Van onze parlementsredactie DEN HAAG - De op 75-jarige leeftijd overleden dr. J. W. de Pous heeft vrijwel z'n hele loopbaan in politiek Den Haag bekend gestaan als een geharnaste compromissenzoeker. Met de bijnaam 'Jan Compromis' nam hij dan ook in 1985 afscheid van de Sociaal-economische raad, waarvan hij ruim 20 jaar voorzitter was.
Dat zoeken naar harmonie had hij zich niet aangeleerd omdat hij nu eenmaal werkgevers en -nemers bij zich aan tafel kreeg in de Ser. Ook in de partijpolitiek vond de CHU'er dat de tegenstellingen niet moesten worden overdreven. Hij zag al vrij vroeg iets in één christen-democratische partij. Hij was bij de eersten met zijn pleidooien om de christelijke partijen samen op te laten trekken, al beperkte hij dat aanvankelijk tot de protestants-christelijke CHU en ARP. “Ik geloof dat de beginselen die wij in politiek Nederland willen uitdragen een groter effect zullen hebben wanneer CHU en ARP de handen ineenslaan. De weelde van twee afzonderlijke groeperingen kunnen wij ons eigenlijk niet veroorloven”, zei De Pous in 1963.
Dat was in zijn laatste jaar als minister van economische zaken in het kabinet De Quay (1959-1963), waarin KVP, ARP en CHU met de VVD samenwerkten. De Pous was een bestuurder, niet direct een politicus die zich ook thuis zou voelen in het parlement. Hoewel hij het ministerschap er goed afbracht, wenste hij geen Kamerkandidaat te zijn.
De zoon van een bloemenkweker uit Aalsmeer onderbrak in de oorlog zijn studie economie aan de Gemeente Universiteit Amsterdam om voor het illegale Trouw, onder de schuilnaam Paul, geldzaken en materiaalvoorziening te 'doen'. Na de oorlog was hij kort directie-secretaris bij deze krant. Later leidde hij het bestuur van de stichting de Christelijke pers. In 1953 werd hij lector aan de Vrije Universiteit, waar hij na zes jaar vertrok om minister van economische zaken te worden, als jongste in het kabinet.
Dat hij geknipt was in 1964 om als voorzitter van de Ser te bemiddelen in de toen grimmige strijd tussen vakbeweging en ondernemers en te bouwen aan de Nederlandse overleg-economie, blijkt uit één van de weinige citaten die van hem konden worden opgetekend. De Pous liet in 1973 aan de Haagse Post weten: “Tegenover u wil ik wel bekennen dat ik vaak gekweld ben door de vraag: waar sta ik nu eigenlijk precies? Nu heb ik eindelijk zekerheid gekregen: ik sta in het midden.”
Hij zei dat in een interviewvorm, die hij zelf verkoos. De Pous liet zich nooit door journalisten citeren. Interviews zouden zijn onafhankelijke positie maar ondergraven, redeneerde hij. Het vraaggesprek met de Haagse Post had hij opgestuurd: de vragen en antwoorden had hij zelf geformuleerd.
Minder problemen had hij met een andere vorm van afhankelijkheid, waarop hij begin jaren '70 werd bekritiseerd. NVV-voorzitter Kloos vond, mèt Kamerleden van PvdA en CPN, dat de Ser-voorzitter te veel nevenfuncties had bij het bedrijfsleven. Maar De Pous vond dat die commissariaten nodig waren om goede voeling te houden met de maatschappij. De lijst van nevenfuncties beperkte zich niet tot het bedrijfsleven, maar varieerde ook nog eens van voorzitter van het Algemeen Haags Comitè tot lid van de raad voor predikantspensioenen.
Bij de Ser moest De Pous in zijn laatste jaren moeizaam accepteren dat de politiek steeds minder waarde ging hechten aan het georganiseerde overleg tussen werkgevers en werknemers. De echte zaken werden steeds vaker gedaan buiten het overlegorgaan aan de Bezuidenhoutseweg om. Een slechte zaak, vond de altijd naar harmonie zoekende voorzitter. “Wanneer zo nu en dan een ontploffing onontkoombaar is, kan het beter op een maatschappelijk forum tot zijn recht komen, dan dat een kabinet er onder lijdt”, was zijn redenering.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.