*

 
dossier

Archief

Een stem in je hoofd

Door: redactie − 20/01/96, 00:00

Sandra Escher Project Stemmen Horen P.O. Box 616 6200 MD Maastricht

Ze heeft ze nooit kunnen verstaan, hoewel ze het heel hard probeerde. In slaap vallen kostte moeite, ze had concentratieproblemen. In het begin dacht Daphne dat het normaal was, dat iedereen stemmen hoorde. Tot ze het aan haar moeder vertelde. Die stuurde haar op haar twaalfde naar een parapsycholoog.

“Ik dacht dat de stemmen ergens anders vandaan kwamen, hij maakte me duidelijk dat ze in mijzelf zaten”, zegt Daphne. “Ik werd me ervan bewust dat ze mij nodig hebben om te kunnen bestaan, en dat ik daarom de macht had om ze weg te sturen. Het is frustrerend om te beseffen dat je zoiets vervelends zelf veroorzaakt.”

Geleidelijk lieten de stemmen steeds minder van zich horen, tot ze helemaal verdwenen. “Achteraf denk ik, wat een simpele oplossing, om ze weg te sturen. Dat ik daar zelf niet opgekomen ben.”

Kinderen horen vaak stemmen na een verdrietige of schokkende gebeurtenis in hun leven. Daphne's opa overleed toen zij drie was. Die zag ze vlak daarna 's nachts aan haar bed staan. Later zag ze ook schimmen, als ze bijvoorbeeld de kast opentrok. “Ze waren zwart en hadden de vorm van een mens. Dan schrok ik en waren ze weg.”

Ook kon ze een aantal jaren aura's rond mensen zien. De eerste keer dat dat gebeurde was in de eerste klas van de basisschool. De juf was kwaad en Daphne zag een rode gloed om haar lichaam. Later kon ze, als zij zich inspande, een aura om veel meer mensen zien. “Je moet je een aura voorstellen als het licht rond een kaarsvlam. Sommige mensen zien allemaal verschillende kleuren, ik zag alleen een grijs-blauwe gloed.”

Ze heeft zich sinds haar puberteit niet meer met aura's, stemmen of geesten beziggehouden, ze ziet en hoort ze ook niet meer. “Voor mijzelf was het een strijd. Ben ik nu gek, of heb ik een bijzondere gave? Ik wilde gewoon zijn.” Ze denkt niet dat de stemmen een paranormale ervaring waren, maar eerder dat ze een soort antenne heeft, waardoor ze zich slecht kan afsluiten van haar omgeving.

Ze is er nog niet uit wat ze met de aura's moet. Ze denkt ze weer te kunnen zien. “Als je er niks mee doet, zwakt het af.” Maar haar hoofd staat er nu niet naar. Ze wil volgend jaar afstuderen. Binnen haar studie orthopedagogiek is ze bezig met kinderen met psychische problemen. Later wil ze een eigen praktijk beginnen, misschien om kinderen met dit soort ervaringen te helpen. “Dan zou het handig kunnen zijn om me weer met aura's bezig te gaan houden. Het schijnt dat je in het schijnsel kunt zien of iemand ziek is. Als je bij een kind met leerproblemen bijvoorbeeld ziet dat hij moe is, kun je daar eerst iets aan doen.”

Ongeveer twee op de honderd kinderen horen stemmen in hun hoofd. “Sommige kinderen hebben daar last van. Vooral als ze de stemmen niet onder controle hebben”, zegt Sandra Escher. Zij is medewerker van de afdeling sociale psychologie van de Rijksuniversiteit Limburg.

Sommige stemmen geven de kinderen opdrachten. Ze moeten dingen in hun buurt rechtleggen, of hun zusje pesten. “Een enkeling kan afspraken maken, en ander blijft de stem zeuren tot ze het doen.” Eén jongetje mocht van zijn stem niet gaan slapen voordat hij vanuit het raam auto's had geteld. Anders zou er iets ergs met zijn ouders gebeuren. Probleem was dat hij in een dorpje woonde waar zelden verkeer door de straat reed. Hij was altijd bang om te gaan slapen.

Maar er zijn ook leuke stemmen. Escher: “Een stem die bijvoorbeeld advies geeft bij het maken van proefwerken is prettig. Alleen dat kind merkte dat hij daar niet bij voorbaat op mocht vertrouwen, dan zou het mis gaan.”

De universiteit zoekt kinderen tussen de tien en zestien jaar voor een onderzoek. Escher denkt dat het probleem bij de hulpverlening onvoldoende bekend is. Stemmen worden al gauw gezien als een stoornis, en het is gewoon in de hulpverlening om er niet op in te gaan. Omdat mensen daar nog meer van in de war zouden raken. Escher: “Wij hebben gemerkt dat het voor kinderen een opluchting is om er juist wel over te praten. Dan is het minder bedreigend.”

mailIcon print |