PERTH - Op dezelfde locatie waar het voor Inge de Bruin zeven jaar geleden allemaal begon, voelde het verloren gewaande talent zich weer in de armen gesloten van de internationale zwemelite. In Perth kwam de even pure als wispelturige modelzwemster op de 100 meter vlinderslag terug als zevende van de wereld met een Nederlands record (1.00,09) dat ze eigenlijk aan de magere kant vond. Terecht, de barrière van een minuut is nog altijd niet gebroken.
Grensverleggend waren de mannen op de 4x100 vrij gisteren net niet bezig, maar vijfde op een WK worden was op deze discipline door Nederland nog niet eerder vertoond. De stilstand ten opzichte van de Spelen, waar ook door slotzwemmer Pieter van den Hoogenband als vijfde werd aangetikt, is optisch bedrog. Twee ervaren leden van toen hebben afscheid genomen en zijn vervangen door de jongelingen Martijn Zuijdweg en Johan Kenkhuis bij wie de bovenarmen nog als breekbare twijgjes ogen. Met nog tweeënhalf jaar om die tot staalkabels om te vormen, ligt er een fraai olympisch perspectief in het verschiet.
Niemand had het enkele jaren geleden kunnen bevroeden, maar met zilver op de 4x200 en de grote mogelijkheden op de halve afstand, kan Nederland bij de mannen een even gevreesd vrije slagland worden als het bij de vrouwen ooit is geweest.
Die laatsten hadden met name op de 4x100 een geduchte reputatie, waarvan inmiddels niets meer over is. Inge de Bruijn is wat dat onderdeel betreft de laatste exponent van een rijke generatie. Tijdens de WK van 1991 was de concurrentie met zeven kandidaten voor de eindstrijd moordend, maar dwong de toen pas zeventienjarige zwemster een plaats af in de brigade die brons won. Een half jaar later liet ze zich samen met Diana van der Plaats, Marieke Mastebroek en Karin Brienesse in Athene kronen tot Europees kampioene. Het was meteen het meest succesvolle jaar voor de Bruijn, die Europees zilver won op de 100 vlinderslag en het op de korte baan zelfs tot kampioen schopte in een Europees record.
Jong en ongedwongen, en alles gaat van zelf. Hoe groot de perspectieven ook waren, het is nooit echt meer iets geworden met Inge de Bruijn. Ze genoot met volle teugen van de media-aandacht en de lol die hard zwemmen met zich meebracht. Maar als het op afzien aankwam, gaf ze zo vaak niet thuis dat haar begeleiders er tureluurs van werden en een voor een de handdoek in de ring gooiden. Dat deed de Barendrechtse zelf in 1996, toen ze zich kwalificeerde voor de Olympische Spelen maar zich uiteindelijk terugtrok. En zich voor de televisie verbeet over wat ze allemaal miste.
Altijd had De Bruijn ze afgeslagen, maar uiteindelijk ging ze toch in op een uitnodiging om in Amerika te gaan trainen. Het was een vlucht die zowaar de terugkeer inleidde. Coach Paul Berger biedt een zodanig afwisseld programma, dat de inmiddels 24-jarige zwemster de discipline waaronder dat gebeurt op de koop toeneemt. In Perth leverde het twee persoonlijke records op de 100 meter vrij op en gisteren dan de verschuiving van haar eigen nationale topper op De Bruijn's specialiteit. In vergelijking met twee WK's geleden, schoot ze er slechts een plaats in de eindrangschikking mee op.
Natuurlijk had De Bruijn onder de minuut moeten duiken - zoals zes finalisten deden - om weer een beetje mee te tellen in het internationaal gezelschap. Nu stelt ze zich toch weer te makkelijk tevreden met oppervlakkige bijzaken zoals dat “iedereen het fijn vindt dat ik weer terug ben”. Het verschil met de nummer zeven Moravcova was nog altijd ruim een halve seconde. De Bruijn liet zich in baan een wellicht te veel beïnvloeden door de naast haar liggende Japanse Aoyama, die met de duikbootmethode tweede werd. Waar stiliste De Bruijn als eerste na de start naar adem hapte, kwam Aoyama een meter of dertig verder als laatste - en qua positie als eerste - boven. “Je ziet die Japanse onder water aan je voorbij schieten, en dan wil je mee. Want je weet dat zij zeker in de 59 seconden zal uitkomen. Ik ben blij dat dat onder water zwemmen wordt afgeschaft.”
Techniek
Dat is niet zo verwonderlijk, want Inge de Bruijn is met haar goede techniek een boven water-zwemster bij uitstek. Door haar relatief geringe conditie zal ze nooit van de voordelen kunnen profiteren. Ooit verbood de Fina de onderwatertechniek omdat de zwemsport daarmee nog ontoegankelijker voor het grote publiek zou worden. Vanwege de stagnatie van prestaties werd de techniek tot weer vrijgegevan, maar na Perth is het weer afgelopen. Dan is vijftien meter voor zwemmers de grens om zich weer te tonen. Terwijl een vlinderslagzwemmer als Denis Pankratov - in Perth afwezig - juist het meest applaus pleegt te krijgen als hij ver voor de rest van het veld na veertig meter pas opduikt.
Met de duikboottechniek wordt de snelheid van de startsprong - die bij bovenkomen bijna tot nul wordt gereduceerd - lang behouden. Bovendien is het lichaam onder water gestroomlijnder als de zwemmer zich optimaal naar voren beweegt. Dit vergt niet alleen een uitnemend watergevoel maar ook een geweldige conditie. Omdat de spieren bij zwemmen onder zuurstofschuld snel verzuren.
Dat is een probleem waarmee Inge de Bruijn boven water al problemen mee pleegt te hebben. “Ik stortte nu op de laatste 25 meter wel in, maar niet zo erg als vroeger. Ik ben hier in vorm, dat heb ik gelukkig bewezen. Dat geeft hoop voor mijn zwemtoekomst. Hoe die eruit ziet, bekijk ik van jaar tot jaar. Maar wat mij betreft ligt zij in Amerika.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.