NEW DELHI - “Je moet de goden niet tarten. Als je iets onderneemt waarin je geluk hoopt te vinden, dien je allereerst Ganosh te vereren.” Dipak Juneja poogt een ernstig gezicht te trekken. In zijn ogen staan lichte verwildering en spanning. We zijn er samen op uit getrokken om ons geluk te beproeven in de loterij. Juneja koopt niet, hij geeft slechts advies. Hij is immers niet meer verslaafd. . .
Uit de meer dan tachtig loterijen met dagelijkse trekkingen die in de Indiase hoofdstad worden gespeeld, kiezen we die van 'Shri Ganesh', het vrolijke-dikke godje met het olifantehoofd. Voor 33 rupees, een kleine twee gulden, worden we de eigenaar van het lootje met nummer 319959. “Een lootje maar? ” vraagt Juneja. Hoe meer lootjes immers, hoe groter onze kans op de hoofdprijs van drieduizend gulden.
Het is kwart voor drie. Over een kwartier vindt de trekking plaats. Het tafeltje van de lootjesverkoper is zo goed als leeg, alsof hij wil onderstrepen dat we nu snel onze laatste kansen moeten grijpen. Die boodschap is aan Juneja goed besteed. Onmiddellijk trekt hij geld tevoorschijn voor nieuwe lootjes. Te kopen door een 'passerende vriend'. Zelf is hij immers niet meer verslaafd. . .
Juneja, een eenvoudige kantoorbediende met een salaris van ongeveer 270 gulden per maand, zegt zes maanden geleden gestopt te zijn met spelen. En dat alles dankzij de Ramayana, het beroemde epos van de vorst Rama. “Op een dag sloeg ik het boek open. De eerste regel die ik las, was: 'Het zal je leven verwoesten, je moet stoppen.' Dat lukte, mede dankzij de hulp van vrienden.”
Ruim een jaar lang kocht hij lootjes. Zijn grootste winst was 140 gulden op een dag. Zijn totale verlies schat hij op zo'n zesduizend gulden, geld dat hij deels met leningen bij elkaar had gesmokkeld. “Ik moest spelen. Als ik op mijn scooter door de stad reed en veel auto's zag waarvan het nummerbord op een 8 eindigde, wist ik dat ik die dag lootjes zou kopen met 8 als laatste cijfer.”
Dipak Juneja is een van de vele tientallen miljoenen Indiers die zijn gevallen voor de verleidingen van het ogenschijnlijk makkelijk te verdienen geld in de loterij. Het precieze aantal kopers is onbekend, maar alleen al in de hoofdstad Delhi gaat jaarlijks bijna vijf miljard gulden in de loterij om. De meeste spelers zijn mensen als Juneja; mannen die het zich financieel nauwelijks kunnen veroorloven, maar die het gokken niet kunnen laten.
De meeste loterijen staan bekend als 'officiele deelstaat-loterijen'. Zo worden de lootjes van Shri Ganesh gedrukt in de deelstaat Haryana, ten noorden van Delhi. De regering van de 'stadsstaat' Delhi zegt de loterijen te willen verbieden, maar weinig te kunnen doen zolang de centrale overheid niet tegelijk alle deelstaat-loterijen verbiedt waarin ook in Delhi kan worden gespeeld.
De statistieken leren dat van elke tien kopers van een lootje er negen hun inzet verliezen. Maar dat lijkt voor de meeste speellustigen slechts een stimulans te zijn om het minstens negen keer vaker te proberen. Het is de logica van de vroegere Belgische stripheld Bert Bibber: “De auto is 300 meter ver weg. Mijn geweer, bedoeld om de banden lek te schieten, draagt slechts 100 meter ver. Dan schiet ik gewoon drie keer.”
Een van de beruchtste gokplekken in New Delhi bevindt zich achter de populaire bioscoop Regal in het hart van de stad. De lucht in de benauwde achteraf-straatjes zindert door het geschreeuw van vele honderden opeengepakte mannen. De verkopers hebben er elk mogelijk hoekje bezet. Hun veelkleurige lootjes, in prijs varierend van twee tot enkele tientallen rupees, gaan in flink tempo van de hand.
Klap een tafeltje uit en je hebt een loterij-stalletje. Maar ook het zadel van een scooter kan als winkel dienen, of de ruimte die vrijkomt wanneer de achterbank van de Maruti, het Indiase stadsautootje, is weggeklapt. Ambulante verkopers vullen een deel van de overgebleven ruimte. Tussen hen allen in schuifelen de op snelle winst beluste mannen.
Lang niet alle verkoopplaatsen zijn legaal. Maar wie bereid is een straatagent wekelijks vijftig gulden toe te schuiven, wordt verder niet lastig gevallen. De 'bijdrage' is vlot terugverdiend, want de loterij is 'big business'. En dat vooral voor de agentschappen, de schakel de diverse deelstaat-loterijen en de verkoper op straat.
Alleen al in Delhi zijn meer dan twintig agentschappen die samen ruim tachtig trekkingen van evenzovele verschillende typen loterijen verzorgen. Nu de klachten over de vermeend ondermijnende effecten van het gokken steeds luider klinken, hebben zij zich publicitair verenigd. De waakhond van hun belangen heet Amitabh Gupta, medewerker van het bedrijf Airads.
