PERTH - Als een oude man zo stram strompelt Marcel Wouda bij het bassin vandaan. De eerste felicitatie neemt hij met rechts, waarna het gezicht in een pijnlijke grimas vertrekt. Het is de hand waarmee hij vlak voor zijn memorabele zwemrace in een ventilator sloeg.
Uitzinnige vreugde heerst na de geslaagde missie vooral rondòm de wereldkampioen op de 200 meter wisselslag. De hoofdpersoon zelf heeft niet alleen tijd nodig om de aanslag op zijn lichaam te verwerken. Het zal nog even duren voordat hij echt kan overzien waartoe het lange lijden in zijn carrière in Perth heeft geleid. Bovendien is Wouda geen persoon die zijn gevoelens graag etaleert. Zoals hij de vele teleurstellingen van weleer altijd zelf verwerkte, zo gloeit hij nu innerlijk van voldoening.
Wouda verontschuldigt zich en loopt voor een ingetogen omhelzing naar Marianne Limpert. De Canadese is voor Wouda meer dan een collega. In Atlanta ving zij haar vriend op. Limpert had zilver gewonnen; Wouda was in de diepste depressie uit zijn carrière beland. In Perth is Limpert door twee Chinezen van het podium gehouden en biedt Wouda troost.
Emotioneel is Wouda ook tijdens de huldiging. Hij blijkt tot het uitstervende ras Nederlanders te behoren dat de tekst van het volkslied machtig is. “Het Wilhelmus in zo'n vol stadion, dat is altijd een droom geweest. Natuurlijk zing ik dan mee.” Als hij weer op aarde is beland, kijkt Wouda vooruit. Bier slaat hij af alsof het een oneervol voorstel betreft. Geen tijd voor feestvieren, in Sydney wacht deze week de Wereldbeker korte baan, “waar ik een wereldrecord heb te verdedigen. Voor mij telde hier het moment van aantikken, wat er vervolgens bijkomt leg ik naast me neer.”
Het is de professionele instelling waarom Wouda binnen het Nederlandse zwemmen zo wordt geroemd. Maar waarin hij ook moest worden afgeremd. Bijvoorbeeld door de huidige teammanager van de WK-ploeg Ad Roskam, die vaststelt: “Vroeger was topsport voor hem een obsessie, nu een passie.” De vraag wordt gesteld in hoeverre de zwembond iets 'kan' met de eerste Nederlandse man die het tot wereldkampioen zwemmen heeft geschopt. Roskam suggereert de 2.02 meter lange Wouda op het dak van het bondsbureau te zetten. “Dan hebben we een prachtige vlaggemast.”
Roskam wil met zijn scherts maar zeggen dat Wouda al zoveel voor het Nederlandse zwemmen heeft betekend. “Het belangrijkste is dat Wouda zes jaar lang het mannenzwemmen heeft getrokken. Hij was in Nederland de enige zwemmer met bezieling voor de sport, de enige die er echt alles voor opzij heeft gezet. Daarin was hij een eenling, dat is hij nu niet meer. Daarom moest híj als eerste winnen.”
- Vervolg op pagina 9.
Voorheen een mentaal wrak, nu de allerbeste Na tal van verloren veldslagen, heeft sportman van het jaar Wouda eindelijk de oorlog gewonnen VERVOLG VAN PAGINA 1
Echt triomferen, dat deed Wouda vorig jaar voor het eerst. Op de korte baan sloopte hij tweemaal het wereldrecord 400 meter wisselslag. De eerste maal in Gelsenkirchen ging dat wèl gepaard met een explosie van emoties. Omdat werd bevestigd wat alleen hij (en zijn coach) ècht wist: ik ben de allerbeste.
Waarna hij in augustus in Sevilla tweevoudig Europees kampioen werd. Dat hij er sportman van het jaar mee werd, noemt Wouda vooral mooi voor de nationele zwemsport. De wereldtitel zou hem opnieuw die onderscheiding moeten opleveren, hoe lang dit drukke sportjaar ook nog duurt, en hoeveel goud de olympische schaatsploeg mogelijk delft. “Olympisch schaatsen is mooi, daar verheug ik me nu al op. Maar schaatsen is geen wereldsport zoals zwemmen.”
