*

 
dossier

Archief

Voorhoeve: handtekening voor Serviërs was geen goedkeuring deportatie moslims

Door: redactie − 04/08/95, 00:00

Van onze parlementsredactie DEN HAAG - Een Nederlandse majoor bij de VN-troepen in Bosnië blijkt na de val van Srebrenica zijn handtekening te hebben gezet onder een verklaring van de Bosnisch-Servische aanvallers. Daarin staat dat de evacuatie van moslims vrijwillig was en 'correct' is verlopen.

Minister Voorhoeve van defensie houdt echter staande dat de blauwhelmen, ondanks deze handtekening, op geen enkele manier hun goedkeuring hebben verleend aan de deportatie van de moslims uit de 'veilige' enclave. De minister wijst de Bosnisch-Servische verklaring als onjuist van de hand. “Zij is onder druk van de Bosnische Serviërs totstandgekomen en geeft geen juist en volledig beeld van de evacuatie”, schrijft hij in een brief die gisteren aan de Tweede Kamer is gestuurd.

Na de val van Srebrenica wezen Voorhoeve en de top van de landmacht kritiek van de hand dat Nederlandse VN'ers zouden hebben ingestemd met de deportatie uit de enclave waarbij duizenden mannen en jongens van de rest van de bevolking gescheiden werden. Zij zijn nog steeds spoorloos. Voorhoeve ontkende vorige week donderdag het bestaan van enige overeenkomst tussen de Nederlandse bevelhebber luitenant-kolonel Karremans en de Bosnisch-Servische generaal Mladic. “Er is geen enkel document getekend”, zei Voorhoeve donderdag. Een dag later stuitte de minister echter toch op een verklaring die na de val is getekend door Karremans' plaatsvervanger, majoor Franken. De majoor is echter niet akkoord gegaan met de letterlijke tekst die de Bosnisch-Servische strijdgroepen hem voorlegden. Met het stuk, dat ook door een moslimvertegenwoordiger uit Srebrenica moest worden getekend, wilden de Bosnisch-Servische militairen een soort verklaring van goed gedrag zwart op wit krijgen. De strekking was dat de evacuatie geordend was verlopen met inachtneming van de conventies van Genève en het internationale oorlogsrecht. Maar majoor Franken wilde pas tekenen nadat hij een toevoeging op het papier had geschreven. Die hield in dat hij alleen van een redelijk geordende evacuatie wilde spreken voor zover het konvooien betrof onder toezicht van Nederlandse VN-soldaten. Veel vluchtelingen moesten echter zonder VN-toezicht uit Srebrenica verdwijnen. Voor die onzichtbare deportaties weigerde de majoor elke verantwoordelijkheid achteraf te dragen. In de verklaring wordt verder met geen woord gerept over de selectie die Bosnische Serviërs aanbrachten om de mannen en jongens apart te kunnen afvoeren. De Nederlandse VN-leiding heeft zich steeds verzet tegen het aanbrengen van die scheiding onder de vluchtende bevolking.

De verklaring die moest worden getekend is voor Voorhoeve een loos stuk papier. De minister schrijft: “De Bosnische Serviërs moeten er een propagandistisch doel mee hebben beoogd: het is een doorzichtige poging om de verdrijving van de bevolking van Srebrenica achteraf te rechtvaardigen.”

De nieuwe verklaring van de VVD-bewindsman is gebaseerd op een eerste serie gesprekken met teruggekeerde VN-militairen. Via zogenaamde debriefings met alle blauwhelmen wil defensie de gebeurtenissen rond de enclave zo precies mogelijk reconstrueren. Voorhoeve blijft bij zijn eerdere standpunt: De Nederlanders hebben op geen enkele wijze instemming betuigd met het afvoeren van mannen en jongens, die nu spoorloos zijn. - Vervolg op pagina 3

Getuigenissen vormen bijdrage tot bewijs oorlogsmisdaden VERVOLG VAN PAGINA 1

De getuigenverklaringen leveren een serie nieuwe feiten op voor het onderzoek naar oorlogsmisdaden die de strijders van generaal Mladic hebben gepleegd. Een Nederlandse militaire arts heeft beschreven hoe hij in Midden-Bosnïe van een groep van 65 gewonde moslims er uiteindelijk slechts 23 veilig kon overdragen aan het Rode Kruis. De andere gewonden moest hij aan de Bosnische-Serviërs meegeven of trof hij na een korte afwezigheid niet meer aan in het ziekenhuis van Bratunac. Hun lot is onbekend.

Eén van de Dutchbat-blauwhelmen die enige tijd werden vastgehouden in het plaatsje Cimizi, meldt dat hij daar op een voetbalveld schoenen en rugzakken van zo'n honderd personen zag liggen. Even later zag hij een tractor met een kar waarop lijken lagen. Ongeveer vijfhonderd meter verderop zag hij een rij schoenen en uitrusting van zo'n twintig tot veertig personen. Hier zag hij een kiepauto rijden en een 'shovel' met lijken. De verklaringen van Nederlandse militairen worden doorgespeeld aan het internationale tribunaal in Den Haag dat de oorlogsmisdaden in voormalig Joegoslavië onderzoekt.

mailIcon print |