*

 
dossier

Archief

Imran Khan werpt zich op als verlosser van Pakistan

KEES BROERE − 03/02/97, 00:00

LAHORE - Het kan verkeren. De 'eerste steen' van het fraai gebouwde kankerziekenhuis, aan de rand van Lahore, Pakistans historische stad in het oosten, is gelegd door Nawaz Sjarif. Het moet een gebaar van instemming en respect zijn geweest van de man die toen, april 1991, de premier was. De oprichter van het ziekenhuis zal hem dankbaar zijn geweest. Bijna zes jaar later is die oprichter Sjarifs politieke rivaal.

Het ziekenhuis in Lahore is gebouwd ter nagedachtenis aan Sjaoekat Khanoem, een vrouw die aan kanker overleed. De initiatiefnemer voor dit onderzoeks- en verpleegcentrum is haar zoon: Imran Khan, ooit beter bekend als de aanvoerder van het Pakistaanse cricketteam. Inmiddels is Khan leider van een geheel andere club, de Terik-i-Insaaf, of Beweging voor Rechtvaardigheid. Die partij, ook wel PTI genoemd, is de grote nieuwkomer bij de verkiezingen van Pakistan, die vandaag worden gehouden.

“Zo is het begonnen”, weet Adin Ali, een medewerker van het ziekenhuis. Hij leidt rond door het gebouw, een voor deze regio van de wereld ongekend modern en goed geleid instituut. De behandelingen zijn gratis, dankzij de schenkingen die Imran Khan overal in Pakistan wist los te krijgen. Tijdens zijn bedeltochten, kriskras door het land, hoorde het cricketidool uit de eerste hand de klachten van de bevolking over armoede, corruptie en sociale ongelijkheid.

Het bracht Khan tot de oprichting van de Terik-i-Insaaf, een soort maatschappelijke pressiegroep. Zij bestond nog maar een aantal maanden, toen premier Faroek Leghari in november premier Benazir Bhutto ontsloeg en nieuwe verkiezingen uitschreef. “Ik ken mijn beperkingen”, zei Imran Khan, maar besloot toch aan de stembusstrijd mee te doen. Van sportheld tot politicus, het bleek een turbulente stap.

In het hoofdkantoor van de PTI in Lahore gonst het van de activiteit. Met name jongeren voelen zich tot de partij aangetrokken. Zoals de leden van de Pakistaanse popgroep 'Joenoon', een naam die als 'maf' vertaald kan worden. In 1992 zong Junoon de aanvoerder van het cricketteam naar het wereldkampioenschap. “Wie de moed heeft, moet strijden voor succes”, zong toentertijd half Pakistan. Het is een lied dat op het PTI-kantoor nog altijd klinkt.

Het enthousiasme komt in de plaats van politieke ervaring. De medewerkers van de PTI drukken de bezoeker een poster in handen waarop het manifest van de partij staat verbeeld: Benazir Bhutto en Nawaz Sjarif, de ex-premiers, rennen als dieven door de nacht. Een woedende bevolking gooit stenen. Links onder in de hoek rijst een moderne verlosser op: Imran Khan, met de nationale vlag als schild gehesen.

“We willen alles dat in het land is misgegaan een nieuwe wending geven”, zegt Said Khan Niazi, een volle neef van Imran en zelf een van de kandidaten van de PTI. “In theorie is er met Pakistan niets mis; we hebben goede wetten, alle mogelijkheden. Maar de politici die ons land de afgelopen vijftig jaar hebben geleid hebben Pakistan verkracht. Absoluut. Het kost tijd, maar wij zullen het land weer op het goede spoor brengen.”

Mooi. Maar hoe moet dat met een partij die voor de ruim 200 zetels in het parlement met moeite 139 kandidaten wist te vinden? “Als we niet winnen, zullen we een sterke oppositie vormen”, meent Niazi. “Het gaat om eerlijkheid, kwaliteit en daadkracht. Imran Khan heeft al bewezen hiertoe in staat te zijn, als aanvoerder van het Pakistaanse cricketteam en als oprichter van het kankerziekenhuis. Hij is een ware leider.”

Het zijn verrassende omschrijvingen van een man die pakweg een jaar geleden vooral als flierefluitende playboy bekend stond. Imran Khan genoot als cricketter ongekende populariteit. Wat hij daarnaast uitspookte, bijvoorbeeld tijdens zijn fuivende verblijven in Londen, maakte de Pakistaanse bevolking weinig uit. Maar het wufte verleden van Khan is overgewaaid naar Lahore en wordt in de verkiezingscampagne driftig tegen hem gebruikt.

Dat Khan trouwde met Jemima Goldsmith, de dochter van een Britse multi-miljonair, was te billijken. Jemima bekeerde zich tot de islam, zodat Imran vol kon houden dat hij zijn belofte om een moslimmeisje te huwen gestand had gedaan. Maar toen berichten kwamen over financiƫle verkiezingssteun van schoonvader James Goldsmith, was opeens van een 'joodse samenzwering' sprake. En inmiddels heet Khan ook de vader te zijn van een buitenechtelijke dochter, verwekt bij zijn vroegere vriendin Sita White.

“Mijn intieme affaires in het buitenland hebben Pakistan geen enkele schade gebracht”, was het verweer van Khan. “En dat in tegenstelling tot die politici die de nationale rijkdom tientallen jaren hebben geplunderd.” Het mag zo zijn, maar verkiezingscampagnes worden ook in Pakistan vaak meer met suggestieve verdachtmakingen dan met heldere argumenten gevoerd.

De 44-jarige Imran Khan doet er nu alles aan zich als integere, bijna vrome Pakistaan te presenteren. Hij gaat tijdens de campagne steeds gekleed in traditionele dracht, draagt zijn verkiezingsmanifest op aan “Allah, de genadigste en mededogendste”, en heeft gezworen dat hij als leider van het land alle vroegere corrupte gezagdragers in het openbaar zal laten ophangen.

Dat laatste geluid klinkt zelfs niet bij de radicaal-islamitische Jamaat-i-Islami, een partij die deze verkiezingen boycot. “Imran zou het als minister van sport heel goed doen”, zegt Goel Abassi van de Jamaat, “maar verder heeft hij weinig ervaring en trouwens ook weinig steun.” Bij de twee andere, grote partijen, de PPP van Bhutto en de PML van Sjarif, klinken vergelijkbare geluiden. Een aardige jongen, Imran, maar niet geschikt voor de intriges van de Pakistaanse politiek.

Ook onafhankelijke waarnemers verwachten niet dat de PTI veel zetels in de wacht zal slepen. Toch kan de Terik-i-Insaaf een beslissende invloed hebben op de uitkomst van de verkiezingen. De stemmen die de partij zal trekken, zullen met name ten koste gaan van PPP en PML. De kans dat een van beide partijen een meerderheid zal behalen, wordt daarmee kleiner.

De PTI geeft zich niet bloot, en zegt met geen enkele partij een coalitie te willen aangaan. “We doen het helemaal zelf”, zegt Rais Ansari, een woordvoerder van Imran Khan. “Desnoods vanuit de oppositie. We zijn niet uit op regeringsmacht om de macht, we zijn uit op verandering.” Kandidaat Niazi valt hem bij: “We willen de politiek zuiveren.” Met hoeveel zetels? “Ik denk toch wel 72.” Dus zeker geen meerderheid? “Och, we zijn nog maar net begonnen.”

mailIcon print |