Maandag begint een lerarenstaking van een week, die druk moet zetten achter de cao-onderhandelingen met minister Hermans. Een van de strijdpunten is de vraag of wie werkt op een 'zwaardere' school, ook meer moet verdienen. Aan de vooravond van de staking een blik in twee klaslokalen: op een 'gewone', en op een 'zwarte' school.
Naam: Maarten Pronk Leeftijd: 37 School: Willem de Zwijgerschool, Scheveningen Groep: combinatiegroep 7/8 Leerlingen: 25 Waarvan allochtoon: 0
Het halve uurtje voor schooltijd gebruikt Maarten Pronk tegenwoordig als onofficieel spreekuur voor ouders. Want ja, veel ouders werken - dus na schooltijd 's middags, dan kunnen ze niet. Wil de drukbezette vader van een slim jongetje tegen een leerkracht kwijt dat zijn zoontje zich zonder extra lesstof verveelt, dan doet zo'n vader dat dus 's morgens.
Dit is Maarten Pronks eerste jaar op de Willem de Zwijgerschool in Scheveningen, al werkt hij al achttien jaar in het onderwijs. Zijn kinderen zitten al langer op de school. Vroeger, voor hij er kwam werken, dacht Maarten Pronk over de Willem de Zwijgerschool als over 'die elitaire school'. Nu hij er werkt, vindt hij dat niet meer. Jawel, het is waar dat de school in een buurt staat waar de huizen tegenwoordig zeven, acht ton doen en waar de vaders bijvoorbeeld bij Shell werken, of een hoge ambtenaar zijn op een ministerie. Maar aan de andere kant van de Stevinstraat ligt ook een andere buurt, een 'gewone'. Daar komen ook veel leerlingen vandaan. Een paar straten hebben er zelfs binnenstadsproblematiek. “Die verschillende milieus leren hier met elkaar omgaan”, legt een van Pronks collega's uit. “Sommige kinderen wonen met z'n vieren in anderhalf herenhuis. Andere kinderen wonen in een huis dat nog niet zo groot is als hun woonkamer. Die kinderen spelen thuis met elkaar.” Maar allochtone gezichten zie je op de Willem de Zwijgerschool niet. Allochtonen wonen niet in Scheveningen-Noord.
We gaan eerst bidden ('Here Jezus, er is sneeuw gevallen. Dan is het net of alles nieuw is') en een Bijbelverhaal beluisteren, over Johannes de Doper. En dan gaan we hard aan het werk. De kinderen van groep 7 maken zelf met de rekenmachine sommen van het bord. Het gaat over twee soorten lijm. De ene kost 1,80 voor 45 ml. De andere 3,50 voor 110 ml. Reken uit: de prijzen van 100 ml. “Overleggen mag, maar zachtjes”, zegt Pronk tegen die groep.
De kinderen van groep 8 gaan met Pronk samen rekenen uit het boek. Bij hen gaat het over een auto die 22 500 gulden kost. Dat hebben we niet, zegt op een plaatje een mevrouw tegen een meneer. Wat is nu voordeliger: eerst met 410 gulden per maand sparen tegen vijf procent rente, of een lening afsluiten en 76 maanden lang 410 gulden afbetalen? Ze hoeven het niet tot achter de komma nauwkeurig uit te rekenen, maar globaal uit hun hoofd.
Na een taalles aan groep 8, over het naamwoordelijk gezegde, gaan die kinderen rijtjes sommen zitten maken terwijl Pronk overstapt op een les aan groep 7. Maar die klas is niet eenvoudig stil te krijgen. Terwijl Pronk uitlegt dat (2 x 3)+4 heel iets anders is dan 2x(3 + 4), moet hij een paar maal druk op de ketel zetten om de kinderen stil te krijgen. Het is alsof alles wat ze maar even kan afleiden, ook echt afleidt. Zegt een klasgenoot iets? Weg is de aandacht. Steek je je vinger op en moet je wachten tot de meester is uitgesproken? Een beledigd gezicht.
