PEKING - In het jaar 2000 zullen er in China naar schatting 132 miljoen senioren zijn. Niemand weet wie voor al die zestig-plussers zal zorgen. Vergrijzing is een van China's grootste problemen. De Chinese staat is daarom bezig een pensioensysteem op poten te zetten dat de bejaarden van de toekomst van een inkomen kan voorzien.
Minister Melkert (sociale zaken) is deze week in China om een samenwerkingsproject tussen Nederland en China van de grond te tillen. De Chinezen kunnen dan leren van de Nederlandse manieren om voor de oude dag te zorgen. “Maar het staat vast dat het een zaak is van lange adem”, zei Melkert na een eerste gespreksronde met onder meer zijn Chinese collega Li Boyong.
Vergeleken met de toekomstige bejaarden, hebben de ouderen van tegenwoordig een aardig leven. Velen ontmoeten elkaar iedere morgen in het park. De mannen laten hun vogels uit door ze met kooi en al in de boom te hangen. De vrouwen doen aan gymnastiek of yangge, een traditionele dans waarbij ze met gekleurde waaiers zwaaien. Ook disco, zo hebben ze ontdekt, is goed voor de bloedsomloop. Deze ouderen wonen vaak bij hun kinderen in huis. Omdat hun pensioen, betaald door de 'staatswerkeenheid', onvoldoende is, springen alle kinderen bij in hun levensonderhoud.
Maar in de toekomst doen ze dat niet meer. De gevolgen van de één-kindpolitiek, het regime waaronder echtparen maar één kind mogen krijgen, worden dan voelbaar. Tegen het jaar 2000 zal een gehuwd stel voor vier ouders en, met een beetje pech, ook nog voor acht grootouders moeten zorgen. Vorig jaar besloten de Chinese autoriteiten overigens dat gezinnen in die situatie voortaan twee kinderen mogen krijgen.
Niet alleen kunnen de kinderen dat financieel niet opbrengen, ze zijn er ook steeds minder toe bereid. De economische hervormingen hebben grote invloed op het familieleven. De kinderen hebben het te druk met hun carrières om zich bezig te kunnen houden met hun ouders. De ouderen voelen dat. “We wilden onze kinderen niet langer tot last zijn. Dus zijn we hier heen gekomen”, verklaart de 81-jarige Li, die met haar man in een piepklein kamertje in een van Pekings schaarse bejaardentehuizen woont.
Haar man heeft hartklachten en ligt in bed. Mevrouw Li zit naast hem. Ze vertelt heel tevreden te zijn over het tehuis. “Onze kinderen wilden niet dat we hierheen kwamen. Ze vonden het een belediging dat we weg gingen. En een schande voor de buren. Maar we hebben het toch gedaan. Hier is alles veel makkelijker. Ons eten wordt naar de kamer gebracht en eens per week komen de verpleegsters ons helpen met douchen.”
Het oude echtpaar geeft zijn hele pensioen aan het tehuis en de kinderen betalen nog bij. Ze hadden geluk dat er plaats was, want bejaardentehuizen zijn een nieuw verschijnsel in China.
De directrice van het tehuis vertelt dat een bed in haar tehuis nooit lang vrij is. En dan accepteert het tehuis alleen nog maar mensen uit de stad, met de juiste connecties.
De ouderen die er zitten hebben het naar hun zin. Ze genieten van de voorjaarszon op de balustrade voor de rij kleine kamertjes. Maar de directrice van het tehuis geeft toe dat ze niet weet hoe het in de toekomst moet.
Veel werkeenheden zijn nu bejaardentehuizen aan het bouwen. Ook de buurtcomités houden zich met het probleem bezig. Ze zetten in de parken scholen op, waar ouderen overdag kunnen leren schilderen en handwerken. Net als hier en daar in Nederland, zijn er ook dagcentra waar de kinderen hun ouders overdag heen kunnen brengen.
Steeds meer ouderen zorgen echter voor zichzelf, ook financieel. Zo zijn er tienduizenden bedrijfjes in China, meestal in de sociale sector, die zijn opgezet door bejaarden. Op straat verkopen zestig-plussers soms kleding en speelgoed. Anderen krijgen na hun pensionering een extra baantje in de werkeenheid. Voor tachtig procent van een normaal salaris mogen ze dan schoonmaken.
