DEN HAAG - Staatssecretaris Vermeend van financiën staat bekend om zijn inventiviteit. Als Kamerlid al produceerde hij initiatief-wetsvoorstel op initiatief-wetsvoorstel om door de PvdA gewenst beleid vorm te geven. Gemeenschappelijk kenmerk in al die voorstellen van de fiscaal jurist Vermeend was om via de fiscus bepaald gedrag uit te lokken. Het kwam hem op de woede van zijn meer traditioneel ingestelde vakgenoten te staan.
Fiscaal specialisten houden er niet van dat een belastingstelsel voor meer gebruikt wordt dan het op een zo rechtvaardig mogelijke manier genereren van inkomsten voor de overheid. Daarvoor staan de politiek andere instrumenten ter beschikking.
Vermeends optreden als Kamerlid was voor de grondlegger van een sociaal-democratische belastingpolitiek, de oud-minister van financiën Hofstra, in oktober 1994 nog aanleiding zijn partijgenoot de mantel uit te vegen. “Het fiscale beleid heeft de afgelopen jaren onvoldoende antwoord gehad op de grootste problemen op fiscaal gebied. Er is geen vereenvoudiging gekomen en het Nederlandse stelsel is niet voorbereid op inpassing in de Europese tendens van tariefverlaging en grondslagverbreding”, aldus Hofstra 3,5 jaar geleden. Hij had felle kritiek op het, mede door toedoen van zijn leerling aan de Leidse universiteit, steeds verfijnder worden van de belastingheffing, om maar gedrag uit te lokken dan wel af te remmen. “Een stelsel dat zo decennia lang wordt aangepast, voldoet niet meer aan de sociaal-democratische uitgangspunten van belastingpolitiek: een rechtvaardige verdeling van de lastendruk”, aldus Hofstra.
Vermeend kon er wat van als Kamerlid: fiscaal vriendelijker behandelen van winstdeling, 'groen' investeren fiscaal aantrekkelijker maken, en er zijn meer voorbeelden. Het ontlokte Hofstra destijds enig cynisme. “Het effect van fiscale maatregelen wordt altijd overschat en de kosten bijna altijd onderschat.”
Hofstra's waarschuwende woorden in de eerste maand van het paarse kabinet hebben weinig effect gehad. Het kabinet-Kok grossierde in maatregelen en maatregeltjes, waarin de creatie van weer een aftrekpost voorkwam. Maar bovendien werden de belastingen veel meer dan in voorgaande kabinetsperioden gebruikt om inkomenspolitiek te bedrijven. De belastingvrije som is onder paars bijna verdubbeld, de speciale aftrek voor werkenden, het arbeidskostenforfait, ging omhoog en er kwamen (opnieuw) speciale aftrekposten voor ouderen.
Ook Vermeend heeft nu ingezien dat dit beleid eindig is. In zijn samen met minister Zalm uitgegeven schets voor een nieuw belastingstelsel berekent hij, dat de grondslag van de aftrekposten in de loon- en inkomstenbelasting (zeg maar het totale bedrag dat in aanmerking komt voor heffing van die belasting) dit jaar zo'n 202 miljard gulden bedraagt. De fiscus loopt hierdoor bijna negentig miljard gulden aan potentiële inkomsten mis.
Indrukwekkende bedragen, waar overigens wel meteen een relativering bij past. In de nota worden alle aftrekposten opgesomd, dus ook zoiets als de premies die een belastingplichtige betaalt voor de volksverzekeringen en het werknemersdeel in de WW-premies. Er is uiteraard niemand die de aftrek van dergelijke premies voor de belastingen ter discussie zou willen stellen.
Hoe oorspronkelijke bedoelingen door alle aanpassingen uit het zicht kunnen verdwijnen kan worden geïllustreerd aan de hand van het arbeidskostenforfait. Ooit was die aftrekpost bedoeld om werkenden niet te belasten over kosten, die noodzakelijkerwijs gemaakt moesten worden voor hun werk. Maar die relatie bestaat al lang niet meer. Omdat de politiek ervan uitgaat dat naarmate het verschil tussen netto-loon en netto-uitkering groter is, het voor een uitkeringsgerechtigde aantrekkelijker wordt een baan te zoeken, is het arbeidskostenforfait stelselmatig verhoogd.
