*

 
dossier

Archief

Zuiver Nederlands is niet het Nederlands van de middelbare school

WIL BIJLSMA − 09/09/95, 00:00

De auteur is taalkundige.

Joekes ziet fouten, onnauwkeurigheden, geschoten bokken, dikdoenerige vreemde woorden, vreemde constructies en woordkeuzen, zoals ook Heldring in de NRC Handelsblad deed en doet, en Greshof vroeger. En zoals iedereen die zichzelf taalvaardig vindt, dat doet. Ikzelf heb er ook last van. Als ik de taal van Heinze Bakker hoor, zit ik met mijn tenen krom. Echter, zijn al die fouten wel fout? Is het wel fout als Heinze Bakker zegt dat je de tennisster geen vechtlust kan ontzeggen? Is schrobbering wel een taalfout? Is het taalkundig fout om Timmer bedrijfsleider van Philips te noemen? Lijdt de ooggetuige aan taalzwakte als zij de atoombom op Nagasaki hartroerend noemt in plaats van hartverscheurend?

Het Nederlands verandert, zoals elke taal. Dat gebeurt al zolang talen bestaan. Een taal is een levend organisme: zinsconstructies veranderen, er komen woorden bij, er gaan woorden af, woorden krijgen een andere betekenis. Een kastelein was vroeger een kasteelheer. Nu niet meer. Tafel was vroeger een woord van de bezetter, de Romeinen. Zuiver Nederlands was desk. Nu komt desk via de computertaal weer in het Nederlands terug.

Talen beïnvloeden elkaar. Elke taal grenst aan andere talen. Elke taal neemt over uit andere talen. De ene taal meer, de andere minder. Dat hangt van het aantal contacten af, van het aantal vreemdelingen, en van de georiënteerdheid van een cultuur. Nederland is door de eeuwen heen sterk internationaal georiënteerd geweest. Daardoor heeft het Nederlands veel uit andere talen overgenomen. Het is de vraag of dat in deze tijd meer gebeurt dan bijvoorbeeld in de Gouden Eeuw. In 1585 veroverden de Spanjaarden Antwerpen. Vijftigduizend vluchtelingen kwamen naar Amsterdam. Zij waren de migranten van toen. Wat zijn ze gehaat, maar gelukkig voor hen waren de meesten rijk. Amsterdam had toen zelf een bevolking van ook 50 000 mensen. Amsterdam werd dus overspoeld door een totaal nieuwe bevolking met een sterk afwijkende taal. Hoe afwijkend plat Antwerps was, kan een ieder nog horen. Ikzelf heb op een veerboot in Scandinavië een gezelschap Fins horen praten, tot ik er na een half uur achter kwam dat het Antwerps was.

Deze vreemdelingen door de eeuwen heen hebben het Nederlands diepgaand veranderd. Toch is Nederland er niet door ondergegaan, en het Nederlands ook niet. Uitwisseling tussen talen is inherent aan het feit dat er talen bestaan.

En taalkundig is het ook volslagen logisch dat iemand op een bepaald moment verfromfraaid gaat zeggen in plaats van verfomfaaid. Dat komt door verfrommelen. Even logisch is het dat we praten over dansen naar de pijpen. Bijna niemand weet meer dat pijpen fluitspelen betekent, en dat het dus dansen naar het pijpen was. Misschien wordt het door de seksuele openheid vanzelf weer dansen naar het pijpen.

Wat Joekes en Greshof en Heldring ergert, en mijzelf ook als ik Heinze Bakker hoor, is niets meer dan normale taalontwikkeling. Maar toch wil blijkbaar bijna elke taalgebruiker dat de taal ophoudt zich te ontwikkelen vanaf het moment dat hij van de middelbare school is gekomen. Op school hebben we immers geleerd dat taal iets is zoals etiquette: 'hoe hoort het eigenlijk', met regels en fouten. Foutloos spellen en zuiver Nederlands spreken is iets dat status geeft. Nog meer status geeft het als je zo goed bent in taal, dat je anderen op een fout kunt betrappen.

Het blijft boeiend dat veranderingen in de taal en in de spelling op zoveel weerstand stuiten. Het lijkt ook wat strijdig met andere maatschappelijke ontwikkelingen. Iedere Nederlander mag zich tegenwoordig kleden zoals hij of zij wil. En heel het Nederlandse landschap is onherstelbaar veranderd door snelwegen en de spiegelende bedrijfsgebouwen erlangs. Geen Joekes en geen Heldring die ertegen protesteert. Of heette het vorige stuk van Joekes 'Het zuivere landschap'?

mailIcon print |