ISTANBUL - De enige stad in de wereld waar een zeer doorheen stroomt. Aan de kust van een van de zee-armen ligt de wijk Bebek. De voorbijgangers kunnen recht in de woonkamers van de villa's kijken en de rijkdom bewonderen. Aan de overkant van de weg dansen de jachten op de golven van de Bosporus. Op het trottoir loopt een werkster met de hond.
Terwijl op zijn tv beelden te zien zijn van de fundamentalistische voorman Necmettin Erbakan pinkt de groenteboer een traantje weg. Boven de zee zoeken meeuwen naar voedsel.
Bebek wordt net als alle wijken in Istanbul geregeerd door een burgemeester van de vorige week verboden fundamentalistische Refah-partij (Welvaartspartij). De burgemeester dankt zijn functie niet aan de inwoners van Bebek maar aan miljoenen krottenwijkbewoners. Net als alle Refah-politici zei hij dat de islam voor alle problemen de beste oplossing heeft, ook voor armoe.
Met de auto de ringweg op, richting Europese grens, een kwartier later rechtsaf en je zit midden in zo'n arme wijk. In Esenler brandt de luchtvervuiling op de longen, de auto's zijn van Turkse makelij en veel vrouwen zijn in zwart gehuld. Op de muren staan in groen nieuwe leuzen geverfd: “Onze partij zal de strijd niet opgeven”, “Wij zullen doorgaan” en “De islam is het enige juiste pad'. Sinds kort zijn er aardgasleidingen, goed tegen de luchtvervuiling. Maar veel leidingen liggen zonder gas onder de grond omdat de bewoners geen geld hebben voor een installatie. Ze zijn echter niet boos omdat ze geen geld hebben voor aardgas, maar omdat de Refahpartij verboden is. Een tiener in een biljartzaal in een kleine, donkere straat: “Wat willen de militairen nog meer? De partijleiding heeft alles gedaan wat ze wilden. Ze hebben, toen ze regeerden, de douane-unie met Europa ondertekend. Ze zijn akkoord gegaan met militaire samenwerking met Israel. Ze hebben zelfs de salarissen van de militairen abnormaal verhoogd”. Boven de biljartzaal met zijn kromme keus en versleten lakens woont een gepensioneerde zestiger met zijn analfabete vrouw. Hij ligt ziek in bed. Artsen hebben huidkanker geconstateerd. Vanavond is het huis vol met familie. Een nicht vertelt: “We kwamen van het ziekenhuis, mijn oom had de diagnose gehoord. We legden hem op bed. Hij zette de tv aan en hoorde dat de Refah-partij gesloten was. De pijn in zijn been was ineens weg. Hij stond op en begon te dansen”. Iedereen lacht, ook de zieke. “Wat kan de Refah-partij jou schelen? Denk aan je gezondheid”, zegt zijn zwager. Maar de zestiger steekt zijn wijsvinger in de lucht: “Jullie zijn zo naief als kinderen. Hebben jullie niet gezien hoe ze op slinkse wijze probeerden het land over te nemen. Bij staatsinstellingen namen ze alleen hun eigen mensen aan, grote staatsopdrachten gingen alleen naar bedrijven die de Refahpartij goedgezind waren”. Hij verheft zijn stem: “Allah behoede ons voor hen. Als er niet was ingegrepen hadden ze met bijlen rondgetrokken als in Algerije.” De biljartzaal loopt leeg. Iedereen gaat naar huis om zijn vasten te beĆ«indigen. De imam zingt vanuit de moskee dat het tijd is om te eten. In het huis van Irfan, een arbeider die ook in de biljartzaal was, is het een dun bevolkte ramadanmaaltijd. Zijn vrouw, zijn ouders en een broer zitten rond de tafel. De moeder kan het verbod van de Refahpartij wel vatten, het is de derde keer dat ze zoiets meemaakt, maar andere ontwikkelingen van de laatste tijd zijn voor haar wel zeer vreemd.
“Hoe kunnen vrouwen bij een begrafenis naast de mannen staan? Dat heb ik nog nooit meegemaakt. Als het wel mogelijk was, waarom is het tot nu toe niet gedaan?” Terwijl ze die vragen stelt verschijnt op het journaal een vrouw die de ezan (de oproep van de imam tot het gebed) zingt. Nu maakt ze zich echt boos: “Hoer”, zegt ze, en bidt: “Allah, vergeef mij voor mijn gescheld.”
Irfan legt zijn moeder uit wat volgens hem de redenen zijn van deze ontwikkelingen: “Eerst hebben ze de Refahpartij verboden. Nu proberen ze de islam een invulling te geven die bij hun eigen levensstijl past. In de hel zullen ze wel merken waar ze mee bezig zijn. Misschien hoeven ze niet eens op de hel te wachten. De Refahpartij zal onder een andere naam terugkeren en blijven groeien. Het verbod is misschien welgoed. Erbakan is oud. Nu kan tenminste Tayyip Erdogan (de burgemeester van Istanbul) leider worden”
Thee wordt ingeschonken. Irfan neemt een teug en zegt: “Vader, heb je gehoord dat ome Selahattin huidkanker heeft. Hij moet aan zijn been geopereerd worden. Maar hij schijnt het telkens uit te stellen omdat hij bang is”. De moeder kijkt met verbaasde ogen. “We moeten morgen maar eens bij hen op bezoek gaan.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.