*

 
dossier

Archief

'Koerden zijn mensen zoals jij, snap je dat niet'

CECILE LANDMAN − 09/01/98, 00:00

SOVERATO, Calabrië - “Naar binnen!” De agenten van de financiële politie die het schoolgebouwtje vlakbij het station bewaken schreeuwen tegen de Koerdische kinderen die maar al te graag buiten willen spelen. In deze school zijn ongeveer honderdvijftig vrouwen en kinderen ondergebracht die op 27 december met de boot 'Ararat' vastliepen in het zand van de Calabrese kust.

De agenten rennen achter de kinderen aan, nu en dan met een gummiknuppel in de hand. Het wekt de woede op van Semir, een Iraakse Koerd die sinds tien jaar in Turijn woont. “Het zijn geen beesten, het zijn kinderen!” Semir is hier sinds een week aan het tolken en is bekaf. Om elf uur komt een bus aan met vijfendertig mannen. De kinderen verdringen zich met platgedrukte neuzen voor de ruiten van de deuren, wijzen en roepen: “baba, papa!” De agenten blijven het uitzicht belemmeren. Wijken niet. Na veel chaos en paniek mogen de mannen de bus uit en het gebouw in waar ze naar boven worden gestuurd. Een bezoek van een uur aan vrouw en kinderen, dan moeten ze weer, een voor een en aan de hand van een agent, de bus in en terug naar het gebouw waar zij, de mannen, zijn ondergebracht. Soms komt er een gummiknuppel aan te pas.

Asiel

Semir rent weer achter de agent aan om ruzie te maken. “Het zijn mensen, als jij, snap je dat niet!” Een jongetje huilt stil, maar hevig als de bus vertrekt. Iedereen moet weer naar binnen. Over een paar dagen moet de school leeg zijn, de lessen moeten weer beginnen en de mensen zullen worden overgebracht naar een ander, leegstaand, schoolgebouw. Italiaanse rijst met tomatensaus wordt aangevoerd en even is het rustig. Dan arriveert Tanya, die het Turks beheerst, maar al sinds lang in Italië woont. Ze vertelt, tolkt waar nodig, maar weet niet te antwoorden op de priemende vragen. “Maar als ik hier asiel aanvraag, moet ik in Duitsland dan weer asiel aanvragen?” De vraag komt van Maras, een vrouw die het huilen nader staat dan het lachen. Aan haar hand een timide jongetje. “Zijn vader vluchtte in 1992 naar Duitsland, hij is nu vijf en heeft zijn vader nooit gezien. Als ik terug moet naar Turkije maak ik mezelf dood.”

Hikniye ünel komt uit het dorp Mityat in Zuid-Oost-Turkije: “Vijf jaar geleden kwamen de Turkse soldaten ons vertellen dat als we het dorp niet verlieten er weinig van ons zou overblijven. Alleen de dorpswachters mochten blijven, die zijn regeringsgezind. Ik was politiek actief in de Hadep, de Koerdische democratische partij. Meer dan de helft van het dorp vertrok en ik ging naar Istanbul, met het doel uit Turkije weg te gaan.” Ze spaarde vijf jaar lang en wachtte haar kans af. Ze betaalde zevenduizend dollar en 'hoefde zich verder nergens druk over te maken'. “Ik vertrouwde het niet, maar hoopte wel en nu ben ik dus hier.”

Valse papieren

De in totaal bijna achthonderdvijftig personen die aankwamen in Calabrië zitten verdeeld over verschillende centra. Vlak bij het vliegveld van Catanzaro is het opvangcentrum voor de langere termijn waar zo'n honderd mannen zijn ondergebracht. De aanvragen voor politiek asiel zijn meestal ingediend door Koerden uit Irak en Turkije. Volgens Luca Cefisi van het Italiaanse Vluchtelingenwerk (CIR) zijn dat er bijna driehonderd voor driehonderdvijftig personen. Achter een hek in de met bedden volgestouwde sporthal van Soverato hangen, staan, liggen en zitten zo'n tweehonderdvijftig mannen. Afkomstig uit Turks Koerdistan, noemen ze plaatsen als Erzurum, Diyarbakir, Bingöl als eerste vertrekpunt. Een maand geleden vertrokken tientallen daarvandaan. “We hadden valse papieren geritseld, een contact hier, een ander daar, nooit was duidelijk met wie of wat je precies te maken had.”

Anderen vertrokken er al maanden, of zelfs jaren geleden vandaan, wachtend op een kans om op welke manier dan ook de grenzen te kunnen overschrijden richting Westen of Noorden, naar een ander bestaan. “Eenmaal in Istanbul aangekomen was het afwachten totdat ons werd verteld dat we zouden vertrekken.”

De sfeer in de sporthal is geladen. “We mogen niet eens sigaretten halen, we zitten gewoon gevangen.”

- Vervolg op pagina 5

'Turkije wil ons Koerden kwijt' VERVOLG VAN PAGINA 1

Het nieuws dat donderdag de politiechefs uit Nederland, België, Frankrijk, Italië, Griekenland, Duitsland en Turkije met elkaar de situatie zullen bespreken, ontlokt bij de Koerdische vluchtelingen in het Italiaanse dorp grote consternatie.

De carabinieri die hier met zijn twintigen de mannen achter het hek houden, wijzen er dringend op dat delicate vragen beter niet gesteld kunnen worden. Immers, de journalisten gaan weer weg en zij blijven met de gebakken peren zitten. Toch de vraag: maar denken jullie dat er een Turkse politieke strategie achter zit waardoor het nu makkelijker zou zijn te vertrekken uit Turkije?

Een koor van roepende mannen: één komt er bovenuit: “Turkije wil ons kwijt, de Koerdische regio willen ze ontvolken! Iedereen weet het!” Hij is woedend over de aandacht van de media: “Er is massale belangstelling voor deze achthonderdvijftig mensen, maar niet voor de miljoenen die daar nog zijn.” Een paar dagen geleden braken vier mannen uit, maar ze werden later teruggevonden en weer naar de sporthal gebracht.

Feit is dat de vluchtelingen in Soverato zijn opgevangen door een legertje niet te stuiten vrijwilligers van de Caritas en het Italiaanse Rode Kruis. Dagelijks dragen vrouwen uit het dorp pakken met kleren, luiers en speelgoed aan. Maar niet iedereen is even blij met de komst van de vluchtelingen. “Er zijn hier al problemen genoeg”, bromt een barman. “Albanezen of Koerden of wat dan ook; ik hoef ze niet hier.”

In Calabrië ligt de werkloosheid op zestig procent. De bergdorpen lopen leeg. Zo ook Badolato, een dorp op een afstand van dertig kilometer van Soverato. Niet lang geleden woonden er rond de zevenduizend mensen. Nu telt het nog zeshonderd inwoners. Burgemeester Gerardo Mannello stelt de leegstaande huizen open voor de vluchtelingen. Twintig gezinnen zullen er onderdak krijgen. Zes families zijn er al geïnstalleerd. De - letterlijk - oude inwoners van het dorp bieden sleutels aan van leegstaande huizen in hun eigendom, met de mededeling dat ze geen huur zullen vragen aan de nieuwkomers.

Het initiatief van burgemeester Mannello is inmiddels een proefproject geworden. “Het is een fantastisch voorbeeld en verdient navolging”, zei minister Livia Turco van Familie- en Sociale Zaken tijdens haar bezoek van woensdag aan Soverato.

mailIcon print |