Het leven is een strijd, waarin wij “op onze hoede moeten zijn voor de vijand en karakter moeten tonen in het gevecht”, beweerde de Leidse rechtsfilosoof Andreas Kinneging vorige week in Letter & Geest. Hij richtte zich tegen de Zonde, dat zevenkoppig monster. Hoogmoed, hebzucht, wellust, toorn, gulzigheid, afgunst en traagheid zijn ons aangeboren volgens Kinneging; in de mens zelf schuilt de bron van het kwaad.
Om er de noodzakelijke weerstand aan te bieden is voortdurende oefening in “doorzettings-vermogen en wantrouwen jegens onszelf” de enige weg. Vandaag de eerste reacties op dit conservatieve pleidooi. Op de volgende pagina stelt Gerrit Krol: “Kleine zonden houden grote buiten de deur. Zie verder: roekeloosheid.” Op deze pagina Ronald Plasterk (hoogleraar moleculaire biologie): “Naar de normen van Kinneging was het nazisme in wezen een zeer deugdzame cultuur, met veel nadruk op zuiverheid en kuisheid, ijver, zelfbeheersing, altruïsme.”
In opdracht van het Amsterdams Centrum voor fotografie lieten zeven kunstenaars zich inspireren door de zonden. De serie zinne-beelden is tot 3 oktober te zien in de Bethaniënstraat 9 te Amsterdam. Even dacht ik dat 'De giftige bron' van Andreas Kinneging een pastiche was, een gefingeerde ironische overdrijving van het soort opvattingen dat je in extreem conservatieve christelijke kring uit de vorige eeuw nog wel tegenkomt. Een stuk dat geen serieuze aandacht verdient: “De mens is geneigd tot alle kwaad... Hoogmoed komt overal voor, maar vooral onder de jeugd...Juist in een tijd dat vele vrouwen niet langer meer aan huis gebonden zijn, vereist dat van alle betrokkenen een zekere kuisheid: in kleding, woord, gebaar, blik en handeling.” Later bleek mij dat het geen grap was, dat integendeel Kinneging een Leidse universitaire rechtsfilosoof is die bijvoorbeeld in de VVD zeer serieus genomen wordt. Ik heb mij dan ook laten verleiden tot een serieuze reactie.
Onze samenleving wordt bedreigd door het verlies van de zeven christelijk-humanistische deugden. Dat is de essentie van Kinneging's betoog. Zoek in deze korte zin de drie denkfouten en kleur de plaatjes. Hier is de eerste denkfout: er wordt geen poging gedaan te beargumenteren wat er specifiek christelijk is aan deugden zoals bescheidenheid, altruïsme, matiging, kuisheid, en ijver. In de tijd van Pa Stastok kon men dit in de Haarlemmerhout wellicht nog met droge ogen beweren, maar waarom zou Mahatma Ghandi of Buddha minder met deze deugden geassocieerd mogen worden dan Jezus Christus? Wie niet ziet dat het provincialisme is om de menselijke deugden voor één levensovertuiging te claimen, zet zichzelf buiten elk debat. Terugkijkend op de geschiedenis denk ik dat het christendom netto meer geweld, wellust, toorn en hoogmoed heeft voortgebracht dan het geloof van de hindoes of de boeddhisten. Ook in het Europa van nu is er een zekere correlatie tussen de invloed van het christendom en het nivo van gewelddadigheid: de grootste brandhaarden in onze nabije omgeving zijn Noord-Ierland en het voormalige Joegoslavië.
Een serieus debat zou kunnen gaan over de vraag of de genoemde deugden universeel zijn, gelijk voor elke cultuur, of niet. Dat is geen simpele vraag, al was het maar omdat bijvoorbeeld het nazisme naar de normen van Kinneging in wezen een zeer deugdzame cultuur was, met veel nadruk op zuiverheid en kuisheid, ijver, zelfbeheersing, altruïsme. Veel deugdelijker dan bijvoorbeeld het liberale Engeland of Nederland in die tijd.
Het nazisme zette zich nadrukkelijk af tegen de liederlijkheid van de gedegenereerde kunst, de losbandige seksualiteit, en het schraperige egoïsme van de kapitalist. Natuurlijk waren de nazi's ten opzichte van de joden niet altruïstisch en bescheiden, maar het is ook nog niet zo heel lang geleden dat in het rooms-katholieke Frankrijk de Hugenoten van de kantelen bungelden. En de christelijke traditie tijdens de kruistochten combineerde extreme deugdzaamheid in eigen kring met extreme wreedheid ten opzichte van andersdenkenden. Het meest herkenbaar christelijke deel van het nazisme is wellicht het antisemitisme (dat is inderdaad wél een element dat bij Ghandi en Buddha ontbreekt, terwijl het in de geschriften van Maarten Luther nadrukkelijk aanwezig is). Ik denk dat er geen enkel zinnig verband is tussen levensovertuiging en deugdzaamheid, en dat er hooguit een zinnig onderscheid te maken is tussen culturen die gekenmerkt worden door tolerantie, openheid en vriendelijkheid, en anderzijds gesloten culturen van monomaan fanatisme. Christenen zowel als atheïsten, hindoes of boeddhisten kunnen in beide categorieën vallen. Door een aantal universeel erkende menselijke deugden als specifiek christelijk te annexeren, lijkt Kinneging te kiezen voor het gesloten wereldbeeld, en daarmee (in zijn terminologie) voor het Kwaad.