Het is gemakkelijk te zeggen dat aftrekposten de zekerheid van de overheidsinkomsten in gevaar brengen. Het wordt veel moeilijker daar ook iets aan te doen. Dat bleek al in de jaren tachtig toen de operatie-Oort werd uitgevoerd. Die operatie was vooral bedoeld om de loon- en inkomstenbelasting te vereenvoudigen, maar ook de aftrekposten kwamen aan bod. Als gevolg daarvan is het bijvoorbeeld tegenwoordig moeilijker een werkkamer aan huis bij de belastingaangifte af te trekken. Maar echt geholpen heeft Oort niet.
Ook in de nota van Zalm en Vermeend blijkt hoe moeilijk het is. De vier grootste aftrekposten, de basisaftrek (kosten voor de fiscus 43 miljard gulden), de hypotheekrente (10,6 miljard), pensioenopbouw (11,9 miljard - al leidt dat tot belastinginkomsten als pensioen tot uitkering komt) en het arbeidskostenforfait (6,4 miljard) blijven in al dan niet gewijzigde vorm overeind. De twee bewindslieden richten hun pijlen op de kleintjes, wel wetend dat de grote beschermd worden, hetzij door het politieke mijnenveld van de ideologie (de hypotheekrente en de pensioenen), hetzij de verbanden met inkomens- en werkgelegenheidsbeleid.
De bewindslieden zijn zich ervan bewust dat wat er aan te schrappen aftrekposten overblijft verwaarloosbaar klein is. Veel verder dan het schrappen van de aftrekmogelijkheid van werkelijk in verband met arbeid gemaakte kosten, het reiskostenforfait, de hypotheekrente-aftrek voor het tweede huis en het beperken van de aftrek voor consumptief krediet en van de spaarloonregeling komt het kabinet niet. Vermeend heeft de afgelopen maanden gemerkt dat het per definitie in de politiek gemakkelijker is iets nieuws in te voeren dan iets bestaands te schrappen. In totaal verwachten Zalm en Vermeend dat het schrappen van aftrekposten 2,5 miljard gulden oplevert voor verlaging van de loon- en inkomstenbelasting.
Want ook de zeer beperkte voorstellen in de nota zijn niet onomstreden gebleken. Werkgevers en werknemers bijvoorbeeld vormden in het advies van de Sociaal-economische raad (Ser) over een nieuw belastingstelsel onmiddellijk één front ter verdediging van de aftrek van de werkelijke arbeidskosten. Ook inperking van de spaarloonregeling is tegen het zere been van de sociale partners. De opmerking in het advies, dat de Ser desondanks het streven naar grondslagverbreding steunt doet in dat kader wat merkwaardig aan.
Ook de opstelling van de Kamer leidt niet tot de conclusie dat het kabinet de kans op aanvaarding vergroot heeft door de voorstellen beperkt te houden. GroenLinks bijvoorbeeld wil wel degelijk de hypotheekrente aanpakken door een maximum te stellen aan de kosten die kunnen worden afgetrokken. Het kwam woordvoerder Rabbae op een felle aanval te staan van PvdA-collega Van der Ploeg, die een heel rijtje bezwaren opnoemde tegen het aanpakken van de hypotheekrente-aftrek. Desondanks verscheen de volgende dag een meer op de langere termijn gericht artikel van Van der Ploeg, waarin ook hij de huidige regelingen zegt te willen inperken. Het kwam hem op een reprimande te staan van zijn eigen fractievoorzitter Wallage.
Bij de VVD ligt de afschaffing van het reiskostenforfait gevoelig. Ooit, in 1989 was beperking van dat forfait al reden om uit het tweede kabinet-Lubbers te stappen. Uit de woorden van de liberale woordvoerder Hoogervorst blijkt dat het voortschrijdend inzicht nog niet tot echt andere conclusies heeft geleid.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.