*

 
dossier

Archief

Ze trok er te paard op uit om te prediken op marktpleinen

COLET VAN DER VEN − 06/01/98, 00:00

Lucette Verboven: “Wat mij het meest getroffen heeft zijn de vier zinnetjes waarmee iedere aflevering begint. 'Ik vind in mijzelf geen enkel houvast voor welk vermogen dan ook. Ik strek mijn handen uit naar God, opdat ik door hem gedragen zal worden als een veertje dat, zonder gewicht en meewaaiend op de krachten van de wind, door hem wordt bewaard.' Soortgelijke beelden ben ik eerder tegengekomen tijdens de jaren dat ik aan zen-meditatie deed. Japanse kerseblaadjes die verwaaien op de wind, of de steen die zich mee laat nemen door de rivier. De overgave aan dat wat groter is dan jijzelf om te komen tot wat werkelijk van belang is. Een terugkerend thema in de mystiek is het gegeven dat de menselijke persoonlijkheid zelf niets is maar alle kracht aan God ontleent. Dat moet je niet opvatten als een teken van minderwaardigheid maar als wendbaarheid, overgave. Deze woorden van Hildegard weerspiegelen voor mij dat zij die overgave bereikt had. In mijn ogen staat zij op één lijn met de profeten uit het Oude Testament. Ze is een visionaire.”

Oftewel, in Hildegards eigen woorden: 'Ik weet wat de psalmen betekenen. Ik zie de evangeliën voor mij. Nee, ik ben dan niet in extase. Ik droom ook niet, ik ben klaarwakker. Ik zie niet met de ogen van mijn lichaam maar het is mijn ziel die dit schouwt. Zowel 's nachts als overdag'.

Hildegard von Bingen (1098-1179) is het tiende en jongste kind van adellijke ouders en, zoals in die tijd gebruikelijk (het tiendrecht), wordt zij op achtjarige leeftijd aan God, c.q. het klooster geschonken, waar ze ingemetseld in een kluis de eerste jaren doorbrengt. Als ze vijftien is neemt ze de sluier aan. Van jongsaf aan heeft ze visioenen, die haar - tot ziekmakens toe - in vertwijfeling brengen. 'Waar komt de stem vandaan die zegt dat ik dit moet opschrijven? Waarom al deze dingen vertellen? Die afschuwelijke hoofdpijn. Is het omdat ik dit niet wil opschrijven, dat alles zwart voor mijn ogen wordt? Mijn God, ik voel me helemaal verlamd. Ik zie zelfs niet meer.'

Ten einde raad richt ze zich tot de grote geestelijke leidsman van de twaalfde eeuw, Bernardus van Clairvaux, die haar ervan overtuigt dat dit visionaire schouwen een genade van God is waar ze zich aan moet overgeven. 'En zie, in het drie-en-veertigste jaar van mijn leven scheurde de hemel open in een geheimzinnig licht en sidderend opende mijn geest zich.'

Met de hulp van een haar toegewijde monnik, Volmar, zet ze zich aan het opschrijven van haar visioenen. Wanneer vervolgens ook paus Eugenius III haar gave als authentiek erkent, groeit haar zelfvertrouwen en ontwikkelt ze zich tot een profetes die de moed heeft om autoriteiten te bekritiseren.

Ze trekt er te paard op uit om te prediken in kloosters, kerken en op marktpleinen. Zachtzinnig in haar commentaar is ze bepaald niet. en daarbij maakt ze geen uitzondering voor haar eigen kerk.

Lucette Verboven: “Als Hildegard spreekt over de kerk gaat ze uit van twee verschijningsvormen. Enerzijds de ecclesia in al haar schoonheid, die zij hoogacht, anderzijds de 'ecclesia' in al haar verderfelijkheid, waartegen zij fulmineert. Die laatste verschijnt haar in een visioen, als een gestalte met een mooie bovenkant, een normaal middenlichaam en een wanstaltig onderlijf, waar tussen de gespreide benen een drakenmond zit met een uitstekende punt. Een blikseminslag vernietigt het monster. Voor Hildegard drukt dit erotisch geladen beeld uit dat, wat er ook met de kerk gebeurt, haar geestelijke kracht uiteindelijk niet aangetast zal worden. Maar dat alles overwinnende geloof in die kerkelijke kracht weerhoudt haar er niet van de clerus de mantel uit te vegen over hun zedeloos en luxueus leven. 'Gij kunt niets anders doen dan uzelf vetmesten en gij verkoopt uw ambten. Gij zijt erger dan schorpioenen!”'

Niet alleen de clerus krijgt ervan langs, ook de keizer moet eraan geloven. 'Pas op dat de hoogste Koning u niet teneer werpt vanwege de blindheid in uw ogen, die immers niet zien hoe u de scepter moet hanteren om uw ogen goed te beheersen.'

Haar visioenen en haar onverschrokken prediking maken Hildegard tot een beroemdheid en ze wordt een vraagbaak voor bisschoppen, koningen, boeren en landgraven.

