Fietsen in Brussel, het kan! Het is niets voor kilometervreters of rustzoekers. Maar wie in de hoofdstad van Europa niet wil blijven hangen bij Grote Markt of Manneken Pis, kan met de fiets best uit de voeten. Bij voorkeur in het weekeind. Dat wel.
,,Hier kom je anders nooit'', beaamt een Vlaamse metgezel al bij de eerste stop. We zijn op de groene Marie-Louise-square. Eind negentiende eeuw aangelegd, toen de stad uit zijn voegen dreigde te barsten en de door de snelle industrialisering rijk geworden burgerij ontdekte dat ze de natuur zo miste. De vijver die er lag werd een beetje bijgewerkt, vertelt gids Jeroen de Smet van de stichting Pro Velo. Er kwam een eilandje in het midden, van beton weliswaar, en als je goed kijkt, lijkt het of er aan de overkant een rots uit het water oprijst.
Er zijn verschillende fietsroutes, elk met een eigen thema. De 'art nouveau'-route, die wij kiezen, voert vooral langs architectuur. Het verlangen naar licht en ruimte gaf ook aanleiding tot een nieuw soort architectuur. Victor Horta was het die de grote, maar donkere huizen van de bourgeoisie opengooide. In de 'squares-wijk' liggen een paar fantastische voorbeelden van de 'nieuwe kunst' die eind negentiende eeuw zijn intrede deed. Het Van Eetveldehuis bijvoorbeeld, gebouwd in 1895 in opdracht van een adviseur van koning Leopold II. Horta bewerkte de gevel met ijzer, een materiaal dat in die tijd uitsluitend met de fabriek werd geassocieerd. ,,Mevrouw Van Eetvelde kon er niet mee lachen'', vertelt De Smet, ,,ze vond het net een abattoir.''
Haar echtgenoot wilde Horta's creatieve verbeelding echter geen beperkingen opleggen. Het resultaat: een huis dat niet alleen van buiten, maar vooral van binnen spectaculair was en is. De in Gent geboren schoenmakerszoon haalde de trap uit zijn donkere hoek en gaf hem een centrale plaats. Koepels geven een bijzondere lichtinval, prachtig glas-in-loodwerk zorgt voor zachte kleuren.
De bourgeoisie (op mevrouw Van Eetvelde na) is verkocht. Eind negentiende eeuw heeft Horta zeventien grote opdrachten in portefeuille. Zijn tekenaars werken elf uur per dag, zelf slaapt hij amper. Lang zal de euforie niet duren. Rond 1905 is de art nouveau al over haar hoogtepunt heen. Tal van panden raakten in verval, veel werd afgebroken. Met name onder politici van het type Vanden Boeynants konden slopers annex speculanten ongeneerd hun gang gaan.
Wie snel is kan echter nog een echte Horta kopen. Op de Louizalaan 346 staat het uit 1903 daterende huis van de socialistische (!) senator Max Hallet ('maar hij was getrouwd met een vrouw uit een bankiersfamilie') te koop. ,,56 miljoen francs kost het'', weet De Smet te melden. Daarmee ben je er niet, want een blik op de overigens zeer bijzondere wintertuin, aan de achterkant van het huis, verraadt dat er nog het een en ander te restaureren valt.
Het Solvayhuis, op nummer 224, is er beter aan toe. In 1955 bood de familie het huis te koop aan aan de Belgische staat om er een museum van te maken. Die wilde het huis echter alleen maar slopen. Door tussenkomst van de (textiel)familie Wittamer bleef het behouden. Af en toe mogen er bezoekers in. Dat kost je zeker 800 bfr. ,,Maar het onderhoud kost ook een fortuin'', vergoelijkt De Smet, die zijn enthousiasme voor Horta's prestaties niet onder stoelen of banken steekt.
Dan is een bezoek aan het Horta-museum in de Amerikaanse straat toch goedkoper en bovendien vrijwel dagelijks te doen. Een goed moment bovendien om even te pauzeren. Met de auto nooit gemerkt dat Brussel zo veel vals plat kent.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.