*

 
dossier

Archief

Stoffig imago dwarsboomt ambities hockeybond

JOHAN WOLDENDORP − 30/05/98, 00:00

Afgelopen zondag keken meer dan 800 000 Nederlanders op de NOS-televisie naar de hockeywedstrijd Nederland-Duitsland. Daarmee werd, voor één dag althans, de formule 1 in populariteit overtroffen. Daarnaast is de organisatie van het WK in Utrecht uiterst tevreden met de bezetting van de tribunes in met name het stadion Galgenwaard. Het gecombineerde titeltoernooi voor mannen en vrouwen heeft zowaar iets weg van een mega-evenement.

De 100-jarige KNHB legt veel eer in met haar eeuwfeest, maar het doel dat haar voor ogen staat, heeft ze nog lang niet bereikt. Het WK is veel eerder het startpunt van een langdurig proces dat er toe moet leiden dat hockey over enkele jaren de trekken van een heuse volkssport gaat vertonen. Dat wil zeggen dat het door grotere groepen van de bevolking wordt beoefend en dus minder een klef incrowd-karakter krijgt. De beide Nederlandse teams moeten scoren, maar de hockeybond jaagt een nog veel vettere prijs na.

En die jacht duurt aanzienlijk langer dan een handjevol poulewedstrijden. Naast tal van vooroordelen, kampt hockey met het probleem dat het een moeilijke kijksport is. Alles speelt zich af in de cirkel. Alleen in dat kleine territorium kun je scoren. Vanwege de mierennesten die logischerwijs postvatten voor de kooi van de belaagde goalie, is het uitlokken van de strafcorner de grootste deugd. Een bal tegen de voet van de tegenstander slaan is al voldoende. In dit tv-tijdperk wordt de aantrekkelijkheid van het spel dan ook grotendeels ontleend aan de hoeveelheid camera's en de opstelling daarvan. Dat technische aspect is een eeuwigdurend discussiepunt tussen bonden en omroepen. De laatsten vinden het onzin met zeven camera's naar een hockeypotje te gaan, de KNHB zou dat surplus aan faciliteiten wel willen betalen als ze er het geld voor had. Dat zit er niet in kas en dus is het vicieuze cirkeltje rond.

Hockey is op dat punt weer terug bij af. De neiging om door te zappen neemt toe al naar gelang het grote publiek minder van het spelletje snapt en er navenant door geboeid raakt. De vedetten, die zich op gezette tijden op alle grote toernooien met goud laten omhangen, zijn geen volkshelden maar notoire bierdrinkers. Schooljongens hangen veel eerder een poster van Dennis Bergkamp in hun slaapkamer dan één van Teun de Nooijer.

In die geest dacht Juan Antonio Samaranch ook toen hij deze week bij een bliksembezoek aan de WK de verantwoordelijke mensen van de internationale bond FIH de hint gaf de spelregels te veranderen. Hockey is een van de oudste olympische sporten, maar ook een van de minst bekeken. De IOC-baas koestert de traditionele waarden van de Olympische Spelen, maar ze moeten wel media-geniek zijn. Hoe de bonden dat regelen is hun zaak. Hij roept het - in het geval hockey al sinds 1992 - en rekent op den duur af. Zo verdween de ploegentijdrit in het wielrennen van het olympische programma ten faveure van een discipline met een MTV-achtige uitstraling, mountainbike.

Het zijn mooie, subtiele voorzetjes, waarmee bonden hun voordeel zouden moeten doen. Hockey heeft van nature kansen genoeg om zijn verzoek in te willigen. Door het kunstgras ligt het speltempo hoog. Gepaard aan een fluwelen techniek en een grote slagkracht heeft het alle elementen om spectaculair over te komen en grotere groepen mensen te boeien. Maar in werkelijkheid heeft het tophockey de kansen gemist die een verwante sport als ijshockey wel greep. Van ijshockeyers vindt de massa dat het stoere jongens zijn. Grashockeyers worden steevast 'watjes' genoemd. Dat beeld is overigens volstrekt vals. In Nederland is haast geen bond zo ver ontwikkeld in de trainingsmethodiek (met inbegrip van de technologie) als juist de KNHB.

Het oog wil ook iets; wat dat aangaat is het niet verwonderlijk dat aan hockey de etiketten 'ouderwets' en 'corpsballerig' kleven. Geen sportvrouw die zo truttig is gekleed als een hockeymeisje. Zoals er ook naar één sport is, waarin de vrouwelijke scheidsrechters er nog bijlopen naar de mode van 1910 of daaromtrent. De Australische hockeysters zorgden in Utrecht voor een doorbraak met een (voor hockey) revolutionair tenue uit één stuk. De FIH schrok zich wild, sloeg er driftig kennelijk niet bestaande regels op na en oordeelde dat er over de strakke pakjes wel een rokje gedragen moest worden. Het valt niet mee te evolueren als grootmoeders fotoboek tot grondwet is verheven.

mailIcon print |