Wouda was zaterdag pas de tweede Nederlandse zwemmer in de geschiedenis die zich als mondiale kampioen liet kronen. In 1982 overdonderde Annemarie Verstappen op de 200 meter vrij niet alleen het Oost-Duitse kamp maar vooral zichzelf. Het was een triomf van een relatief weinig trainende sportster die in Guayaquil als een bliksemslag bij heldere hemel insloeg. Waar aan de zege van werkpaard Wouda in Perth een lange loopbaan vooraf ging, waarin pas de laatste twee jaar de lijn recht omhoog schoot.
De 200 meter wisselslag is zaterdag al in de ochtenduren een veldslag. Olympisch kampioen Czene sneuvelt in de series. De sterke Mark van der Zijden houdt hij in de b-finale slechts met moeite achter zich. Dat lukt Sievinen niet eens. De wereldrecordhouder staat zo onder spanning dat zijn hart op hol slaat, waarna de start van zijn serie met enige minuten wordt uitgesteld. Weg concentratie.
En dan lijkt in de instartruimte weer het noodlot toe te slaan voor Marcel Wouda. Hij slaat voor het los houden van de spieren zijn lange vlerken uit en grijpt met de rechterhand in een ventilator. Pijn, bloed, niets gebroken. Geen spoor van paniek. Jacco Verhaeren zou dit moment later typerend voor de loopbaan van zijn pupil noemen. “Twee jaar geleden zou hij helemaal over de rooie zijn geweest, nu hield hij alles op een rijtje.”
In de eindstrijd staat Wouda op startblok vier, de plaats waarvan veel winnaars vertrekken. De AustraliĆ«r Dunn gokt en verliest. Openen onder het wereldrecord, aantikken als vierde. Nog slechter vergaat het Dolan, de andere thuisfavoriet. Eerder in de week hield hij Wouda op de dubbele afstand van goud af, nu wordt hij getroffen door zo'n vermaledijde aanval van inspanningsastma. Hoestend hijst de AustraliĆ«r zich aan wal, op meer dan vier seconden van Wouda's winnende 2.01,18. De Nederlander heeft zo zijn twijfels over het gedrag van zijn voormalig ploeggenoot. “Het is een herkenbaar patroon. Elke keer als hij achter ligt, gebeurt dit. Het lijkt op een paniekreactie.”
Wouda laat zich niet gek maken door Dunn en opent vlinderend als zevende. Op de rugslag schuift hij twee posities op om met zijn vernietigende schoolslag voortijdig de beslissende klap uit te delen. De beste van de wereld worden, het is al jaren het doel. Wat maakt het uit dat het in Perth op zijn 'bijnummer' gebeurt. Na tal van verloren veldslagen, heeft Wouda dan eindelijk de oorlog gewonnen.
“Dit is mijn laatste WK, in 2001 ben ik er niet meer bij. Vandaag mòest het gebeuren, het was de laatste kans. Dit is een unieke prestatie en geweldig voor het hele Nederlandse zwemmen. Vaak is het me niet gelukt, maar daar ben ik mentaal door gegroeid. Daarom heb ik me door die ventilator niet gek laten maken. Ik kan alleen maar zo doorgaan tot de afsluiting, de Olympische Spelen.”
Jon Urbanchek, onder wie Wouda enkele jaren in Amerika trainde, komt de Nederlander met een wat zuur gezicht gelukwensen. De zwemgoere is met zijn conventionele schema's niet de man geweest die Wouda op dit niveau heeft gebracht; in Atlanta riep de Hongaar zelfs dat zijn oud-pupil altijd onder de stress ten onder zou blijven gaan. Dat laatste probleem kreeg Wouda inderdaad pas na een teleurstellende vierde en vijfde plaats op die Spelen onder de knie. Toen hij de wereld rondtrok om zich zwemmend af te reageren, en door zege op zege sterker werd. Aan het eerste is vanaf 1995 gewerkt, toen Wouda terugkeerde naar Nederland en onder Verhaeren bij PSV opleefde.
Verhaeren: “Ik kreeg hem voor de EK in Wenen, toen was hij mentaal een wrak. Hij kon kilometers achter elkaar zwemmen, maar niet hard zwemmen en kapot gaan. Ik doe specifieke trainingen die dicht bij het wedstrijdniveau liggen. In Wenen stond Marcel dan helemaal te shaken. Ik heb hem tot de grond toe moeten afbreken en weer opbouwen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.