*

 
dossier

Archief

Stadsbestuur Rotterdam wil niets weten van interimwet stadsprovincie van het kabinet

Door: redactie − 25/01/97, 00:00

Van een onzer verslaggevers ROTTERDAM - De gemeente Rotterdam vindt de gefaseerde weg naar een stadsprovincie Rotterdam, waarvoor het kabinet kiest met een interimwet, 'onwerkbaar en dus onaanvaarbaar'.

In een brief aan de raad noemt het gemeentebestuur het huidige wetsontwerp een 'onbestemde weg'. “Dit betekent ook dat overdracht van bestuur en beheer van haven in de interim-situatie voor ons onbespreekbaar is.” Wethouder Hans Simons zei gistermiddag dat de start in fasen van een Rotterdamse stadsprovincie teveel risico's in zich draagt. Het wetsontwerp bepaalt bij voorbeeld dat bestuur en beheer van de haven moeten worden overgedragen aan een zogeheten pre-provincie.

In de beoogde opzet moet het gemeentelijk havenbedrijf als eerste regionaal gaan werken. Maar omdat het havenbedrijf intensief samenwerkt met andere diensten, zou de haven dan geïsoleerd raken.

Volgens Rotterdam moet de wetgever de stap naar een 'krachtig grootstedelijk bestuur in één keer zetten'. Anders is het gevaar groot dat het proces uitloopt op een door niemand gewenst 'tussenmodel', zoals bij voorbeeld het openbaar lichaam Rijnmond. Het kabinet lanceert in zijn ontwerp-interimwet een gefaseerd proces van vier à vijf jaar met het type stadsprovincie (zónder opdeling van Rotterdam) dat de commissie-Andriessen oktober vorig jaar lanceerde.

Dit 'tijdstraject' gaat volgens het Rotterdamse college te lang duren. Het zou tot een jarenlange verlamming van het gemeentelijk apparaat kunnen leiden. “Gegeven de enorme gevolgen voor dit gebied, willen we niet het risico lopen dat de zaak halverwege blijft steken”, zei Simons.

Hij vindt dat alle betrokken partijen nog eens goed over de invulling van de stadsprovincie moeten nadenken. En pas dan kan de stap naar een krachtig bestuur van de Rotterdamse regio in één keer kan worden gezet. “In plaats van de onbestemde weg van de interimwet, kiezen wij voor een invoeringswet op basis van een helder, wettelijk vastgelegd eindmodel”, schrijft het gemeentebestuur de raad, die 20 februari debatteert over interimwet en advies-Andriessen.

Hans Simons zette het Rotterdamse standpunt maandag uiteen in een gesprek met staatssecretaris Van de Vondervoort (binnenlandse zaken). Volgens B en W van Rotterdam bestaan ook in het dagelijks bestuur van de stadsregio Rotterdam, bezwaren tegen manier waarop het kabinet het einddoel wil bereiken.

Simons zei gisteren dat hij eventuele irritaties over de Rotterdamse stellingname niet onderschat. Maar hij vindt dat 'minder belangrijk dan het risico dat niemand hiermee op termijn gelukkig zal blijken te zijn'. Simons streeft naar 'consensus' over de inhoud van een lex specialis voor de beoogde stadsprovincie. “Maar als je een interimwet krijgt, die faalt ben je nog verder van huis.”

Vandaar zijn hartewens dat de komende maanden de betrokken overheden - rijk, provincie, de omliggende gemeenten en Rotterdam - overeenstemming bereiken over een wetsontwerp. En zodra dat wetsontwerp er is, wil Simons over de inhoud een 'maatschappelijk gesprek' aangaan met de bevolking.

Hij zou het onverstandig vinden geen lessen te trekken uit het referendum, begin 1996, toen de Rotterdammers zich massaal verzetten tegen de opdeling van hun stad. “Laten we als politici hiervan leren.” Hij benadrukte dat hij al voor het rapport-Andriessen zei dat de burger moet worden geraadpleegd.

mailIcon print |