“Een verbod op de loterijen”, zegt Gupta, “zou alleen al in Delhi 200 000 mensen werkloos maken. En in heel India acht miljoen mensen. Vergeet niet, het zijn juist de zwakkeren in de samenleving die dankzij de verkoop van lootjes nog een baantje hebben gevonden: ongeschoolden, gehandicapten. Wat zouden zij anders moeten? ”
Om het lot van de spelers, een veelvoud van de verkopers, is Gupta veel minder bezorgd. Dat een aantal mensen zelfmoord heeft gepleegd, nadat zij enorme bedragen hadden vergokt en onbetaalbare schulden hadden gemaakt, wijt hij aan 'een zwakheid van de geest'. Excessen zijn natuurlijk altijd slecht, “maar slechts weinigen worden door de loterij geruineerd.”
Zelf speelt Gupta niet. “Ik zou erg graag willen, maar ik ben een drukbezet man, ik kom te weinig op straat.” Zelfs de stad New York, waarvan een enorme poster de gehele wand achter zijn bureau beslaat, heeft hij nog altijd niet kunnen bezoeken. Gupta weet ook dat het voor een groot deel de werklozen zonder uitkering en met te veel tijd zijn die jacht maken op het grote geld.
Volgens Gupta wordt '91 procent' van het in lootjes omgezette bedrag uitgekeerd aan gelukkigen. Dat zou zelfs zo zijn in het vaak voorkomende geval dat bij een trekking van een loterij van een miljoen lootjes ook de pakweg 900 000 onverkochte nummers meetellen bij de trekking.
De hoofdprijs, het volledige getal van zes cijfers, valt dan ook zelden, geeft hij toe. “Maar”, zo zegt hij zonder ook maar een keer met de ogen te knipperen, “dat vinden we juist jammer. Natuurlijk zouden we graag zien dat de hoofdprijs wel viel. Dat vergroot immers de populariteit van de betreffende loterij.”
Het meeste prijzengeld, bijna negentig procent, zou uitgekeerd worden op het laatste getal. Het lootje van Shri Ganesh bij voorbeeld kost 33 rupees maar levert 300 rupees op als het laatste getal een 9 is. Op het lootje staat dan ook trots vermeld: “300 rupees gegarandeerd bij een blok van tien.” Maar een blok kost 330 rupees, dertig rupees meer dan de winst.
Critici van de loterijen zeggen bovendien dat voor de trekking de onverkochte lootjes worden gecontroleerd. Als blijkt dat een bepaald getal weinig is verkocht, blijkt dat plots het winnende. Van '90 procent' uitkering van het totale prijzengeld is dan dus al lang geen sprake meer. De vette winsten zijn voor de agentschappen.
En de verliezen voor de spelers. Zoals Sanjay Kumar, een collega van de 'ex-verslaafde' Dipak Juneja. Kumar zegt te spelen om zijn inzet te verdubbelen, niet meer en niet minder. Hij gokt al ruim een half jaar; het is hem nog niet gelukt. Zijn verliezen tot nu toe schat hij op ongeveer anderhalf keer zijn bescheiden maandsalaris.
Het kost Kumar weinig moeite om toe te geven dat hij aan de loterij verslaafd is. Dagelijks speelt hij mee in zeven trekkingen. Steeds sluipt hij het kantoor uit om de uitslag te weten te komen. “Mijn werk begint er onder te lijden. Ik begin steeds meer in de problemen te komen. Maar hoe kan ik stoppen? ”
De plaatsen waar hij speelt, zijn over verschillende punten in de stad verspreid. “Ik verspeel behalve geld ook een hele hoop tijd. Op zondag - de enige vrije dag - “zou ik tot rust moeten komen, maar dat lukt me niet. Integendeel, juist op zondag ben ik de hele dag op pad en gun ik mijzelf niet eens de tijd om te eten.”
De 24-jarige Kumar is ongetrouwd en woont nog bij zijn ouders. “Mijn familie is er tegen, maar ook zij kunnen niets doen. Ik weet maar al te goed dat ik er alleen maar bij kan verliezen en toch speel ik, blijf ik proberen mijn inzet te verdubbelen. Slecht, maar ja.
Op het kantoor van 'Sugal and Damani' is geen tijd na te denken over individuele sukkels als Kumar. Voortdurend rinkelen de telefoons; mensen vragen naar de uitslagen van de laatste trekkingen. Op een plank in een van de ruimtes staat een stevig exemplaar van het Indiase Wetboek van Strafrecht. Bijna het gehele gebouw is uit marmer opgetrokken.
Kishor Ajmera is de verkoop-manager van het agentschap 'Sugal and Damani'. Hij zit sinds twee jaar in het loterij-wezen. Daarvoor, zo geeft hij vaag aan, was hij 'algemeen verkoper'. Zijn ogen staan onophoudelijk gericht op twee schermen van het interne tv-circuit. Een van de schermen toont een kelderachtige ruimte, gevuld met stapels versgedrukte lootjes.
De regering in de stadsstaat Delhi wordt geleid door Madan Lal Khurana, de man die zegt de loterijen te willen verbieden. Maar in de hal van Sugal and Damani hangen triomfantelijke foto's van dezelfde Khurana, op vriendenbezoek bij de leiding van het agentschap. Verkoop-manager Ajmera is niet bang dat zijn handel binnenkort verboden wordt. “Het staat immers in de grondwet dat dat niet zo maar kan.”
Het is drie uur geweest. De trekking van Shri Ganesh is voorbij. Het olifantegodje is ons niet gunstig gezind geweest. Zelfs het laatste getal van het winnende nummer, een 2, lijkt nog niet eens op het onze. Toch jammer dat we er niet meer hebben gekocht. Alle verliezende lootjes tegelijk in de lucht gooien, zoals in Delhi gebruikelijk is, geeft immers een mooi effect.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.