Als George W. Bush iets wil uitstralen dan is het dat hij het tegenbeeld is van Bill Clinton. Geen campagnepraatje of hij geeft wel de verzekering: Als ik word gekozen tot president zal ik de eer en de eerlijkheid terugbrengen in het Witte Huis. Een hoog pretentiegehalte, maar in elk geval nog niet zo beperkend als George Washington en Jimmy Carter die rondbazuinden dat ze niet konden liegen.
Iedere keer dat politieke handelslieden Amerika's goedgelovigen het idee proberen te verkopen dat ze op het punt staan een kruising van Sint Franciscus en Florence Nightingale tot president te verkiezen loopt er wat mis. Zo ook met de Texaanse gouverneur, die de gedoodverfde kandidaat van de Republikeinen is voor het Witte Huis. Trouw aan zijn vrouw, trouw kerkganger en sinds zijn veertigste wars van alle drankgebruik. Bush heeft het allemaal eigener beweging als lichtjes in zijn nimbus bevestigd.
Nu mag overspel spanning zetten op een gelukkig huwelijksleven, het is niet in strijd met de wet. En overmatig drinken is niet echt gezond, maar het brengt je niet in de gevangenis. Hooguit in zo'n chique Betty Ford-kliniek. Nee, wat je in de Verenigde Staten achter de tralies brengt, is koop en gebruik van drugs. In Texas bijvoorbeeld kun je er jarenlang gevangenisstraf voor krijgen. Daar staat gouverneur Bush wel voor in. Hij kent geen pardon.
George W. riep al vroeg in zijn campagne dat hij niet mee zou doen aan persoonlijke destructie, maar de cocaïnevraag heeft weer eens aangetoond dat je heel ver in je jeugd moet teruggaan willen de 'zonden van de onbedachte jaren' je niet blijven achtervolgen. Aanvankelijk weigerde hij in te gaan op de vraag van de Dallas Morning News of hij ooit cocaïne had gebruikt. Vervolgens antwoordde hij de test van de FBI te kunnen doorstaan. Die vraagt tegenwoordig iedere overheidsvertegenwoordiger of ie de laatste zeven jaar drugs heeft gebruikt. Dat leidde tot de kop: George Bush heeft zeven jaar geen drugs aangeraakt.
Vervolgens heeft de gouverneur de termijn teruggebracht tot 1974 toen hij dus 28 jaar was. Het grote publiek lijkt daarmee te kunnen leven; een grote meerderheid vindt drugsgebruik in het verre verleden geen doodzonde. En het heeft de Republikeinse gouverneur van New Mexico Gary Johnson niet belet om na deze jeugdzonde te hebben opgebiecht, de hoogste man in de staat te worden. Een beetje politicus neemt echter geen risico. En dus heeft Lincoln Chafee, die in Rhode Island zijn vader John als Republikeinse senator wil opvolgen, al gemeld dat hij joints heeft gerookt en coke heeft gesnoven. Dat mag nauwelijks een nieuwtje heten: Rhode Island is de bakermat van alles wat links-liberaal is en drugsgebruik was er zeker in de jaren zeventig meer regel dan uitzondering. Dik twintig jaar later kun je echter beter een heel kantoorgebouw neerknallen dan ooit drugs te hebben aangeraakt.
George W. Bush heeft twee grote fouten gemaakt. Hij had zich bij zijn standpunt moeten houden dat-ie sowieso geen uitspraken doet over zijn privé-verleden. Dus niet over cokegebruik, maar ook niet over huwelijkstrouw en drankgebruik. Maar ja, hij moest zo nodig de niet-Clinton zijn. Een heilige. En daar zit de tweede fout. Want die status heeft hij niet, net als acht van de tien Amerikanen. Twee voorbeelden uit een portret dat onlangs van hem in het spraakmakende blad Talk verscheen. Een medewerker zei dat Bush sinds zijn race naar het Witte Huis aanmerkelijk minder het woord 'fuck' gebruikt. Dat kan geen toeval zijn, zelfs niet voor een macho-Texaan.
Maar wat hem echt in zijn onheilige hemd zette was de opmerking over Karla Fay Tucker, de vrouw die vorig jaar in een Texaanse gevangenis werd terechtgesteld. Ten overstaan van interviewer Tucker Carlson tuitte Bush op de vraag ,,Wat herinnert u zich van haar?'' de lippen en fluisterde: ,,Oh gouverneur, laat me leven!''
Als gouverneur had hij weinig keus misschien, maar hij presenteert zich sinds enige tijd ook zo bevallig als 'conservatief met compassie'. Een kwetsbaar imago dat snel deuken oploopt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.