*

 
dossier

Archief

Een gezicht uit het verleden

WILLEM BREEDVELD − 24/01/97, 00:00

Sinds de fractievoorzitter van het CDA, Enneüs Heerma, in het CDA-jaarboek 1995 de historische woorden sprak dat tegenwoordig de marges voor de oppositie wel uitzonderlijk gering zijn geworden, wekt het nauwelijks verbazing dat hij inmiddels in de populariteits-polls onderaan de lijst is komen te bungelen. Relatieve nieuwkomers die geen kans zien zich hoe dan ook te onderscheiden blijven onbekend en onbekend maakt niet alleen onbemind, maar heeft in het huidige tv-tijdperk automatisch tot gevolg dat geen kiezer je ziet staan.

Je zou het vanwege Heerma's onvermogen om zichzelf en daarmee ook het CDA een eigen kleur te geven, zelfs een vorm van gerechtigheid kunnen noemen, ware het niet dat in diezelfde polls ene Van den Broek te Brussel ineens bovenaan de lijst blijkt te staan; iemand die zich in geen vier jaar op het Binnenhof heeft vertoond en die dus de kiezer geen enkele informatie heeft verstrekt hoe in benarde tijden dan wèl oppositie te voeren. Nochtans, toen Buro Inter/View de kiezer vroeg wie de nieuwe lijsttrekker van het CDA moet worden, bleek Euro-commissaris Hans van den Broek voor maar liefst 31 procent van de CDA'ers de aangewezen man te zijn. Tweede werd Elco Brinkman (!) met 16 procent, gevolgd door Jaap de Hoop Scheffer, 10 procent, Tineke Lodders, 9, en ten slotte Heerma, 6 procent.

Wat is de waarde van zo'n peiling? Ik bedoel, valt er meer over te zeggen dan een: gunst, wat jammer voor Heerma, maar wel leuk voor de vroeger aan alle kanten door Lubbers gemangelde kroonprins van het CDA. Want, heette het toen, Van den Broek was veel te rechtlijnig, te calvinistisch ondanks zijn katholieke achtergrond. Van den Broek moest zijn heil maar in Brussel zoeken, Brinkman was de nieuwe man. En kijk nu eens. Eerst wordt Brinkman afgeslacht, om vervolgens als goede tweede min of meer als de verloren zoon te worden binnengehaald, en gunt het electoraat aan Hans van den Broek zelfs de erepalm.

Het zijn aardige overpeinzingen voor de bittertafel waar noch het CDA noch de kiezer veel wijzer van wordt. Voorzover deze peiling iets zegt, dan wel dit: het CDA is er kennelijk nog steeds niet in geslaagd over de eigen schaduwen heen te stappen. Als kiezers een lijstje krijgen voorgelegd met namen, gaan ze voor anker bij de namen die hun op een of andere manier aanspreken, meestal een bekend gezicht. Dat ze teruggrijpen naar het verleden (hoewel niet helemaal, want Van den Broek komt regelmatig op de buis) betekent dat de nieuwe gezichten de oude nog niet hebben kunnen verdringen.

Belangrijker is de constatering dat de partij de nieuwe gezichten kennelijk ook niet in staat heeft gesteld zich op herkenbare wijze te onderscheiden. In dit verband is interessant te lezen wat Heerma als oorzaak voor dit onvermogen heeft gegeven. In genoemd jaarboek schrijft hij: “Vergeet niet dat uit onderzoek (cursivering van mij - W.B.) blijkt dat velen binnen onze achterban best tevreden zijn met het beleid van de coalitie. Ook uit brieven merken we dat men vindt dat het kabinet zijn best doet (. . .) De marges voor de oppositie zijn dus zeer gering.”

Volgens mij zit daar de crux. Onderzoek geeft aan dat kiezers niet zitten te springen om duidelijk onderscheid te maken, en uit zichzelf kunnen en willen partijen dat onderscheid ook niet meer maken. En dus moeten ze het volgens de politicoloog Philip van Praag voor hun profilering grotendeels hebben van hun ideologische schaduw uit het grijze verleden. En voor het overige is men aangewezen op de smalle marges van Heerma, met als fraaie paradox dat de kiezer diezelfde Heerma niet ziet staan en terugvalt op een aansprekend gezicht uit het verleden.

Tel uit je winst.

mailIcon print |