*

 
dossier

Archief

Optreden van J. N. Scholten (PvdA) wel vaker omstreden

Van onze parlementsredactie − 10/11/98, 00:00

DEN HAAG - In zijn studententijd heeft Jan Nico Scholten (66), oud-Kamerlid voor het CDA en momenteel senator voor de PvdA, het apartheidsregime in Zuid-Afrika nog verdedigd. Maar na een reis met zijn echtgenote naar dat land raakte hij zozeer overtuigd van de onmenselijkheid van het systeem, dat hij zich vervolgens jarenlang inzette voor de strijd tegen het regime. Ook nu de apartheid is afgezworen, houdt het land hem bezig. Hij is voorzitter van diverse stichtingen die zich inzetten voor de ontwikkeling van Zuid-Afrika. Maar zijn rol in die clubs is omstreden - zoals het optreden van Scholten al gauw omstreden is.

In een evaluatie-onderzoek naar twee stichtingen waarvan Scholten voorzitter is (West-Europese parlementariƫrs voor Afrika en het Afrika-Europa-instituut) is onlangs scherpe kritiek geuit op Scholten. Scholten spreekt de beschuldigingen tegen.

Sinds maart dit jaar is Scholten lid van de Eerste Kamer, voor de PvdA. Hij zegde voor die plek in de senaat het voorzitterschap op van Vluchtelingenwerk Nederland, een organisatie die zich inzet voor asielzoekers. Hij vond die functie niet te combineren met het lidmaatschap van de senaat. “Zowel inhoudelijk als in de beleving van mensen” zouden er naar zijn mening verschillen kunnen ontstaan tussen beide taken, die iemand formeel wel naast elkaar mag uitoefenen.

Het bezettten van de zetel in de senaat was voor Scholten de rentree in de politiek. Hij begon in 1970, in de Tweede Kamer, als Kamerlid voor de ARP. Hij was toen 36. Vijf jaar eerder was hij al burgemeester geworden, van het Noord-Brabantse Andel, een functie die hij enige tijd combineerde met het kamerlidmaatschap. Als burgemeester raakte hij in opspraak. Hij zou ruim een ton hebben gekregen van een aannemer, in ruil voor illegale bouw van een opslagruimte. De rijksrecherche echter stuitte niet op iets onrechtmatigs.

In de ARP voelde de gereformeerde Drent zich thuis. Hij kenschetste de anti-revolutionairen ooit als 'vrij lang meegaand, tot een zeker punt is bereikt.' Dat punt was voor hemzelf Zuid-Afrika. Hij toonde zich een hartstochtelijk pleitbezorger van een olieboycot tegen Zuid-Afrika, een onderwerp dat het CDA, de opvolger van de ARP, eind jaren zeventig ernstig verdeelde. Het eerste kabinet-Van Agt (CDA en VVD) voelde er absoluut niets voor en de olieboycot is er nooit gekomen. Nederland hield het bij een culturele en een sportboycot.

Scholtens betogen, over Zuid-Afrika maar ook bij voorbeeld tegen kernwapens, oogstten bij de christen-democratische achterban soms bewondering, maar vaker afkeer. De conservatievere geesten moesten om inhoudelijke redenen niks hebben van die 'linkse praat'. Maar vooral de toon irriteerde; Scholten sprak als had hij het morele gelijk aan zijn zijde en de waarheid in pacht.

In de fractie vond hij vooral weerklank bij Stef Dijkman. Samen kritiseerden ze bij voortduring de koers van het CDA. De fractie zegde ook in hen samen het vertrouwen op. Scholten en Dijkman mochten niet meer optreden als woordvoerders van het CDA, waarmee het hen feitelijk onmogelijk werd gemaakt het kamerlidmaatschap nog naar behoren uit te oefenen.

Eind december 1983 stapten de twee uit de fractie. Ze vormden een onafhankelijke fractie, die in de wandelgangen spottend 'Stef en ik' werd genoemd. Het zag er enige tijd naar uit dat rond deze twee kamerleden, die samen de 'politieke basisbeweging voor vrede en solidariteit' oprichtten, een nieuwe politieke partij zou ontstaan, maar daar is het nooit van gekomen.

Dijkman stapte later over naar de PPR. Scholten vond die partij geen alternatief, de Evangelische Volkspartij net zomin. Hij stond politiek gezien wel dichtbij die fracties, maar ze waren hem te klein. Liever zocht hij aansluiting bij de PvdA, de partij waarvoor hij vijftien jaar later senator werd.

mailIcon print |