*

 
dossier

Archief

Stekelenburg: Europese aandacht voor welzijn en werkgelegenheid

ESTHER BIJLO; WILLEM BREEDVELD − 16/01/96, 00:00

Het is een reëel spookbeeld: een decennium lang tien miljard gulden per jaar te moeten bezuinigen terwille van de Europese monetaire unie. Volgens Johan Stekelenburg, voorzitter van de vakcentrale FNV, is zo'n bezuiniging echt meer dan de Nederlandse samenleving kan verwerken. Ook hij vindt dat de Emu er moet komen. Maar hij wil niet dat de criteria voor toelating tot de monetaire unie rigide worden toegepast. “De Emu is geen doel op zich. Het gaat om het welzijn en de werkgelegenheid van 320 miljoen burgers in Europa.”

Volgens echt Keynesiaans recept zou je op zo'n moment de overheidsbegroting moeten laten expanderen om zo de economie een flinke oppepper te bezorgen. Zo ver wil de voorzitter van de FNV niet gaan. Maar hij vindt wel dat de overheid in dat geval minder zal moeten bezuinigen, een 'scheutje Keynes' dus. Stekelenburg: “Op die manier kunnen de investeringen in de infrastructuur en de technologie op peil blijven, blijft het stelsel van sociale zekerheid voor afbraak behoed en kan voorkomen worden dat Nederland afglijdt naar armoede”.

Stekelenburgs oproep komt niet uit de lucht vallen. Extra bezuinigingen om de Nederlandse staatsschuld terug te brengen van 80 naar 60 procent volgens de Emu-norm zijn voor hem onaanvaardbaar.

Stekelenburg: “We lopen nu aardig in de pas. Als de staatsschuld duidelijk naar beneden gaat, is dat voldoende voor toelating. De verwachtingen voor de economische groei zijn goed, we groeien redelijk riant naar de monetaire unie toe. Maar als het met de economie minder gaat, moet je niet doorgaan met de strikte lijn van forse bezuinigingen. Dan moet je zorgen dat je de economie niet dempt en duurt het maar wat langer tot de zestig procent bereikt is. Tien jaar lang 10 miljard per jaar bezuinigen om de staatsschuld op zestig procent te krijgen, is echt te veel gevraagd. Dat kunnen wij ons niet veroorloven. Die 18 miljard die het kabinet nu bezuinigt, is al aan de grens van wat kan en eigenlijk erover heen, ware het niet dat Kok de mazzel heeft dat het goed gaat met de economie. Daarom blijft het nu redelijk rustig.”

Overigens wil Stekelenburg er geen twijfel over laten bestaan dat de Emu er moet komen. Meer Europese samenwerking betekent vrede en veiligheid en een beter afgestemd economisch beleid. Maar na de euforie van 1992, toen in het verdrag van Maastricht de basis voor de Emu werd gelegd, is de scepsis in de vakbeweging gegroeid. “De belofte was dat de unie meer zou betekenen dan het wegnemen van handelsbarrières. Het Europees Parlement zou meer te zeggen krijgen. Het sociale stelsel zou niet naar beneden geharmoniseerd worden. Er zouden vijf miljoen banen bijkomen. Dat is er onvoldoende uitgekomen. De werkloosheid in Europa stijgt nog, er zijn nu bijna twintig miljoen mensen werkloos. En de sociale zekerheid staat onder grote druk.”

Tegelijkertijd zijn de monetaire toelatingseisen het Europese denken op een boekhoudkundige manier gaan beheersen. Alsof het terugbrengen van het financieringstekort het hoogste goed op aarde is, zegt de FNV-voorzitter met ironie. Natuurlijk zijn die eisen belangrijk, vindt ook de vakbeweging. Maar uiteindelijk draait het om het welzijn van de mensen op basis van een gelijkere verdeling van de welvaart in de wereld, de werkgelegenheid in Nederland en een gezonde ecologische ontwikkeling. “Daar doen we het voor. Het doel is niet de Emu, of een harde euro.”

Daarom heeft het volgens Stekelenburg ook geen zin in volle vaart en met oogkleppen op naar de monetaire unie te sprinten en intussen allerlei slachtoffers te maken. “Zoals de normen voor veilig en gezond werk, de koopkracht, de sociale zekerheid. Gooi iedereen maar aan de kant. Als dat gebeurt, wordt de weerstand van burgers groot.” Stekelenburg kan zich wat dit betreft uitstekend vinden in het beeld dat de econoom Wolfson gebruikte: “De monetaire unie lijkt op joggen. Wie zich ongeoefend in deze sport stort heeft een verhoogd risico. Langzaam een conditie opbouwen is derhalve het devies”.

