*

 
dossier

Archief

'Massaal nee door slechte imago Peper'

Door: redactie − 26/08/95, 00:00

Van een onzer verslaggevers ROTTERDAM - Het slechte imago van de Rotterdamse burgemeester Bram Peper heeft er mede voor gezorgd dat de uitslag van het referendum van 9 juni een massaal 'nee' werd. Dat concluderen prof. dr. P. Tops en dr. P. Depla.

De twee wetenschappers van de Katholieke Universiteit Brabant stellen, dat burgemeester Peper door de tegenstanders van de opdeling van de stad als een symbool werd gebruikt. Posters met de afbeelding van Peper, die tegenstanders in de stad ophingen, werden volgens Tops en Depla op prijs gesteld. Ook grapjes over de burgervader vielen bij de Rotterdammers in de smaak.

“De negatieve houding van burgers ten aanzien van politici, politieke partijen en het gemeentebestuur is van invloed geweest op het succes van de campagne”, schrijven de twee in hun rapport. Omdat de Rotterdammers zich niet herkennen in de plaatselijke politiek, en er zelfs een hekel aan hebben, was het gemakkelijk scoren voor de tegenstanders van de opdeling van Rotterdam. Hoewel burgemeester Peper zich tijdens het referendum op de achtergrond hield, en de promotie overliet aan wethouder Kombrink, pakte het voor hem toch verkeerd uit.

'Onwettig'

Het voorstel van minister Dijkstal en staatssecretaris Van der Vondervoort (binnenlandse zaken) de stadsprovincies in de regio's Twente, Eindhoven en Utrecht en het stedenknooppunt Arnhem-Nijmegen te schrappen, is onwettig. Dat stelt de Groningse hoogleraar D. Elzinga.

Volgens Elzinga moeten de bewindslieden de wet wijzigen om hun voorstel door te kunnen zetten. Laten zij dat na, dan zouden de vier gebieden volgens de hoogleraar een proces voor de rechter vrijwel zeker winnen, zo schrijft hij in het weekblad Binnenlands Bestuur.

De Kaderwet schrijft voor dat de ontwikkeling van de gebieden tot stadsprovincie in een termijn van drie jaar moet worden geĆ«valueerd. Ook bevat de wet uitgebreide rapportageverplichtingen voor de betrokken overheden. Elzinga: “Over die rapportage is bij de parlementaire behandeling van de wet nu juist veel te doen geweest.”

mailIcon print |