*

 
dossier

Archief

Principiële uitspraak Hof leek slechts einde discussie

BERT VAN PANHUIS − 22/01/98, 00:00

WASHINGTON - Zeker achteraf beschouwd kan het als naïef worden bestempeld, maar spraakmakend Amerika stelde vandaag precies 25 jaar geleden vast dat een van de meest emotionele kwesties die de samenleving bezighield voor eens en voor altijd was geregeld. Het Hooggerechtshof had bepaald dat een vrouw het grondwettelijke recht had om een zwangerschap in de eerste dertien weken te beëindigen.

Het oordeel in de zaak van Jane Roe (de schuilnaam van een jonge Texaanse vrouw, die later Norma McCorvey bleek te heten) tegen Henry Wade (de hoogste openbare aanklager in Texas) had abortus, een tot dan illegale ingreep die jaarlijks duizenden Amerikaanse vrouwen het leven kostte, teruggebracht tot een persoonlijke beslissing van de zwangere vrouw. Dacht men althans, want de strijd over zwangerschapsbeëindiging is 25 jaar later nog even intens, emotioneel en soms grof als destijds.

Twee voorbeelden. Een: Het bestuur van de Republikeinse partij stond eind vorige week onder zware druk van tegenstanders van de abortuspraktijk om niet langer geld beschikbaar te stellen voor de campagne van partijgenoten, die weigerden zich uit te spreken tegen de zogeheten partial-birth abortion. Deze ingreep, die na de eerste drie maanden van de zwangerschap wordt toegepast en waarbij, tijdens een onvoltooide geforceerde bevalling de hersenen van de foetus worden verwijderd, wordt door tegenstanders bestempeld als zuigelingenmoord. Na een heftig debat hield het bestuur vast aan zijn eerdere standpunt om niemand financiële steun te weigeren. De reden was uiteindelijk opportunistisch; met een banvloek riskeerden de Republikeinen hun meerderheid in het Congres te verliezen.

Voorbeeld twee. Een arts in Florida vertelde van de week op de televisie dat hij de hulp had ingeroepen van de plaatselijke sheriff, omdat hij zich bedreigd voelde door demonstranten die dagelijks bij zijn abortuskliniek demonstraties tegen hem hielden. Dat gevoel hoeft niet ingebeeld te zijn, want de afgelopen jaren zijn zeker zes artsen en medewerkers van klinieken door fanatici vermoord. De sheriff reageerde met de opmerking dat hij de arts een kindermoordenaar vond en dat hij in zijn gebeden om diens bekering zou vragen. De dokter kreeg uiteindelijk zijn bescherming, maar wel van politieagenten uit een naburige regio.

Het jaarlijkse aantal abortussen in de Verenigde Staten ligt sinds het einde van de jaren zeventig tussen de 1,2 en 1,4 miljoen. Met name de afgelopen jaren is er een afname tot 1,2 miljoen. Het 'profiel' van de vrouwen is al jaren hetzelfde. Driekwart is jonger dan dertig jaar, zestig procent is blank en 35 procent zwart. Acht van de tien vrouwen zijn ongehuwd, ofschoon de helft al minstens een kind heeft. Bijna de helft heeft al eerder een zwangerschap laten afbreken. Bij voortzetting van de huidige trend zal 43 procent van de Amerikaanse vrouwen een abortus hebben gehad voor de leeftijd van 45 jaar wordt bereikt.

Een meerderheid van de bevolking was in 1973 voor het recht op abortus en anno 1998 deelt drie op de vier Amerikanen volgens een opinie-onderzoek van de New York Times die opvatting nog steeds. Wel is er een verschuiving aan de gang binnen de groep voorstanders. Het percentage dat de vrijheid onbeperkt wil houden slinkt en de groep die meer beperkingen wil aanbrengen groeit naar de 45 procent. Voor abortussen na de dertiende week is niet meer dan vijftien procent voorstanders te vinden. Hoe ongemakkelijk het Amerikaanse publiek zich met het verschijnsel abortus voelt geeft het feit aan dat vijftig procent van de door de Times ondervraagden de ingreep als moord blijft beschouwen. Het Hooggerechtshof dat in 1973 met zeven stemmen voor en twee tegen - een van hen was de huidige voorzitter van het hof William Rehnquist - abortus legaliseerde stond te boek als gematigd vooruitstrevend. Maar ondanks pogingen in de jaren tachtig van de Republikeinse presidenten Ronald Reagan en George Bush om tegenstanders van de ingreep in het hoogste rechtscollege van Amerika te benoemen is nog steeds een meerderheid van vijf leden voor handhaving van de uitspraak uit 1973. Wel bestaat sinds het begin van de jaren negentig de neiging bij de meer conservatieve leden om de regels voor de abortuspraktijken te laten vaststellen door de vijftig afzonderlijke staten van de VS. Maar aan het principe van het grondwettelijke recht wordt nog niet getornd. De toegankelijkheid van abortus wordt niet alleen bepaald door de richtlijnen, die tal van staten de afgelopen jaren hebben opgesteld. Het maakt heel wat uit of de vrouw in de stad of op het platteland woont. In Washington hoef je de Gouden Gids maar open te slaan en onder het kopje Abortus vind je drie pagina's met adressen en advertenties, voorzien van teksten als 'We spreken ook Spaans' of 'We accepteren credit cards van American Express, Master Card en Visa'. Maar dunbevolkte staten in het middenwesten van de VS zoals North Dakota moeten het doen met een kleine kliniek, die wordt bemand door een 'vliegende dokter'.

Het aantal vrouwenartsen dat abortussen uitvoert vergrijst snel en een meerderheid is al boven de vijftig jaar. Niet alleen is het een specialisme waar weinig eer en ontzag mee valt te behalen, veel jongere artsen worden ook afgeschrikt door de luidruchtigheid en het fanatisme, waarmee de harde kern van de tegenstanders van abortus zich manifesteert bij de klinieken. Op het platteland worden veel artsen en hun gezinnen geterroriseerd door bedreigingen met de dood of telefonische scheldpartijen. In uitzonderlijke gevallen rechtvaardigen geestelijken het vermoorden van abortusartsen.

Politiek zijn de kampen van de voor- en tegenstanders volgens de partijscheidslijnen verdeeld. Een overgrote meerderheid van de voorstanders, de pro-choicers, is Democraat. De pro-lifers, de tegenstanders van abortusvrijheid, krijgen weinig kans hun mening op de officiële podia uit te dragen. Toen in 1988 de toenmalige gouverneur van Pennsylvania Robert Casey spreektijd vroeg op de partijconventie in Atlanta werd hem dat geweigerd. In de verkiezingsprogramma's heeft het recht op abortus een vaste plaats, wie als kandidaat voor een hoog ambt een ander standpunt uitdraagt kan de steun van het partijapparaat wel vergeten.

Bij de Republikein is het spiegelbeeld te zien. Een grote meerderheid is voor een abortusverbod, en in elk geval voor een inperking van de vrijheid. De politieke invloed van met name fundamentalistische christenen, die zijn georganiseerd in de Christian Coalition en minder massale bewegingen, op het partijapparaat is groot, zeker in de regio. Op de partijconventie, die hem in juli 1996 tot kandidaat voor de presidentsverkiezingen uitriep wist Robert Dole ternauwernood te voorkomen dat een abortusverbod tot het officiële partijstandpunt werd verheven.

mailIcon print |