Voor topambtenaar Geelhoed van economische zaken is deze waarschuwing boter aan de galg gesmeerd. In zijn traditionele nieuwjaarsartikel in het economenblad ESB zei hij dat Nederland zich strikt moet houden aan de toelatingseisen voor de Emu. De Emu garandeert een evenwichtig economisch klimaat, redeneert Geelhoed (lees minister Wijers, zijn baas), en dat is dus goed voor de werkgelegenheid. Dat vindt Stekelenburg een te rigide visie: “Geelhoed zal toch ook oog moeten hebben voor de maatschappelijke gevolgen. Nu ziet dat er allemaal nog positief uit. Maar stel dat je de samenleving straks met zulke immense bezuinigingen moet opzadelen? Dat kan toch niet? Bovendien is het eenzijdig, alsof je er met een stringente Emu bent. Nee, we moeten ook meer doen aan de werkgelegenheid. Denk aan de mogelijkheid om de BTW op arbeidsintensieve produkten te verlagen. Of aan de mogelijkheid van lastenverschuivingen, zoals het invoeren van energieheffingen. Dat zijn dingen die bij uitstek op Europees niveau moeten gebeuren. Het kabinet moet zich in Brussel meer inzetten voor de werkgelegenheid. Tot dusverre doet alleen Melkert dat, minister van sociale zaken. Maar Wijers en Zalm, van financiën, laten zich niet horen”.

Op de route naar de monetaire unie, ligt de overlegeconomie als een moeras van organisaties en adviesorganen lelijk in de weg, schrijft Geelhoed verder. De overlegeconomie van Nederland is in de woorden van Geelhoed als een polder met dijken er omheen. De golven van de VS en Japan beuken tegen de dijken die binnenkort zullen doorbreken.

Lariekoek, vindt Stekelenburg. De overlegeconomie zorgt juist voor sterke dijken. Nederland is niet verstard en dichtgetimmerd, zoals economische zaken stelt. “De evenwichtige arbeidsverhoudingen en het sociale stelsel bevorderen juist de dynamiek die hij zo graag wil. Dat zijn voorwaarden voor groei. Je ziet het toch ook? Nederland groeit harder dan België en Duitsland. De werkgelegenheid neemt met 1,5 procent toe, twee keer zoveel als het Europees gemiddelde.”

De redenering van Geelhoed en Wijers is volgens de FNV-voorzitter een gevaarlijke. Onder het paarse kabinet dreigen de maatschappelijke organisaties, zoals de vakbeweging en de Sociaal-economische raad, gemarginaliseerd te worden. “Dat is gevaarlijk omdat daarmee de samenhang in de samenleving onder druk komt te staan. Je hebt een maatschappelijk middenveld nodig. De overheid kan niet zonder de correctie van maatschappelijke organisaties. Dat kun je niet aan individuele burgers overlaten. Organisaties zullen hun belangen moeten articuleren”.

Maar is de partij van minister-president Kok, de PvdA, daar niet mede schuldig aan? Bovendien leek Kok in zijn rede in de Rode Hoed de discussie ook nog eens te versmallen tot de overheid en de markt, alsof daar niets tussen zit.

Stekelenburg: “De PvdA hinkt op twee gedachten. Enerzijds vinden ze dat de politiek het primaat behoort te hebben. Maar anderzijds erkent de PvdA ook het belang van een maatschappelijk middenveld. Dat wringt weleens. Maar ook voor de PvdA geldt dat de overheid het niet alleen kan en de markt evenmin. Een overlegdemocratie is het beste en daar heb je de organisaties voor nodig. Geschroeide aarde noemt Bolkestein het. Ik hoop niet dat de PvdA zich in die gedachtengang laat meespelen.”

En wat Kok betreft? Ach, je kunt zijn verhaal als een pragmatisch geheel opvatten. Maar Stekelenburg las er her en der verspreid genoeg idealen in. En in ieder geval gelooft hij er niets van dat de premier zijn sociaal-democratische plunje zou hebben afgeschud: “Voor mij is Kok herkenbaar gebleven”.

mailIcon print |