika waar de Hemerocallis Vereniging meer dan tienduizend leden telt, en waar veel kennis aanwezig is. Men betaalt vlot tot 300 dollar voor een goede nieuwe aanwinst, liefhebbers en kwekers vinden elkaar via Internet. Ook in Nederland kruist en zaait men geestdriftig, de grote wens is een volmaakte blauwe daglelie te vinden. Er zijn al zoveel mooie: hoge en lage, klein- en grootbloemigen, vroege en doorbloeiende soorten. Ze dragen namen als 'Prairie Bells' (donkerroze) en 'Persian Princess' (roodbruin met purper oog).

In onze polder worden grote oppervlakten hemerocallissen geteeld, soms door ze te zaaien, maar meestal door de planten te scheuren. Dure soorten gaan via weefselkweek, ze worden gewoon buiten uitgeplant en zijn normaal in één groeiseizoen leverbaar. Goede kwekers laten ze echter drie jaar staan om de bloeikracht vast te stellen.

In China wordt de daglelie al duizenden jaren gekweekt, men eet daar de bloem en het jonge blad. Maar voor ons is hemerocallis een geliefde tuinplant die weinig onderhoud vraagt en niet gescheurd hoeft te worden. In grote tuinen kan men grote felgekleurde groepen kwijt. In kleine tuinen kleinere groepen met rustige kleuren. Maak eventueel van tevoren een tekening om de plaats van de plant en zijn omringende buren te bepalen.

Daglelies behoren met o.a. hosta's en asphodeline tot de planten waarvan de bladeren mooi tot op de grond hangen. Ze zijn dus uitstekend geschikt om vooraan in de border te zetten, daar zij geen kale stelen vertonen zoals lupinen en riddersporen. Het is dan ook makkelijker de dode bloemen te plukken want de daglelie geeft elke dag nieuwe bloemen.

mailIcon print |