*

 
dossier

Archief

Naar de kerk

JAN DIRK SNEL − 10/08/94, 00:00

Garderen, hervormde kerk, 7 augustus, 9.30 uur. Voorganger: ds. A. Kort. Gezongen uit oude berijming (1773): ps. 105: 2; ps. 37: 1, 4, 5; ps. 28: 5. Schriftlezing: Jozua 6: 6-17; tekst vs. 16 (Statenvertaling).

Zo'n tien minuten voor aanvang staat een hele drom mensen achterin de kerk te wachten. Met enige moeite begeven andere kerkgangers zich door de menigte naar hun gereserveerde zitplaatsen in de banken. Alleen in een hoek achterin staan enkele stoelen die 'vrij' zijn. Als vijf minuten voor aanvang een groen lampje gaat branden, worden de banken opgevuld. Iedereen vindt net een plaats. De kerk is afgeladen vol. Vijfhonderd mensen zijn het zeker.

Bij de deur staat het verzoek de kerk in gepaste kleding te betreden, 'vrouwen en meisjes met gedekten hoofde'. En inderdaad, alle vrouwen, ook de vele kleine meisjes, dragen een hoedje. De zomerse strohoed overheerst, bij meisjes dikwijls wit, bij oudere vrouwen vaak donkerblauw. Sommige mensen dragen stemmige kleding maar alle kleuren zijn in het publiek aanwezig. Een aantal mannen is in overhemd. Ds. A. Kort, een forse man van middelbare leeftijd, die vorig jaar intrede deed in deze, zijn eerste gemeente, draagt een driedelig zwart pak met zwarte stropdas en wit overhemd. De kerkeraadsleden, die in banken haaks op de gemeente rechts vooraan plaatsnemen, dragen ook zwarte (tweedelige) kostuums met in ieder geval donkere stropdassen.

Terwijl de predikant onderaan de trap naar de kansel staat, verzinkt de gemeente in stil gebed. Her en der in de kerk gaan mannen staan. Ook bij de gebeden tijdens de dienst staan sommige mannen op, al zijn het er dan minder. De kerkeraad bidt steeds staande. De predikant doet enkele mededelingen; dan volgen votum en groet. Na de 'voorzang', de wetslezing en de schriftlezing volgt een gebed van 17 minuten. Een fragment: “En Heere, wanneer we hier aan deze plaats zijn samengeroepen, en dat Gij naar Uw verborgen bestuur en voorzienigheid onze harten ertoe bewogen heeft tegen onze zin van nature, Heere, om aan deze plaats te zijn, o, dan zal het een wonder wezen van dezelfde almachtige vrijmacht waarin Gij zelf komt te beschikken een volk samen te brengen onder dat dierbaar woord van eeuwige getuigenis, om dat inwendig te roepen, krachtdadig, uit de duisternis, uit zulke verdorven goddeloze staat, uit zulk een drek en ongerechtigheid en verkeerdheid, nog op te wekken door Uw Geest te roepen, ja, met die onwederstandelijke kracht, tot die gezegende Zielebruidegom die de Zonne der gerechtigheid is, de blinkende Morgenster en de Wortel Jacobs.”

Tijdens de psalmzang - op 'hele' noten, lettergreep voor lettergreep - wordt er gecollecteerd; de eerste rondgang is voor de diaconie, het tweede en derde zakje zijn beide voor de kerkvoogdij.

Na drie kwartier begint na lezing van de tekst met de aanspraak 'geliefden' de preek die iets meer dan drie kwartaier zal duren. Het gaat over de inneming van Jericho. Ds. Kort stelt de geestelijke betekenis op de voorgrond. De Heere gaat bij de voorbereiding nauwkeurig te werk. “Zie je wel, wanneer wij ten opzichte van onze reis naar de eeuwigheid, wanneer we handelen met onze onsterfelijke ziel, dat wij dan een zekere voorbereiding nodig hebben, waarin wij ons niet moeten haasten?” Maar ook in Jericho worden voorbereidingen getroffen. “Daar is de koning van Jericho nauwgezet in en daar zijn wij nauwgezet in om nu door het woord van vrije genade niet te willen zalig worden. Dat de vleselijke gezindheid en dat al onze krachten van onze natuurlijke geboorte nu de poorten dichthouden, opdat Hij niet zou binnenkomen, Die het leven en de zaligheid is, Die de enige gerechtigheid is.”

Ds. Kort preekt uit het hoofd. Meestal spreekt hij zijn woorden snel uit op hoge, enigszins dramatische toon; dan gaat hij plotseling, vaak tegen het eind van een zin, over op een rustige spreektoon. Veel zinnen begint hij met een voegwoord ('wanneer' vaak), dat na de bijzin een hoofdzin doet verwachten, die niet volgt. Of hij verliest zich in een reeks bij- en tussenzinnen.

Na een kort gebed van een minuut, de slotzang en de zegen is de dienst om tien over elf ten einde.

mailIcon print |