*

 
dossier

Archief

Dat gehamer op jongeren krenkt mij diep

Hanny Alkema − 28/08/99, 00:00

Regisseur Mirjam Koen van het Onafhankelijk Toneel krijgt morgen de Prijs van de Kritiek 1999 voor haar 'Woudduivel'.

Onontkoombaar het bos ingeplant', 'Eindelijk lachen om Tsjechov', 'Met Russisch pathos het lot te lijf' kopten de kranten in april in eensgezinde lof voor 'De Woudduivel' door Onafhankelijk Toneel. Deze krant toonde zich bovendien verrast over de 'ongekende lichtheid' van de Tsjechov-weemoed in deze enscenering, een andere noemde het een 'pure liefdesverklaring' van regisseuse Mirjam Koen en een derde kon zich 'een levendiger en spannender Tsjechov' nauwelijks voorstellen.

Het kon niet op. Een maand later werd de voorstelling geselecteerd voor het prestigieuze Theaterfestival en nog weer twee maanden later kende de Kring van Nederlandse Theatercritici de Prijs van de Kritiek 1999 toe aan Onafhankelijk Toneel, 'in het bijzonder Mirjam Koen'. Volgens de kring maakt Koen samen met de andere twee artistieke leiders van OT, Ton Lutgerink en Gerrit Timmers, al ruim vijfentwintig jaar zowel vernieuwend als kwalitatief hoogstaande dans-, toneel- en operavoorstellingen, en heeft zij met de wervelende 'Woudduivel' ,,de mooiste Tsjechov-enscenering van het afgelopen seizoen'' gemaakt.

,,Zoveel mensen moeten weten dat wij zoiets maken,'' zegt Mirjam Koen (1948), ,,en dan is zo'n prijs erg prettig, een vorm van erkenning toch ook. Me afvragen waarom niet veel meer mensen, van wie je zeker weet dat ze ervan zouden houden, deze acteurs en dit werk kennen maakt me onrustig. In Amsterdam zitten tenslotte de smaak- en beleidsmakers, en die wil je toch graag bij je voorstellingen. Hier in het Rotterdamse havengebied zitten we niet, wat je noemt, in de picture en ons theater is wel flexibel, maar te krap. Natuurlijk is het ook een kwestie van geld. Als we acteurs langer in dienst konden houden, zouden we op reis kunnen, naar theaters waar de tribune eruit kan en dan, zo, op de kale vloer spelen. In de Toneelschuur hebben we dat vlak voor de zomer met 'De vrouw van de zee' gedaan en die was steeds uitverkocht. Dan word je wel nieuwsgierig hoeveel voorstellingen je met gemak vol zou krijgen.''

,,Ik wil er wel uit, uit die marge. Het is per slot geen raar geëxperimenteer wat we doen. Het is absoluut toegankelijk theater. We willen meer ruimte, in meer opzichten. Liefst willen we nieuwbouw naast dit oude gebouw. Iets anders is in Rotterdam niet te vinden. In het centrum zijn geen oude gebouwen meer. Alles is in de oorlog platgebombardeerd. In het havengebied is inmiddels veel kaalslag en te dure nieuwbouw. Nu zitten we op een slooplocatie met bijbehorende lage sloophuur. Een paar acteurs in vaste dienst zou evenmin overbodige luxe zijn, al lijkt het vaak net of we een vaste club hebben, omdat we steeds dezelfde mensen terugkrijgen. Zij spelen graag bij ons en werken afwisselend bij groepen waar we een zekere affiniteit mee hebben, hoe verschillend het werk ook is. Zo spelen Bert Luppes en Joke Tjalsma ook veel bij Hollandia en José Kuijpers bij Carrousel, groepen die net als wij met korte lijnen produceren en dezelfde drift om te maken hebben.''

,,Soms is het best lastig om het allemaal weer bij elkaar te harken, om elkaar steeds opnieuw te winnen en te verleiden zó, dat het niet vanzelfsprekend wordt. Daarnaast halen we jonge mensen van de toneelschool om een inbreng te creëren waar zij en wij op voort kunnen gaan. In 'De Woudduivel' was dat mede om het ruwe en onaffe van dat stuk, dat als voorstudie van 'Oom Wanja' geldt, in de speelstijl terug te vinden. De inbreng van acteurs is bij ons erg groot. Ik probeer bij elke productie met een ensemblegevoel te werken; dat zij zich thuisvoelen, en dat lukt altijd weer. Het gaat om de zorg en de aandacht. Van de spelers vraag ik kwetsbaarheid en eigenzinnigheid.''

Na de toneelschool in Amsterdam, in 1972, kwam Mirjam Koen meteen bij het pas door Jan Joris Lamers opgerichte Onafhankelijk Toneel terecht: ,,Ik wilde dingen voor mezelf gaan doen, wat nu iedereen wil, maar toen nog ongewoon was. 'Wat jij wilt, wil ik ook', zei ik tegen Joris. 'Nou, dan kom je toch bij ons', zei hij. Je was echt onderdeel van een collectief. Je moest spelen, maar was mede verantwoordelijk voor alles. Het was altijd spannend.''

