ZWOLLE - Het congres van GroenLinks heeft met een vergaande radicalisering van het verkiezingsprogramma de geloofwaardigheid van de partij als alternatief voor de PvdA geen goed gedaan.
Dankzij de harde maar opbouwende, soms pragmatische opstelling van partijleider Paul Rosenmöller, oefende GroenLinks de afgelopen jaren aantrekkingskracht uit op twijfelaars onder het PvdA-electoraat, die kritisch zijn gestemd over het liberale gehalte van het kabinetsbeleid en het vervaagde ecologisch profiel van de sociaal-democraten. Het congres in Zwolle heeft het vertrouwen van deze potentiële kiezersgroep in het realiteitsgehalte van het GroenLinkse alternatief geschaad, met radicale uitspraken over defensie- en vredespolitiek, de koopkracht van de minima, het basisinkomen, het koningshuis en de winstbelasting.
De afgevaardigden hebben daarmee Rosenmöllers campagnestrategie om deze kiezers bij de PvdA weg te lokken ondermijnd, opmerkelijk genoeg zonder een woord van protest van de partijleider zelf. Rosenmöller doet met die terughoudendheid denken aan wijlen Joop den Uyl. De PvdA-leider liet op cruciale momenten zijn loyaliteit aan de partij zwaarder wegen dan zijn bezwaren tegen de partijkoers, zelfs als deze de PvdA in een tijdelijk isolement bracht.
Juist nu de Navo zich in een beslissend stadium van haar bestaan bevindt met de voorgenomen toelating van Hongarije, Polen en Tsjechië als lid, spreekt GroenLinks op voorstel van het Congres uit dat deze 'blokorganisatie' samen met de West-Europese Unie zo snel mogelijk moet worden opgeheven. Hetzelfde legde het congres in het programma vast voor de aparte krijgsmachtonderdelen marine, luchtmacht en landmacht. Het programma voorziet in een bezuiniging van drie miljard gulden op defensie, hetgeen onherroepelijk de opheffing van de Luchtmobiele brigade impliceert. Deze brigade is speciaal gevormd met het oog op de omvorming van de krijgsmacht tot een interventieleger, dat in internationale vredesoperaties kan worden ingezet, een wens die het congres óók opnam.
De vraag dient zich aan met welke middelen GroenLinks de Nederlandse krijgsmacht aan vredesoperaties wil laten deelnemen. Het congres bleef het antwoord schuldig, net als Rosenmöller. In een vraaggesprek met deze krant zei hij vrijdag, dat GroenLinks op het materieel wil bezuinigen, niet op soldaten. Dat laat voor de Nederlandse deelname aan vredesoperaties slechts twee mogelijkheden open. Ofwel GroenLinks wil de soldaten zonder bewapening op pad sturen, ofwel de partij gaat ervan uit dat andere landen de lasten zullen dragen.
In dat licht zegt Rosenmöllers beroep op de 'internationale gemeenschap' niet langer afzijdig te blijven in de Algerijnse burgeroorlog nog niets over de aard van dat optreden, noch over de bereidheid van GroenLinks met militaire middelen de moordpartijen in het Noord-Afrikaanse land te stoppen. Nochtans beloonde het congres de partijleider met applaus voor zijn oproep aan minister Van Mierlo (buitenlandse zaken) zijn 'voorzichtige koers' te verlaten en zich te beijveren voor een 'actief optreden'.
Een even verwarrende uitspraak deed het congres over het staatsbestel. Ofschoon de afgevaardigden het voorstel van de afdeling-Delft verwierpen de monarchie af te schaffen, spraken ze even later impliciet de banvloek over het koningshuis uit door zich te keren tegen erfelijke staatsfuncties. Het congres wil dat de staten-generaal voortaan het staatshoofd kiezen.
Tegelijkertijd keerde het congres zich tegen de gekozen minister-president. De combinatie van deze wensen levert een presidentieel stelsel op, zonder dat GroenLinks de kiezer duidelijkheid verschaft over de macht die zij de president gunt. Kiest zij voor het Franse model, met veel macht voor de president, of krijgt het staatshoofd juist niet meer dan een representatieve functie? In dat laatste geval (de hoogstwaarschijnlijke voorkeur van GroenLinks) is het de vraag waarom de president de democratische legitimatie van een verkiezing door de staten-generaal behoeft.
Hoewel de partij in het ontwerp-verkiezingsprogramma om haar wensen te kunnen betalen al een lichte stijging van het financieringstekort accepteerde, voegde het congres daar nog enkele verlangens ten bedrage van miljarden aan toe. Om te beginnen moet de koopkracht van álle mensen met een uitkering de komende jaren met tien procent omhoog, wat in het ontwerp-verkiezingsprogramma nog beperkt bleef tot de uitkeringstrekkers die drie jaar of langer op het minimum zijn aangewezen.
Daarnaast sprak het congres uit dat het 'voetinkomen' van 250 gulden dat GroenLinks wil invoeren (een vorm van basisinkomen dat iedereen ongeacht zijn leefomstandigheid ontvangt) in vier jaar tijd tot 400 gulden moet worden verhoogd. Dat kost twaalf miljard gulden. De financiering ervan staat of valt met een beperking van de aftrekposten en een verhoging van de milieubelastingen, twee omstreden en tijdverslindende operaties die GroenLinks nastreeft. Een 'substantiële' verhoging van de winstbelasting van bedrijven is een laatste radicalisering die het congres in het verkiezingsprogramma aanbracht.
De goede verstaander zal in de congresrede van Rosenmöller de eerste trekken hebben ontwaard van de strategie die hij in de verkiezingscampagne zal volgen. Opvallend vaak personifieerde hij zijn kritiek op het beleid van de paarse coalitie door PvdA-leider Kok als eerstverantwoordelijke aan te wijzen. Die strategie houdt verband met de analyse dat een strijd tussen Kok en VVD-leider Bolkestein onherroepelijk ten koste van GroenLinks zal gaan. Kiezers met een sympathie voor GroenLinks zullen geneigd zijn toch Kok te stemmen, om te voorkomen dat Bolkestein premier wordt. In strategisch opzicht is het daarom voor Rosenmöller raadzaam uit te dragen dat een stem op Kok net zo goed een stem op het paarse beleid is als een stem op Bolkestein. Het GroenLinks-congres heeft deze strategie bemoeilijkt, door mogelijke spijtoptanten van de PvdA met de radicalisering van het programma af te schrikken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.