De tweede denkfout is het gelijkstellen van christelijke aan humanistische normen. Kinneging heeft het voortdurend over christelijk-humanistische normen, alsof dat één normenstelsel is, maar hier ligt nu juist een essentiële tegenstelling. Toegegeven, er zijn zeer vele christenen die humanistische opvattingen hebben, maar die hebben ze dan ondanks en niet dankzij hun bijbelse geloof. Zij nemen het Bijbelwoord in Leviticus dat homo's ter dood gebracht moeten worden niet serieus, zij menen niet dat andersdenkenden gestenigd zouden moeten worden, en ik denk dat zij ook niet meer geloven dat iedereen die niet met hun ter kerke gaat zal branden in de hel.
Zij paren een diffuus godsbegrip aan een grote afstandelijkheid ten opzichte van de leerstellingen van hun kerk. Slechts zeer weinigen onder hen zouden de opvattingen onderschrijven die tijdens negentien van de laatste twintig eeuwen door hun kerk in de praktijk zijn gebracht. Niet langer denken zij dat het de taak van de kerk is domme negertjes in Afrika te bekeren tot het ware geloof, niet langer denken zij dat ze het recht hebben met het zwaard de ware leer te bevechten in het Heilige Land, en het verbranden van ketters en heksen zien ze niet meer als een nuttige activiteit.
Als agnost ben ik natuurlijk erg blij dat er steeds minder christenen zijn die de Bijbel werkelijk als het onfeilbaar woord van God zien, dat het cultuurrelativisme ook in kerkelijke kring gemeengoed is geworden, dat de meeste Nederlandse gelovigen niet langer menen dat hún waarheid ook een eeuwige en voor iedereen geldende waarheid zou moeten zijn. De tegenstelling tussen christendom en humanisme neemt af, doordat de Nederlandse christenen steeds humanistischer worden, maar daarmee mag je nog niet gaan spreken van christelijk-humanistische deugden. Onze samenleving is met de verdergaande ontchristelijking steeds humanistischer geworden, en daardoor steeds deugdzamer.
En daarmee kom ik op een derde denkfout. Onze samenleving zou steeds ondeugdzamer worden. Voordat we de verklaring van dit fenomeen gaan zoeken, zouden we misschien eerst eens moeten kijken of het explanandum wel bestaat. Opnieuw lijkt de universitair docent Kinneging het niet nodig te vinden zijn stelling te verdedigen of te illustreren. Ik denk dat de samenleving nog nooit zo braaf en deugdzaam is geweest als vandaag. Nooit is er een cultuur geweest waarin het zozeer not done was om hoogmoedig te zijn ten opzichte van anderen (bijvoorbeeld van lagere sociale klassen of andere rassen), nog nooit was het in brede kring zo vanzelfsprekend dat hebzucht beteugeld moet worden, en niet mag leiden tot al te grote verschillen in welvaart.
Zolang onze cultuurpessimisten met niets beters aankomen dan wildplassen en het rijgedrag op de snelwegen is de ondergang van het avondland nog niet in zicht. Er is veel te veel geweld op straat, maar de statistieken weerspreken dat dit geweld toeneemt.
De Nederlandse samenleving van nu is in de wereldgeschiedenis een uniek hoogtepunt van deugdzaamheid.
Ik zie daarvoor twee redenen: ten eerste is de invloed van religie, en dan met name van de naar universele waarheden strevende orthodoxie, tegenwoordig zeer gering. Daarmee verdwijnt een hoop hoogmoed, toorn en afgunst. En ten tweede is de samenleving sterk verburgelijkt. Armoede, en maatschappelijke tegenstellingen maken op dit moment van Johannesburg de onveiligste stad in de wereld; Nederland is één groot burgelijk woonerf geworden, één groot Almere, de ultieme Duckstad, waarin de burgers niet over elkaars bloemperkjes lopen.
Nog nooit hebben zoveel mensen een eigen tuinhekje gehad, nog nooit was het onderwijs zo weinig gesegregeerd. Meer dan ooit krijgen alle kinderen in Nederland dezelfde deugden bijgebracht door de juffen op de basisschool (het is nog geen eeuw dat alle kinderen hetzelfde openbare onderwijs genieten), en ook de tv heeft wat dat betreft een deugdzame werking, van Sesamstraat tot NOS journaal. Hiermee is niet gezegd dat er geen problemen zouden zijn in Nederland; sommige oude problemen zijn niet opgelost, en er zijn weer nieuwe problemen bij gekomen, maar het beeld dat ons land snel afdrijft naar een totaal immoralisme tenzij de christelijke normen in ere worden hersteld, deugt van geen kant.
Dat waren nog maar drie denkfouten. Kinneging's gedetailleerde bespreking van de zeven hoofdzonden laat zien hoe ijdel zijn streven is om diepe waarheden af te lezen aan de letter van oude geschriften. Zo is volgens Kinneging de traagheid een van de zeven hoofdzondes, maar is wreedheid slechts een secundaire, afgeleide ondeugd. Hij voelt zelf ook wel aan dat het wat raar is om wreedheid een minder grote zonde te vinden dan traagheid, en zoekt er een geforceerde verklaring voor. Steeds meer bekruipt je daarbij het gevoel: houd toch op met die malligheid, kijk om je heen, haal je neus uit die oude boeken, signaleer echte problemen, en zeur niet.
Kinneging blijkt te behoren tot de kleine kring van denkers rond Frits Bolkestein die mee heeft gewerkt aan het laatste verkiezingsprogram van zijn partij. Fijn, Hans van Baalen, Andreas Kinneging, mooi stel looney tunes. Gelukkig lijken Bolkestein en zijn opvolger Dijkstal zelf wel op de hoogte van de ware deugden: tolerantie, gezond verstand, vriendelijkheid, matigheid, en pragmatisme.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.