Spelen doet Koen niet meer: ,,Nooit meer. Nachtmerries kreeg ik ervan. De hele dag tegen jezelf zeggen: kom op, je kunt het. Vreselijk. Dat zeg ik nu tegen mijn acteurs. Daarom heb ik zoveel bewondering voor hen, omdat ik weet hoe moeilijk het is. Zodra ik de ruimte kreeg om zelf dingen te maken, heb ik dat met beide handen aangegrepen.''

,,De eerste zeven jaar hebben we als speelcollectief gewerkt, daarna als collectief van theatermakers. Vaak ontstaan dingen organisch omdat we het in huis hebben, bijvoorbeeld dans in een toneelvoorstelling. En in opera zet je dingen uit die met acteren te maken hebben. Ton is er voor de dans, Gerrit doet voornamelijk opera, maar ook de 'Marokkaanse' voorstellingen. Onze rollen zijn altijd verdeeld. Zo maakt Gerrit straks de jeugdvoorstelling 'Tingeling' en doe ik de eindregie. Hij maakt wel vaak decors voor mij. Een extra huwelijk? Als huwelijk betekent: liefde én elkaar uitdagen én elkaar telkens opnieuw veroveren, dan klopt dat wel, dan voel ik dat heel sterk. Maar we hebben altijd zoveel verschillende mensen bij ons werk, dat het nooit te dicht op elkaar wordt. Het punt is misschien wel: we kennen elkaar eerst door het werk en kregen pas jaren later een verhouding.''

,,In Rotterdam hebben we een heel eigen publiek opgebouwd en het groeit nog steeds, ook wat betreft de Marokkaanse producties. Sommige Marokkanen gaan ook naar andere voorstellingen, althans diegenen die al met andere cultuuruitingen in aanraking zijn gekomen. Niet diegenen die er komen om elkaar te ontmoeten. Ik weet ook niet of dat nodig is. Dat moet je z'n eigen gang laten gaan. Zo'n voorstelling in het Arabisch, met boventiteling, is wel spannend en ontroerend. Je hebt dezelfde ervaring, alleen zij reageren net iets eerder omdat zij het verstaan: het is alsof je bij hen op bezoek bent. Heel bijzonder wordt de 'Othello' die we in januari uitbrengen, met Bert Luppes in de titelrol en een verder Marokkaanse bezetting. De vraag is of de acteur uit Marokko zelf, die Jago zal spelen, op tijd de vereiste papieren krijgt, zeker toen koning Hassan doodging en alles stillag, maar we houden hoop. Het is wel een verschil om met acteurs van daar te werken of met hier geboren en getogen Marokkanen. Daar deel je al van alles mee.''

,,Theater is een heel kwetsbaar vak, dat voortdurend geconfronteerd wordt met modes. Ooit was vernieuwing het credo, toen educatie of vrouwenemancipatie, en nu weer allochtonen en jongeren. Ik krijg dan het vervelende gevoel dat iets waarmee je bezig bent je wordt afgenomen omdat het verplicht wordt gesteld. Alsof je met een verplicht nummertje bezig bent in plaats van artistieke keuzes. Ik zou zeggen: wees voorzichtig met iets wat voorzichtig aan het ontstaan is. Stimuleren oké, maar iets afdwingen is gevaarlijk. Van der Ploeg en allerlei napraters doen alsof alles wat van bovenaf wordt bedacht belangrijk is. De man heeft nog nooit iets gezien van ons. Het is bijna een hetze tegen mensen die kunst maken. Dat gehamer op jongeren heeft me diep gekrenkt. Pure verdachtmakerij. Alsof wij in pluche zetelen. Alsof wij ons niet de kolere werken om mooie dingen op toneel te zetten, zonder zelfs de financiële ruimte om iets aan anderen over te laten.''

,,We maken alles zelf. Niet altijd noodgedwongen overigens. We gebruiken inderdaad veel hout in onze voorstellingen. We willen de vormgeving namelijk zoveel mogelijk in eigen beheer houden en dan werkt het 't prettigst met hout. Constructies met staal moeten uitbesteed worden en dan kun je niets meer veranderen. In eigen beheer houd je er greep op en kun je onderwijl, op grond van wat tijdens repetities gebeurt bijvoorbeeld, nog dingen aanpassen. Het lijkt eenvoudig, maar het is vaak erg bewerkelijk, zoals de wanden met boomstammetjes in 'De Woudduivel'. Die moeten heel precies worden aangebracht, hier en daar wat uitsteken, anders is het net behang. De houtsnippers voor de vloer bleken nu opeens heel moeilijk te krijgen. In de lente, als alle hout in één keer wordt verzaagd, konden we bergen vol gratis van de gemeente krijgen. Toevallig viel de première dus net goed.''

,,Eigenlijk ben ik met hout zo'n acht jaar geleden begonnen, in 'Platonov', ook een fragmentarisch opgebouwd stuk, maar zo rijk. Toen en nu met 'De Woudduivel' heb ik echt gekozen voor het karakter van het stuk. Alles tuimelt over elkaar, heeft nog iets ruws en is veel banaler dan 'Oom Wanja'. Daar houd ik van. Juist omdat het nooit eerder is gespeeld, vind ik het interessant om zo'n oerversie te laten zien.''

mailIcon print |