*

 
dossier

Archief

Remonstranten twijfelen Broederschap mort nu ook over vrijzinnige oecumene

Door: redactie − 06/06/94, 00:00

Van een onzer verslaggevers DEN HAAG - Na het afhaken bij de grote protestantse oecumene van het Samen op Weg-proces groeien in de Remonstrantse broederschap nu ook de twijfels over de vrijzinnige oecumene. De algemene vergadering van de remonstranten ging zaterdag weliswaar akkoord met het voorstel van haar bestuur om de pogingen tot vrijzinnige samenwerking nog niet te staken, maar dat ging niet zonder gemor en ook niet in eenstemmigheid.

Negentien afgevaardigden stemden tegen en vier onthielden zich van stemming, terwijl de 33 voorstemmers dat deden in de wetenschap dat ze pas in november een definitief oordeel hoeven te vellen over de samenwerkingsplannen met de Nederlandse protestantenbond, de Zwinglibond en de Vereniging van vrijzinnig hervormden.

De voorgenomen samenwerking is nog maar een mager aftreksel van het kloeke beleidsplan dat de - toen nog vijf - vrijzinnige groeperingen krap een jaar geleden presenteerden. Aanleiding voor hun rapport was de opheffing van de Centrale commissie voor het vrijzinnig protestantisme. De Doopsgezinde sociëteit had eind '92 de commissie de rug toegekeerd, de subsidie werd stopgezet, en vanuit de achterblijvende kerken klonk de kritiek dat in de commissie veel te vrijblijvend over samenwerking werd gesproken. Het reanimeringsplan pleitte voor het bundelen van de vrijzinnige krachten op het vlak van publiciteit, toerusting van de leden, predikantsopleidingen, en -conventen. Verder diende er één gezamenlijk professioneel landelijk blad te komen om de werfkracht van de vrijzinnigheid te vergroten.

Het voorstel dat de remonstrantse afgevaardigden zaterdag onder ogen kregen betrof niet meer dan een geregeld voorzitttersoverleg van vier van de vijf vrijzinnige kerkgenootschappen en samenwerking op projectmatige basis. De Doopsgezinde sociëteit is afgehaakt en wil eigenlijk alleen nog samenwerken met de remonstranten met wie nu regelmatig wordt overlegd, onder andere over de plaatselijke gemeenten waar samen wordt gekerkt. De vrijzinnig hervormden hebben hun handen vol aan Samen op Weg. En misschien zijn de remonstranten zelf ook wel niet zo enthousiast meer, druk als ze zijn met een revitaliseringsproces van het eigen kerkgenootschap. Het idee voor een gezamenlijk blad staat nog wèl steeds overeind. Maar, schreef het remonstrants bestuur in een toelichting, “een gezamenlijk blad is uitsluitend zinvol als er ook sprake is van samenwerking op andere gebieden”. Duidelijkheid over de samenwerking denkt ze te hebben in het najaar als een extra algemene vergadering het nihil obstat moet geven aan het opgaan van het eigen orgaan 'AdRem' in 'Zicht', zoals het nieuwe blad moet gaan heten.

En dat laatste ligt bijzonder gevoelig. Een afgevaardigde uit Deventer deelde zaterdag mee dat haar gemeente het 'bijzonder jammer' zou vinden als AdRem zou verdwijnen. “AdRem is een blad, daar staan we voor en daar leven we uit.” De vertegenwoordiger van Leeuwarden vertelde van zijn ervaringen bij het opgaan van het blad voor Nederlandse biologen in een groter geheel. “Het is een absolute ramp geworden. Iets dergelijks raad ik u zéér af. Begin er in godsnaam niet aan!” Als de vrijzinnige samenwerking al zo wankel is, vroeg afgevaardigde A.J.A. van Royen ('s-Gravenhage), moet je dan wel door gaan met dit vrijzinnig blad dat bovendien een verwatering betekent van de remonstrantse identiteit. En curator ds. C.W. van Veen-De Graeff riep op lering te trekken uit de 'treurige ervaringen' die de vrijzinnige samensprekingen hebben opgeleverd. Voorzitter ir. W.E.R. van Herwijnen vond het echter nog te vroeg om nu al een punt te zetten achter de jongste poging tot samenwerking, gezien de vele plaatsen waar remonstranten met andere vrijzinige gelovigen samenwerken.

Veel warmer lopen de remonstranten voor het eigen revitaliseringsproces. De algemene vergadering besloot unaniem tot het stimuleren van regionale samenwerking tussen gemeenten, zodat predikanten zich kunnen specialiseren. Verder zal geloofsverdieping een veel zwaardere nadruk krijgen, onder meer door de uitbouw van het predikantenseminarie tot studie- en bezinningscentrum. En voorzichtig wordt gedacht aan andere vormen van gemeentezijn dan alleen geografisch; een gemeente van alleen ouderen of jongeren, een actieve of contemplatieve gemeente, een vrouwen- of mannengemeente. Binnen de Remonstrantse broederschap bestaat sinds kort een jongerengemeente in oprichting, 'Arminius'. Met enige aarzeling gaf de vergadering aan de jongeren toestemming om het een jaar te gaan proberen, tot op een beraadsdag in 1995 de principiële vraag beantwoord zal worden of zulke gemeenten wel een goede zaak zijn. Daarover wordt in remonstrantse kring verschillend gedacht. Maar een motie om het jongereninitiatief al bij voorbaat de aanduiding gemeente te ontzeggen, haalde het bij lange na niet. De toch niet al te oude ds. J.H.W. Blaauw zou “er zelf nooit opgekomen zijn anno 1994 een jongerengemeente op te richten waar weer gedoopt wordt, huwelijken gesloten en belijdenis wordt gedaan. Maar als jonge mensen van nu dat willen dan moeten wij ouderen ons daar niet mee bemoeien. We moeten hier nou niet zo'n jongerengemeente gaan dooddiscussiëren. Geef ze de ruimte. We zijn toch remonstranten!?” Hij kreeg een open doekje.

mailIcon print |