De auteurs zijn resp. lid en beleidsmedewerker van de GroenLinks-fractie van de Tweede Kamer.
Met de verlening van deze vergunning schuift de Nederlandse regering de belangrijkste criteria voor de wapenexport aan de kant, namelijk 'de eerbiediging van de rechten van de mens door het land van eindbestemming' en 'de situatie in het land van eindbestemming, met name in het licht van eventuele spanningen of interne gewapende conflicten'.
Meer dan 800 dorpen zijn in Zuidoost-Turkije inmiddels verwoest. Verkrachtingen, martelingen, moorden en intimidatie zijn aan de orde van de dag. Organisaties als Amnesty International en Human Rights Watch rapporteren regelmatig over de voortgaande mensenrechtenschendingen.
In reactie op de recente ontwikkelingen in Turkije stelde minister Kooijmans onlangs, 'in de contacten met de Turkse regering bij voortduring uitdrukking te geven aan de verontrusting over de gewelddadige gebeurtenissen'. Hij was zelfs eind vorig jaar bereid om 'te onderzoeken of voor het zenden van een onderzoeksmissie, bij voorbeeld uitgaande van de CVSE, voldoende internationale steun zou bestaan' - daarmee aangevende hoe ernstig de situatie in Turkije was.
Maar deze bezorgdheid blijkt, als het om economische belangen gaat, slechts kosmetisch te zijn. Want via het ministerie van economische zaken doet Nederland tegelijkertijd goede zaken met Turkije: vergaande samenwerking tussen Eurometaal en het Turkse staatsbedrijf MKEK. Als een van de belangrijkste aandeelhouders van Eurometaal, 33 procent, is de Nederlandse staat daarbij direct betrokken.
Met toestemming van het ministerie van economische zaken ontmantelt Eurometaal zijn Duitse dochterbedrijf en brengt de produktie van granaten naar Turkije. Dit Duitse filiaal kreeg van de Duitse overheid geen vergunning voor de levering van de granaten, omdat deze tegen de Koerden ingezet kunnen worden.
'Zachte doelen'
Niet alleen Bonn vreest dat deze wapens gebruikt zullen worden tegen de eigen bevolking. Onafhankelijke wapenexperts delen deze opvatting. Volgens Joris Janssen Lok van het befaamde Britse defensieblad Jane's Defence Weekly gaat het hier niet om een anti-tankwapen, zoals door de regering wordt beweerd, maar om een granaat die uitermate geschikt is voor zogenaamde 'zachte doelen' zoals mensen. Ook erkent het Duitse dochterbedrijf van Eurometaal in Liebenau dat het hier om wapens gaat met meerdere springladingen, die grote materiele en fysieke schade kunnen aanrichten.
Toch blijft de Nederlandse regering vertrouwen op de toezeggingen die minister Kooijmans tijdens zijn bezoek aan Turkije vorig jaar mei kreeg. De Turkse autoriteiten verzekerden hem dat de granaten uitsluitend bedoeld zijn voor de 'bondgenootschappelijke verdediging'. Iedereen die de ontwikkelingen in Turkije volgt, weet dat zo'n toezegging inhoudsloos is. Bonn weet dat. En de Nederlandse regering ook. Hoog tijd om over te gaan tot intensieve internationale bemoeienis.
Het conflict in Zuidoost-Turkije laat zich inmiddels ook in andere Europese landen voelen. In Duitsland zijn de spanningen tussen honderdduizenden Koerden en miljoenen Turken aan de orde van de dag. Onlangs berichtte een Nederlandse krant dat jonge Koerden uit Nederland, in het bezit van de Nederlandse nationaliteit, in Turkije meevechten.
Met deze ontwikkelingen in het achterhoofd zou de betrokkenheid van Europa gericht moeten zijn op het totstandbrengen van een politieke dialoog tussen de Turkse regering en vertegenwoordigers van de Koerdische nationale beweging.
De toenadering tussen de Israelische regering en de PLO en die tussen de Britse regering en Sinn Fein bewijst, dat alleen door middel van dialoog de geweldspiraal doorbroken kan worden. Internationale bemiddeling was in beide gevallen onmisbaar.
De Europese Unie heeft ten aanzien van het conflict in Turkije een opdracht te vervullen. Het beleid moet niet langer uitsluitend gericht zijn op de instandhouding van goede relaties met de Turkse regering, maar op het bereiken van een duurzame oplossing. Een wederzijds staakt-het-vuren onder toezicht van de internationale gemeenschap moet de eerste stap zijn. Alle bestaande mogelijkheden om dit te bereiken moeten worden benut. Daarnaast kan de instelling van de CVSE-toezichtprocedure voor de mensenrechten of een statenklacht tegen Turkije onder het Europese verdrag voor de rechten van de mens overwogen worden.
Daarnaast zijn er aanvullende - wat minder voor de hand liggende - instrumenten mogelijk. Turkije is voor zijn buitenlandse deviezen grotendeels afhankelijk van toerisme. Turkije boycotten als vakantieland kan een tweeledige werking hebben: het zet niet alleen de Turkse regering onder druk, maar ook die van andere Europese landen om het gewapend conflict in Zuidoost-Turkije eindelijk als een Europese kwestie te behandelen.
De mensenrechten lippendienst bewijzen en met Turkije goede zaken doen zou dan in ieder geval voor de Nederlandse regering niet meer zo vanzelfsprekend zijn.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.