Van onze redactie economie UTRECHT - De familie Van Maarseveen, verenigd in de M-groep, eist van de staat een bedrag van 20 miljoen gulden. De Utrechtse handelaar in onroerend goed Chr. van Maarseveen zegt de schade te hebben geleden doordat de fiscus ten onrechte twee jaar lang beslag heeft gelegd op het familiebezit, waardoor hij zijn bedrijf niet kon uitoefenen.
De rechter heeft zich niet uitgesproken over de hoogte van het bedrag, wel heeft de rechtbank van Utrecht in een woensdag openbaar gemaakt vonnis de bodem gelegd voor het verhalen van de schade.
De ontvanger van de belastingdienst, sectie grote ondernemingen Utrecht, dacht aanvankelijk een sterk verhaal te hebben. Van Maarseveen en gezinsleden werden gedagvaard voor het onrechtmatig handelen bij de verkoop van 86 zogeheten kasgeld- en vervangingsreserve-vennootschappen. Door deze vennootschappen eerst leeg te halen en vervolgens door te verkopen zou de fiscus aan belastinggelden ongeveer 50 miljoen gulden zijn misgelopen.
De fiscus wilde dat bedrag innen bij Van Maarseveen en koos daarvoor niet als grondslag het 'vorderen van belastinggelden' maar 'het verhalen van schade'. Dat lijkt een woordenspel, maar dat was het voor de rechtbank zeker niet. De wet, zo stelde mr. Vink namens de M-groep, bepaalt dat de ontvanger der belastingen tot taak heeft het innen van belastingen en niet het verhalen van schade. De belastingdienst zou dus zijn boekje te buiten zijn gegaan. De dagvaarding zou daardoor nietig zijn. De rechtbank van Utrecht honoreerde het verweer van mr. Vink: de dagvaarding werd nietig verklaard, de fiscus draait op voor de proceskosten, het beslag op de goederen miste dus elke grond en de schade die daaruit voortvloeit moet door de staat worden vergoed.
Het vonnis van de rechtbank heeft echter nog meer consequenties. Advocaat Vink redeneert dat, nu de belastingdienst zijn bevoegdheid verkeerd heeft aangewend, de verkregen informatie die tijdens de boekenonderzoeken werd vergaard nooit naar buiten mocht worden gebracht. De ambtenaren zouden zich dus schuldig hebben gemaakt aan een schending van de geheimhoudingsplicht en dat, zo zegt Vink, “is een ambtsmisdrijf.” Mocht zijn cliënt echt bloed willen zien vloeien, dan zou hij een klacht tegen de individuele ambtenaren kunnen indienen en ze ook nog eens als persoon aansprakelijk kunnen stellen voor de geleden schade. Volgens Vink is zijn cliënt vastbesloten de schade te verhalen op de belastingsdienst. Hij beraadt zich nog op stappen tegen de ambtenaren.
De belastingsdienst heeft hoger beroep aangetekend tegen het vonnis van de Utrechtse rechtbank.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.