“Een biathleet is pas op zijn top als hij 26 is”, zegt Jeroen Borst (16). “We hebben dus nog alle tijd.” Samen met Gaby Willemsen (15) doet hij volgende week mee aan de Europese Jeugd Olympische Winterdagen in het Zweedse Sundsvall met de in Nederland onbekende combinatiesport de biathlon.
Als je tien Nederlanders vraagt wat een biathlon is, mag je blij zijn als één van hen het weet. Dat komt omdat de biathlon (Grieks voor 'tweekamp') een combinatie is van twee sporten die bij ons nauwelijks beoefend worden. Voor langlaufen hebben we te weinig sneeuw en schieten doen we hooguit op de kermis.
Toch zijn er in Nederland wel degelijk mensen die op topniveau biathlonnen. Zij zitten in de nationale selectie, trainen in bergachtige gebieden en nemen regelmatig deel aan internationale wedstrijden.
Jeroen en Gaby hebben het fenomeen biathlon leren kennen tijdens een talentendag die door de Nederlandse Ski Vereniging was georganiseerd. “Ik had vanaf mijn derde geskied, maar nog nooit gelanglaufd”, vertelt Jeroen vanuit Tsjechië, waar hij aan het trainen is. Hij en Gaby werden geselecteerd en belandden na verloop van tijd in de nationale biathlon- en rolskiselectie.
Wat maakt de biathlon nou zoveel leuker dan alleen langlaufen? “Voor langlaufen heb je alleen kracht en conditie nodig, maar bij het schieten moet je echt nadenken”, zegt Jeroen. “Daardoor is biathlon een totaal andere sport dan langlaufen.” Wat Gaby er leuk aan vindt, is in één woord gezegd: “Alles!”
De biathlon is de oudste vorm van skiën. In Noord-Europa zijn vierduizend jaar oude rotstekeningen gevonden van jagers op latten die pijlen, bogen en speren vasthouden. Het is een moeilijke sport. De biathleten sjouwen op de smalle latten door de sneeuw, komen hijgend bij een schietpunt aan en moeten dan hun lichaam zo rustig zien te krijgen, dat ze bij elk schietpunt vijf keer raak schieten. Elke misser levert straf op. Welke straf dat is, hangt van de afstand af. Op de sprint moeten de biathleten voor elk gemist schot een extra ronde skiën, op de lange afstand wordt er een minuut bij hun eindtijd opgeteld.
Een goede biathleet heeft een geweldig uithoudingsvermogen nodig. Gaby en Jeroen werken aan hun conditie door tien uur per week te rolskiën en hard te lopen. Hun schietvaardigheid oefenen ze bij een schietclub. 's Winters gaan ze vaak naar het buitenland. In de Duitse, Tsjechische of Oostenrijkse bergen krijgen ze langlauf- en schietlessen van de Tsjechische trainer Vladimir Cervenka. Omdat ze in een sneeuwloos land wonen, lopen ze achter op biathleten die het wat dat betreft beter getroffen hebben. “Tsjechen, Duitsers en Scandinaviërs kunnen elke dag trainen, die hebben een voorsprong op ons. Maar dit jaar hebben wij meer trainingskampen dan anders. En dan merk je toch dat je die achterstand snel kunt goedmaken.”
Aan de Olympische Winterdagen in Sundsvall doen ongeveer honderd Europese biathleten mee. Toch geven Jeroen en Gaby zichzelf een goede kans om hoog te eindigen. En ook voor de tijd daarna hebben ze hoge verwachtingen. Om te beginnen willen ze zich kwalificeren voor de wereldkampioenschappen voor junioren, over twee weken in Italië. Maar ook van de 'echte' wereldkampioenschappen en zelfs van de Olympische spelen dromen ze al.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.