Verboven: “Het was in die tijd heel gewoon om vrouwen die als wijzen beschouwd werden raad te vragen maar Hildegard nam een bijzondere positie in. Regine Pernoud, een Frans historica, noemt haar 'het geïnspireerde geweten van de twaalfde eeuw'.”

Hildegards roem is echter geen lang leven beschoren. Lucette Verboven: “Haar secretaris verbreidt haar geschriften tot in Parijs en dan raakt Hildegard in de vergetelheid. Thomas van Aquino doet zijn intrede en met hem de rationaliteit in theologie en filosofie. Als Hildegard al genoemd wordt in de daaropvolgende eeuwen is het alleen nog als een hysterische, dweepzieke dame. Het eenheidsdenken van Hildegard, een van de meest waardevolle aspecten van haar werk, raakt uit de gratie. Ik heb het idee dat het er beter met het christendom zou voorstaan, als het had doorgeborduurd op dat denken. Hildegard gaat uit van een eenheid tussen lichaam en ziel, man en vrouw, geslachtelijkheid en geest, mens en kosmos, het zichtbare en het onzichtbare. 'Als de mens zondigt lijdt de kosmos', zegt zij.”

“Opmerkelijk is ook dat bij Hildegard noch de vrouw, noch het lichaam minderwaardig is. Seksualiteit noemt zij door God gewild en natuurlijk. Onomwonden, zeker voor die tijd, schrijft ze over de erotische band tussen man en vrouw, geslachtsgemeenschap, menstruatie en het orgasme. Waar ze die kennis vandaan haalde? Zelf leefde ze celibatair, dat was onderdeel van de regel van Benedictus, maar in die tijd was het gebruikelijk dat kinderen in hetzelfde bed als hun ouders sliepen, dus Hildegard heeft ongetwijfeld veel gezien en gehoord. Verder neem ik aan dat er met haar, in haar hoedanigheid als raadsvrouwe, ook gesproken is over seksuele problemen maar dat blijft speculeren. Overigens is in dat verband een interessant detail dat haar maagden - nonnen - zich niet mochten opmaken om mannen te behagen maar wel om God te behagen. Het was hen dus toegestaan met sieraden en loshangend haar in het koor verschijnen.”

Hildegard von Bingen heeft driehonderd brieven, bijna tachtig composities, een paar gedichten en vijftien boeken op haar naam staan, waaronder de drie lijvige boekwerken Scivias (Ken de wegen), Liber Vitae Meritorum (Het boek van het verdienstelijk leven), en Liber Divinorum Operum (het boek van de goddelijke werken). Verboven: “Moeilijke geschriften. Ik heb meer dan eens de Scivias dichtgedaan en op het punt gestaan het op te geven. Ze schrijft in de middeleeuwse traditie. Lang, taai, uitgebreid. Tegelijkertijd stuit je af en toe in haar werk op pareltjes. Zo schrijft Hildegard in een afscheidsbrief aan Ricardus, een haar zeer dierbare non: 'De mens die omhoog blikt tot God kijkt als een adelaar in de zon.' Als een adelaar: hoog, dichtbij de zon, eenzaam. Het vertoont verwantschap met het beeld van het veertje, gedragen en weggeblazen door de wind: die beelden zijn leidmotieven in de serie geworden.”

Drie jaar bezig zijn met Hildegard laat zijn sporen na. “Ik moest in het ziekenhuis onder narcose voor een onschuldige operatie. Voor ik wakker werd zag ik ineens duidelijk het visioen van de Drieëenheid, zoals Hildegard dat ook door haar nonnen heeft laten vastleggen in een van haar miniaturen. Ik zag de kleuren goud, blauw en rood, die de Vader, de Zoon en de Heilige Geest symboliseren en de vlammentongen die het hoofd van een gestalte binnendringen. Prachtig. Achter mijn schouder voelde ik iets. Ik wilde kijken maar het lukte niet. Het was alsof God achter me stond. Toen ik bijkwam uit de narcose heb ik uren over dat visioen gepraat.”

De televisieserie over Hildegard von Bingen is gedeeltelijk gedramatiseerd en heeft gedeeltelijk een documentair karakter. Episodes uit haar leven worden nagespeeld, plaatsen waar Hildegard woonde, worden bezocht, en deskundigen laten hun licht schijnen over de verschillende facetten van Hildegards persoonlijkheid. De keuze voor docu-drama is met name ingegeven door overwegingen van budgettaire aard, maar Lucette Verboven gelooft niet dat het uiteindelijke product te lijden heeft onder deze beperking. “Naar mijn mening hebben we de essentie belicht, doet de serie recht aan de veelzijdigheid van Hildegard en heeft Ineke ter Heege haar op een mooie manier belichaamd. Toen ik op een dag van de studio naar huis reed kreeg ik het beeld voor ogen van de monnik uit Echternach, die haar eerste biografie schreef. Wil van Neerven - de regisseur - en ik hebben haar leven herschreven met licht en beelden. In zekere zin zijn wij haar eigentijdse biografen.”.

mailIcon print |