*

 
dossier

Archief

Nieuwe rechtszaak voor drugsbaron

Door: redactie − 16/01/98, 00:00

DEN HAAG (ANP) - De 45-jarige hoofdverdachte van de omvangrijke drugszaak met de codenaam Exodus krijgt een geheel nieuw proces. Volgens de Hoge Raad heeft de in februari 1996 tot twaalf jaar veroordeelde man geen eerlijk proces gehad. De strafzaak moet daarom integraal worden overgedaan.

Volgens justitie vormde de in Turkije geboren man de spil van een crimineel netwerk dat op grote schaal heroïne importeerde. Het Nederlandse deel van de organisatie, waarvan een reeks verdachten tot celstraffen werden veroordeeld, opereerde vooral in de Amsterdamse Mercatorbuurt. De drugshandel deed de wijk verloederen tot de politie ingreep en in 1993 onder de codenaam Exodus tot een grote schoonmaak overging. Circa 200 mensen werden gearresteerd.

De vermeende bendeleider exploiteerde een restaurant in de buurt, waar geregeld criminele vergaderingen werden belegd. Volgens criminologen onderhield hij contacten met tal van hooggeplaatste personen in Turkije. Oud-hoofdcommissaris Nordholt onthulde in 1993 dat de man vergevorderde plannen had om een stroman in de Amsterdamse (deelraads-)politiek te sturen.

De rechtbank in Amsterdam veroordeelde hem in 1994 tot negen jaar cel. Het college achtte niet alle punten van de aanklacht (deelname aan een criminele organisatie, heroïnehandel, wapenbezit) bewezen. In hoger beroep verklaarde het gerechtshof wèl alles bewezen en legde hem twaalf jaar op. De man liet zijn zaak daarop aan de Hoge Raad voorleggen.

Dit hoogste rechtscollege bepaalde deze week dat de zaak terug moet naar de rechtbank wegens vormverzuim, waardoor de onpartijdigheid van de rechtbank op de tocht is komen te staan. Het komt er op neer dat één van de drie rechters die de zaak behandelden, ook als rechter-commissaris tijdens het vooronderzoek actief was. Weliswaar summier (hij zette op verzoek van een collega zijn handtekening onder een aantal beslissingen tot het afluisteren van telefoongesprekken), doch volgens de Hoge Raad ernstig genoeg. Het college volgde de visie van zowel de raadslieden Meijers en Jahae van de veroordeelde als de advocaat-generaal bij de Hoge Raad Machielse.

De raad bepaalde in het arrest dat de rechtbank (in Amsterdam) die de zaak gaat behandelen, rekening moet houden met de inmiddels verstreken tijd - een verdachte moet binnen een “redelijke termijn” worden berecht. Dit zou kunnen leiden tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie. Mocht het zover niet komen, dan moet de rechtbank een lagere straf opleggen dan wanneer de man binnen een redelijke termijn was berecht.

mailIcon print |