*

 
dossier

Archief

Een ogenschijnlijk nuttige therapie

TIGRELLE UIJTTEWAAL − 26/01/98, 00:00

AMSTERDAM - Dit weekeinde deed schrijver Dirk van Weelden (1958) in het echt wat Orville, de hoofdpersoon uit zijn gelijknamige roman, op papier deed: Hij nodigde vrienden en geestverwanten uit om op te treden en zo te strijden tegen Het Chagrijn.

Van Weelden ging het niet om 'eenheid' zoals Orville die voor ogen had: Orville hoopte dat er een clangeest zou ontstaan door beelden, bedenksels en verhalen met vrienden te delen. Van Weelden wilde vooral dat de Orville-special edition in De Balie een feest zou worden “dat ervaarbaar maakt waar een literair werk vandaan kan komen en waar literatuur toe kan leiden”. Hij kreeg hiervoor van de zolder tot de kelder de beschikking over het Amsterdamse culturele centrum.

In de catacomben maakte Gert Jan Prins de performance 'Ruis', en verwees daarmee naar een sleutelbegrip uit Van Weeldens werk: Ruis is datgene wat er voor de meesten niet toe doet, maar waarvoor we juist gevoeliger zouden moeten zijn. Met een batterij zenders, oude monitoren en radiotoestellen bracht Prins geluid voort dat muziek, klank, taal noch stilte was. Hij liet niet alleen ruis horen, maar ook zien: tekeningen van witte krijtstrepen op een zwart schoolbord en zwarte, grijze en witte balken en golven op de televisieschermen. Met handen en voeten verstoorde Prins de storing die hij opving met zijn zenders.

'Ruis' leek hierdoor meer dan een ogenschijnlijk nuttige therapie voor diegenen die panisch reageren op storing als er aan de zoekknop op de radio wordt gedraaid. Hoewel de meeste bezoekers het niet langer dan vijf minuten in de kelder uithielden, raakten sommigen in trance en verloren elk besef van tijd door het ritme dat Prins in de ruis wist aan te brengen.

Een stromend ritme viel ook te bespeuren tijdens het optreden van Martin Bril, de literaire bondgenoot van Van Weelden met wie hij in 1987 zijn debuut 'Arbeidsvitaminen' schreef. In 'Voor een goed humeur' nam Bril, met een samenraapsel van overgebleven leden van verschillende bandjes, afscheid van 'het rock 'n roll gevoel'. Bril las voor uit columns en verhalen en deed datgene waar het Orville om gaat: schakelen, het bijeenbrengen van ogenschijnlijk ongelijksoortige gebeurtenissen. Hij presenteerde wat Van Weelden noemt een 'zoektocht naar ontdekkingen, oplossingen en inzichten'. En hij schakelde ook letterlijk: zijn verhaal over het 'liefdevol' klutsen van eieren en het bakken van een omelet werd gevolgd door een filmfragment waarin we deze handelingen te zien kregen.

Ook het - overwegend jonge -publiek schakelde tussen de voorstellingen en voldeed zo aan Van Weeldens oproep: “Welkom, schakel mee”, maar de enige oudere bezoekster voor wie de border crossende combinatie van literatuur en muziek een 'ontdekking' was, verliet Brils voordracht al tijdens de eerste oorverdovende muzikale sessie.

De ontdekking van het publiek dat de 'Sensorische Opera' van Manel Esparbé i Gasca geen opera was, kwam de strijd tegen Het Chagrijn niet bepaald ten goede. De enigen die iets muzikaals deden in de vijfde acte van de opera 'De reconstructie van de Neus, getiteld 'de letter T', waren een violist en Bettine Vriesekoop, die als een diva tonen voortbracht door tegen een spiegel te tafeltennissen. Een paar mensen voegden het muzikale element zelf toe door 'Lalalalalala' te zingen. Tegen het einde voelde een aantal toeschouwers de behoefte om duidelijk te maken waar 'De letter T' voor stond. 'Teringlijder' en 'tyfushoer', kreeg een acteur naar zijn hoofd geslingerd.

De installaties gingen met enig succes Het Chagrijn te lijf, dat volgens Van Weelden de levenskracht van de mens ondermijnt. In de foyer stond een groot blauw Kindersuprise-ei met deurtjes, gevuld met onder andere bloemen, gerookte palingen en een fontein. Een altaar voor de mythische figuur Legba uit 'Orville', die sturende kracht tijdens de bijeenkomst van de vrienden blijkt te zijn. De handvaten van de deuren waren telefoonhoorns waarmee verbinding gelegd kon worden tussen de mens en de goden. Het altaar als religieus modem.

Matthijs van Boxsel sprak over de noodzakelijke domheid van de constitutionele monarchie. Hij maakte duidelijk dat de mens niet van nature goed of slecht is, maar egoïstisch, trots en vooral dom. “De mens is de enige diersoort die zo dom is om zijn bestaan met gekrijs aan de wilde dieren kenbaar maakt.” Omdat de mens dom is en dit middels regels en fatsoen listig probeert te verbergen, kan een goede democratie niet zonder een domme koning.

Deze lezing was het enige onderdeel dat in de buurt kwam van het ideaal dat Orville voor ogen stond toen hij zijn vrienden uitnodigde. Het was een vernuftige schakeling van toespraak, fabels, legenden, geschiedschrijving en plaatjes waarmee een idee uitgedragen wordt: De melange van de kunst. En nog grappig ook.

mailIcon print |