“Dat kost het meeste energie”, zegt Pronk later, “dat de kinderen nu, nu onmiddellijk, aandacht willen. Ze zijn van huis uit niet gewend dat ze ergens op moeten wachten. Het maakt niet altijd veel uit of een kind van de ene, of van de andere kant van de Stevinstraat komt. De vorm verschilt wel, maar het effect niet. Het ene kind heeft soms tot 's avonds laat naar SBS6 gekeken. Het andere kind is eigenlijk opgevoed door au pairs, elk jaar een andere. Dat verwennen door een kind onmiddellijk z'n zin te geven, dat doen ouders omdat het makkelijk is: dan heb je nooit een conflict. Het effect merk je hier.” Vandaag verdwijnt groep 7 na de ochtendpauze naar gym en Engels bij een collega. Maarten Pronk houdt elf kinderen van groep 8 over. Het is een ijverige groep 8, vindt Pronk - maar ze hebben ook een beetje een houding van 'We hebben jou niet nodig'.
Eerst praten ze een hele tijd over de nabije, enerverende toekomst: de Cito-toets, het 'voorlopige schooladvies' dat ze vorige week hebben meegekregen voor thuis, de uitslag van de Haagse 'Hago'-toets, de voorlichtingsavond over het voortgezet onderwijs. Pronk legt uit dat een middelbare school heus niet alleen waarde hecht aan de Cito- of Hagotoets, en meer luistert naar het geluid van de basisschool. De kinderen zijn niet alleen heel geïnteresseerd, ze zijn ook sceptisch over die toetsen. Er klopt toch niks van, als een jongetje met veel vrienden bij de Hago-test maar een vier had voor 'omgaan met andere kinderen'? En hoe weten die lui van de test dat dan? “Ze weten niet eens dat DaniĆ«l bijvoorbeeld rood haar heeft, dus hoe weten ze dan hoe hij is”, zegt Erik-Jan. Pronk legt uit dat je op een Hago-test juist aardig scoort als je ergens tussen 3 en 7 scoort, en dat het minder goed is om 1,2,8 of 9 te halen. De Willem de Zwijgerschool scoort 'iets boven' het gemiddelde van de Cito-toets en 'ruim boven' het Haagse gemiddelde, meldt de schoolgids. De middag begint met een heibeltje over een enorme sneeuwbal die Liz en Sabrina, uit groep 7, in de middagpauze rolden om een sneeuwpop te maken, en die de jongens stuk probeerden te maken. Pronk spreekt het Salomonsoordeel uit: het 'hoort bij sneeuw' om sneeuwballen te gooien. Maar een grote sneeuwbal laat je heel.
Het kofschip wacht. Nu na de middagpauze is groep 8 verdwenen, en gaat groep 7 eerst een half uur samen met Pronk een taalwerkje zitten nakijken dat ze hebben gemaakt. Dat gaat over de vervoeging van werkwoorden. Vergaderen, blazen, wijzen, lachen, reizen, klappen, branden, timmeren, antwoorden: “Als je twijfelt of het -te of -de moet zijn, maak er dan een zinnetje mee”, raadt Pronk aan. In groep 7 is aandacht een kostbaar goed, en bij aardrijkskunde is dat voelbaar. Pronk moet dreigen, verleiden, nog eens dreigen, de eerste stappen van Een Bestraffing zetten (“Pak jij je boek maar vast! Als je zo doorgaat mag je het hoofdstuk overschrijven!”), voor hij verder kan met zijn verhaal: de lange fjordenkust van Noorwegen, hoe ze zijn ontstaan, dat de zon er in de zomer soms niet onder gaat, dat dat eigenlijk komt doordat de as van de aarde scheef staat, waardoor de seizoenen ontstaan. Vlak voor de bel om drie uur gaat, gaat de video uit. “Ik heb vanmiddag wel heel veel moeten waarschuwen”, zegt Pronk tegen de klas.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.