De christen-democraten hebben de afgelopen jaren nooit vooropgelopen bij het instellen van parlementaire enquêtes. Steeds toonden ze zich huiverig voor deze zware vorm van onderzoek, vooral voor de tucht van de openbaarheid. Dat was bij de enquête naar de overheidssteun aan het Rijn-Schelde-Verolmeconcern, tien jaar geleden, niet anders als bij het nu lopende onderzoek naar de opsporingsmethoden van politie en justitie.
Hadden ze iets te verbergen? Nee, waarschijnlijk was de terughoudendheid de typische reflex van een bestuurderspartij. Bestuurders houden niet van maatschappelijke en politieke onrust en als ze te lang aan de macht zijn, worden ze als vanzelf ook steeds risicomijdender.
Ook uit dat oogpunt is het zo slecht niet dat de christen-democraten na driekwart eeuw buiten het landsbestuur staan. Rust en harmonie zijn op zichzelf mooi, men kan er ook gemakkelijk bij indommelen en zelfs de illusie krijgen dat beide elementen onwrikbare pijlers zijn onder de verworven machtspositie. Wat dat betreft heeft het paarse kabinet alleen al door de afwezigheid van het CDA, met zijn ingesleten houding van 'kalm aan, dan breekt het lijntje niet', kansen verstarde structuren te doorbreken.
Dat loswrikkende effect van paars is op een aantal terreinen zichtbaar. De meest recente voorbeelden zijn de aanzetten van minister Melkert (sociale zaken) en staatssecretaris Vermeend (belastingen) tot flexibilisering van het arbeidsbestel. De vrijheid om straks vanaf het 55ste jaar zelf de pensioendatum te kiezen, schept in één klap een totaal ander perspectief voor grote groepen werknemers, zowel voor degenen die onder de toegenomen werkdruk zuchten als voor de werkpaarden die van geen ophouden weten.
De verruiming van verlofregelingen biedt nieuwe mogelijkheden aan de drukbezette tweeverdieners om hun tijd gemakkelijker over huiselijke zorgtaken en betaald werk te verdelen.
Over deze voorstellen is politiek gesproken aanmerkelijk minder te doen geweest, dan over bijvoorbeeld de herijking van het buitenlands beleid (waar paars nu juist een aanmodderende indruk wekte), maar de gevolgen ervan konden in de samenleving wel eens veel ingrijpender zijn, niet alleen cultureel maar ook voor wat betreft het beroep op sociale-zekerheidsregelingen.
Het is niet ondenkbaar dat bij een flexibeler pensioenstelsel de druk op de werkloosheids- en arbeidsongeschiktregelingen, die overwegend door 55-plussers worden bevolkt, drastisch zal afnemen, zoals bij ruimere verlofregelingen het ziekteverzuim drastisch zou kunnen dalen.
Het spreekt vanzelf dat bij deze loswrikkende activiteiten van paars ook beduchtheid opsteekt voor een al te grote voortvarendheid. Er zou een mooie karikatuur van zijn te maken zijn: hoe Nederland zich in honderd jaar van een liberaal land ontwikkelde tot een verzorgingsstaat en nu weer de weg terug inslaat. Het zou te veel eer zijn voor de liberalen en bovendien voorbijgaan aan het feit dat de verzorgingsstaat in een aantal opzichten is vastgelopen, vooral wat betreft de sociale zekerheid.
Dat inzicht danken we ook aan een enquête van het parlement dat, al stribbelde het CDA opnieuw tegen, de moed opbracht een van de heilige huisjes van de overlegeconomie, de bedrijfsvereniging, kritisch door te lichten. Dat bracht aan het licht dat de rust en harmonie, die door een royaal gebruik van de WAO inderdaad konden worden afgekocht, tegelijk een bedrieglijke schijn hadden.
Openheid in een zo vroeg mogelijk stadium is in onze democratie, zo mag nu toch wel duidelijk zijn, dringend gewenst, of dat nu de verzorgende hand van de overheid (sociale diensten, bedrijfsverenigingen) aangaat, dan wel de sterke arm (politie, justitie, krijgsmacht).
De onthullingen van alleen al deze week over het opereren van de instituten die in de naam van de rechtsstaat optreden (tot en met de BVD aan toe) tonen aan, dat het niet als vanzelf volgens het boekje gaat. De ene hand weet vaak niet wat de andere doet, het schort op het niveau van de politiek verantwoordelijken niet zelden aan relevante informatie met als gevolg dat de ministeriële verantwoordelijkheid, de kern van ons bestel, een wassen neus dreigt te worden, evenals in de voorafgaande fase de politieke sturing. Wie zulke ontwikkelingen op z'n beloop laat of met de mantel der liefde bedekt, ondergraaft het democratisch bestel.
Zonder openheid geen democratie, zei premier Kok afgelopen donderdag bij het afscheid van de nestor van de parlementaire journalistiek, Max de Bok van De Gelderlander. Aangenomen mag worden dat dit uitgerekend deze week van pijnlijke onthullingen geen gemeenplaats van de premier was. In dat geval mag het zelfs als een moedige uitspraak worden opgevat, want de openheid stelt het aanzien en gezag van de overheid en daarmee van de politiek wel zwaar op de proef.
Het moet de burger toch te denken geven dat er bij de overheid, die al van zoveel kanten kritisch op de vingers wordt gekeken - niet alleen door het parlement en de journalistiek, maar ook nog door de Nationale ombudsman, de Algemene rekenkamer en de Raad van State als adviseur en Arob-rechter -, nog zoveel gebeurt dat niet door de beugel kan. Aan de crisis waarin de in de naoorlogse jaren fors uitgedijde overheid verkeert, lijkt zelfs geen eind te komen. Er blijven maar lijken uit de kast rollen.
Het zou onzinnig zijn deze akelige erfenissen volledig op het conto te schrijven van de christen-demoraten. Voor alle partijen geldt dat zij de afgelopen decennia meer oog hebben gehad voor wet-en regelgeving en vooral voor steeds verdergaande verfijning daarvan, dan voor de uitvoering van die regels in de praktijk.
Daarom is het niet zo verrassend dat de uitvoerders steeds meer hun eigen speelruimte zijn gaan bepalen. In dat opzicht is er geen verschil tussen de ambtenaren van de gemeentelijke sociale diensten en de rechercheurs van de criminele inlichtingendiensten.
Vastgesteld kan worden dat het huis van de overheid zwaar is verslonsd. De paarse coalitie kan hier krachtig orde op zaken te stellen. Door de avontuurlijke samenstelling en de stille drijfveer - aan de tonen dat het land ook zonder het CDA goed kan worden bestuurd - is deze coalitie immers gedwongen met nieuwe ogen naar Haags beleid en Haagse structuren te kijken.
Dat alleen al schept mogelijkheden en bespaart vooralsnog bespiegelingen of het beleid paars is, dan wel de uitkomst van een pragmatische ruilhandel tussen de wensen van PvdA en VVD.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.