NEW DELHI - Als uitslag van een hockeymatch zou het niet misstaan: vijf-vijf. De termen waarin Pakistan donderdag zijn kernproeven aan de wereld presenteerde, deden ook aan een wedstrijd tussen aartsrivalen denken. Na de vijf nucleaire proeven van India zou het buurland Pakistan 'de score' op gelijke hoogte hebben gebracht. Niets is minder waar.
De machtsbalans tussen de twee Zuid-Aziatische landen slaat al vijftig jaar zwaar in het voordeel van India door. Dat geldt voor de zogeheten conventionele wapens, maar ook voor het kernwapenprogramma. Pakistan noch India wordt momenteel in staat geacht een aanval met kernwapens uit te voeren. Maar als het komt tot een nucleaire wedloop in de regio, ligt Pakistan nog steeds ver op India achter. Ondanks die situatie is de stabiliteit in het gebied wreed verstoord.
'Wij hadden geen keuze', zei de Pakistaanse ambassadeur bij de VN. In zijn toespraak tot het Pakistaanse volk trok premier Nawaz Sharif eenzelfde lijn. India, zo meent hij, is steeds de 'agressor'. Pakistan kon niet anders dan zich als kernwapenmacht bewijzen, ondanks de dreiging van internationale economische sancties, die de zwakke Pakistaanse economie in grote problemen kunnen brengen. Naast de veiligheid stond ook de nationale trots voorop.
Veel deskundigen twijfelen aan de kracht van de Pakistaanse proeven. Amerikaanse satellieten hebben in de zuidwestelijke Pakistaanse provincie Baluchistan bewegingen waargenomen die duiden op nieuwe testen. Opvallend was ook dat niemand binnen de Pakistaanse regering details gaf over de proeven van donderdag, zodat zelfs niet duidelijk werd of zich twee, drie dan wel vijf nucleaire explosies hadden voorgedaan. Maar ook met nieuwe proeven lijkt Pakistan de veiligheid die het zoekt niet te kunnen waarborgen, militair noch economisch.
Zowel India als Pakistan zal enorm moeten investeren om raketinstallaties, vliegtuigen en onderzeeƫrs met kernkoppen te kunnen uitrusten. Ondertussen is de dreiging van een nieuwe conventionele oorlog tussen de twee landen veel groter. Zo'n oorlog zou, zoals tweemaal eerder in de afgelopen halve eeuw het geval is geweest, kunnen losbarsten in en rond Kashmir, de noordelijke Indiase moslimdeelstaat waarvan Pakistan een deel in handen heeft. De Indiase regeringscoalitie, onder leiding van de rechts-nationalistische BJP, heeft duidelijk gemaakt de kwestie-Kashmir hoog op de agenda te hebben.
“Laat ons de tijd en de plaats maar weten”, zo zou de Indiase minister voor parlementszaken M. Khurana onlangs tijdens een bezoek aan de deelstaat hebben gezegd, doelend op een nieuwe oorlog over Kashmir. De uitlatingen van de bewindsman zijn officieel tegengesproken, maar de toon is gezet.
- Vervolg op pagina 5
Pakistan kan import nog zes weken betalen VERVOLG VAN PAGINA 1
De Indiase minister van binnenlandse zaken, L. Advani, sprak eerder van een 'pro-actief' beleid van India in de strijd tegen separatistische moslims in Kashmir, die de actieve steun van Pakistan zouden hebben. Advani lijkt bereid de militanten over de al tientallen jaren geldende bestandslijn in het gebied te achtervolgen.
Het argument van India voor dergelijke acties zou zijn dat aan de andere kant van de bestandslijn sprake is van Indiaas gebied dat Pakistan al vijftig jaar illegaal bezet houdt. Van een inval in Pakistan zou dan geen sprake zijn. Na de laatste oorlog tussen de twee landen, in 1971, is in het zogeheten Akkoord van Shimla afgesproken dat India en Pakistan bilateraal een vreedzame oplossing voor de kwestie-Kashmir zullen zoeken. Maar de BJP, die in India voor het eerst aan de macht is, heeft altijd duidelijk gemaakt geen enkele boodschap te hebben aan de Pakistaanse aanspraken op het gebied.
Een nieuwe conventionele oorlog over Kashmir zou Pakistan zeker opnieuw verliezen. Maar ook zonder een dergelijke militaire dreiging zijn de Pakistaanse zorgen na de Indiase en eigen kernproeven al groot genoeg. Premier Sharif mag dan bezweken zijn voor de druk van zijn bevolking om zelf ook kernproeven te houden, nu dat is gebeurd staan Pakistan sancties te wachten die het land waarschijnlijk veel harder zullen treffen dan India, dat eveneens door het buitenland economisch wordt gestraft. In dat licht moet ook de noodtoestand worden begrepen die in Pakistan kort na de proeven van donderdag is uitgeroepen.
Reserves
De financiƫle reserves van het land zijn naar schatting voldoende om nog zo'n zes weken de import van goederen te kunnen betalen. Premier Nawaz Sharif riep de bevolking in zijn toespraak op gezamenlijk de sancties het hoofd te bieden, bijvoorbeeld door nu eindelijk eens massaal gehoor te geven aan de belastingplicht. Zelf zei hij zijn landgenoten voor te gaan in het bezuinigingsbeleid dat nodig is en een einde te maken aan de luxe levensstijl die de smalle top van Pakistans elite zo kenmerkt. Het zijn goedbedoelde maatregelen, waarvan zeer weinigen effect verwachten.
Een land dat circa een kwart van zijn begroting uitgeeft aan militaire doeleinden, terwijl meer dan de helft van de bevolking ongeletterd is, kan zich nucleaire experimenten bijster slecht veroorloven. Dat premier Sharif dit goed beseft, bleek tijdens een persconferentie na zijn toespraak, waarin hij India een niet-aanvalsverdrag aanbood en, net als India eerder deze maand, duidelijk maakte te willen praten over het zogeheten kernstopverdrag (CTBT), waarin momenteel geen van beide landen partij is.
Juist dat vormt ook het enige lichtpuntje in de enorme crisis die de regio Zuid-Azie momenteel teistert. De Amerikaanse president Clinton hoopt nog steeds de twee landen hierin verder te krijgen. “Twee keer verkeerd staat niet gelijk aan goed,” zo omschreef hij de Indiase en Pakistaanse kernproeven. Voor later dit jaar staat nog steeds een bezoek van Clinton aan de regio gepland. Wellicht dat dan de twee landen binnen verdragen als het CTBT kunnen worden gehaald. Het zou 'de score' enigszins gelijkbrengen. Voorlopig is Pakistan, meer nog dan India, de verliezer in de wedstrijd der nucleaire waanzin.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.