Maar geld blijft een probleem. Meestal moeten de kinderen bijbetalen, want de pensioenuitkeringen bedragen gemiddeld slechts 500 yuan, zo'n honderd gulden, per persoon per maand. Sommige ouderen die voor een arme werkeenheid werkten, ontvangen maar 170 yuan, nauwelijks genoeg om een week van te leven.
Niet alleen zijn er steeds minder kinderen om in die gevallen bij te springen, ook de staat heeft straks geen geld meer om de pensioenen uit te betalen. De overheid zoekt daarom naar een oplossing waarbij iedereen bijspringt: de staat, de kinderen, de particuliere sector en de ouderen zelf. Net als in Nederland, zal de staat een basispensioen betalen zoals de AOW. Alleen kan die in China hoogstens 20 procent van het laatst verdiende loon bedragen. Daarnaast gaan bedrijven bijdragen en tot slot moeten mensen een privé-pensioenverzekering kunnen afsluiten.
Die laatste hervorming betekent dat er in China een markt zal ontstaan voor verzekeringsbedrijven als ING. De verzekeringstak van dit concern wacht al drie jaar op een vergunning om de Chinese markt op te mogen. J. Holsboer, lid van de raad van bestuur van ING, was er dan ook tevreden over dat hij door Melkert werd gepresenteerd als onderdeel van het Nederlandse pensioensysteem. Volgens Holsboer blijken vroegere socialistische landen dankbare klanten. “In Hongarije hebben we 40 procent van de markt. In principe moet je in een land voldoende gezinnen hebben die 1 000 gulden per jaar aan premie kunnen betalen. Dat lijkt eerst veel voor mensen die niet gewend zijn premies te betalen, maar dat geld blijkt er dan wel te zijn.”
De afgelopen dagen besloten de Chinezen en Nederlanders in Peking dat de komende jaren nog een vijftal delegaties over en weer zullen reizen om de Chinese vorderingen te bestuderen.
De huidige delegatie, waarin ook vertegenwoordigers van de Sociale Verzekeringsbank zitten, reist deze week ook naar Chongqing, een stad in Midden-China. In Shanghai, de laatste bestemming van Melkert, bestaat al sinds 1993 een particulier pensioenstelsel, waarbij werknemers met de bedrijven en instellingen waar zij werken, drie procent van hun loon in een onafhankelijk gemeentefonds storten.
Het nieuwe verzekeringssysteem werkt ook bevrijdend. Het maakt een einde aan de ijzeren greep die staatswerkeenheden hebben op de werknemer. Vroeger waren de Chinezen totaal afhankelijk van de leider van de werkeenheid. Als hij of zij je op straat zette, was je alles kwijt: inkomen, huis, ziektekostenverzekering en ook het pensioen. Onder het nieuwe systeem kan een werknemer van werkgever veranderen zonder dat dat nadelen heeft voor zijn pensioen.
Maar ook in Shanghai geeft men toe dat de tot nu toe opgebouwde pensioenen in de toekomst niet genoeg zullen zijn. Een econoom van het Shanghai Bureau voor sociale zekerheid zegt dat de stad net genoeg fondsen heeft opgebouwd om de huidige gepensioneerden in leven te houden. In de komende jaren moeten de Shanghainezen nog tussen de tien en twaalf miljard gulden sparen, willen ze het eerste kwart van de volgende eeuw doorkomen.
Als het China lukt een pensioenstelsel op te zetten, kan Nederland daarna helpen het verder te ontwikkelen. Zo heeft China een nieuwe verzekering nodig in geval van werkloosheid of arbeidsongeschiktheid. Net als de ouderen, moeten op dit moment ook werklozen en gehandicapten het in China zelf uitzoeken. Door hervormingen in de staatsindustrie, waarbij veel overtollige arbeiders worden ontslagen, loopt het werkloosheidscijfer al in de miljoenen. Melkert ziet een goed pensioen als een eerste stap. “Sociale zekerheid begint bij een goede oudedagsvoorziening”, zegt hij.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.