*

 
dossier

Archief

Grote farma-concerns draaien maar op een paar kassuccessen

KOOS SCHWARTZ − 05/02/98, 00:00

Het is groot feest bij de aandeelhouders van Glaxo en SmithKline Beecham. Sinds beide Britse farmagiganten hun fusieplannen bekendmaakten, zijn de koersen van de bedrijven met sprongen gestegen. Of de consument veel wijzer wordt van de fusie, is onzeker. Prijsdalingen van medicijnen liggen niet in het verschiet. Wel kan de fusie leiden tot een snellere introductie van nieuwe medicijnen.

Farma is goeie business. De bedrijfstak, en dan met name de grote en succesvolle firma's, halen rendementen waar oliemaatschappijen als Shell en Esso alleen maar van kunnen dromen. De toekomstperspectieven zijn bovendien glorieus. De vergrijzing, voor veel bedrijfstakken een probleem, is een zegen voor de farmaceutische industrie. Met de ouderdom komen de gebreken en voor gebreken zijn er medicijnen.

Dat de beurzen wild zijn van de fusieplannen van Glaxo en SmithKline Beecham, is logisch. Als twee zeer winstgevende bedrijven samensmelten, ontstaat er vrijwel zeker een bedrijf dat nog winstgevender is. Glaxo en SmithKLine mogen dan verklaard hebben dat kostenbesparing geen reden is voor de fusie, er is geen analist die dat gelooft.

Peter de Wolf, universitair hoofddocent op de faculteit bedrijfskunde van de Erasmus Universiteit, kan zich dat ook niet voorstellen. “Lonen zijn nog altijd de belangrijkste kostenpost voor farma-ondernemingen. De kans is groot dat de fusie duizenden mensen hun baan kost. Zeker op de afdelingen marketing en verkoop, die een grotere kostenpost zijn dan de research-afdelingen, zullen veel mensen verdwijnen.”

In een normale markt met voldoende concurrentie zou een fusie tussen giganten hoogstwaarschijnlijk tot lagere prijzen leiden: het fusiebedrijf kan immers efficiƫnter produceren dan de twee bedrijven afzonderlijk. Maar de markt voor geneesmiddelen is geen normale markt.

Overheden in de westerse landen proberen de laatste jaren amechtig de kosten van de gezondheidszorg (en van medicijnen) te drukken. Zo gunt de Engelse overheid de farma-concerns een vast winstpercentage op een medicijn, en kijkt het Nederlandse ministerie van volkgezondheid naar de prijzen die elders in Europa gelden: de gemiddelde prijs in die landen is de prijs die het medicijn in Nederland krijgt. Maar echt lukken wil het maar niet met die kostenreducties. Wat de overheden ook proberen, de farmafabrikanten verzinnen altijd weer iets nieuws om hun rendementen te bestendigen of verder op te krikken.

Ze slagen daar ook in, omdat de farma-markt geen normale markt is. De Wolf: “Als een bedrijf met een goed nieuw middel komt, zit de overheid in een lastig parket. Stel je voor dat er een bedrijf komt met een medicijn tegen de ziekte van Alzheimer. De overheid kan moeilijk zeggen dat dat middel te duur is, en daarom niet voor vergoeding in aanmerking komt.”

Fabrikanten kunnen de prijs van hun nieuwe middelen, waarvoor ze overigens wel grote bedragen aan onderzoek hebben moeten uitgeven, flink opschroeven. Zo af en toe rijzen er dan ook protesten tegen de prijsstelling, zoals een paar jaar geleden toen Glaxo het anti-migrainemiddel Imigran introduceerde. Dat middel werd uiteindelijk toegelaten en wordt goed verkocht. Bedrijfeconoom Henk Snier: “In wezen is er geen sprake van een markt. Een bedrijf dat een patent heeft op een medicijn, is eigenlijk monopolist. En omdat gezondheid belangrijk is, willen mensen dat product gewoon hebben. Het is dan wat de gek er voor geeft.”

Het bedrijf dat erin slaagt een nieuw middel tot een succes te maken, weet zich verzekerd van een goede toekomst. Alle grote farma-concerns draaien op een paar kassuccessen. Dat zijn producten waar zij een patent op hebben, en die zij wereldwijd verkopen. Zolang het patent geldig is, hebben de bedrijven in wezen een monopolie op een product: niemand mag het immers namaken. In die situatie zijn winstmarges van 30 tot 35 procent op een middel “makkelijk, makkelijk” te halen, zegt een analist. Hogere marges zijn zeer goed mogelijk.

Op het moment dat het patent verlopen is, is het meestal uit met de heerlijke rendementen. Andere bedrijven maken het middel dan na, maar voor een 20 tot 30 procent lagere prijs. De voormalige monopolist zal de prijzen moeten verlagen, en kan zijn rendementen alleen redelijk op peil houden als de klanten het merk trouw blijven. Da's lastig, maar niet onmogelijk. De Wolf noemt de anticonceptiepil Marvelon van Organon en het Glaxo-product Ventolin (tegen astma) als voorbeelden. “Marvelon is vertrouwd. Vrouwen switchen echt niet naar een andere pil als die wat goedkoper is.”

Hèt voorbeeld van zo'n succes is Zantac, het middel van Glaxo tegen maagzweren. Zantac alleen is, volgens ingewijden, goed voor een derde van de totale omzet, en voor meer dan een derde van de winst van Glaxo. Dat gegeven maakt het Britse bedrijf ook kwetsbaar. Binnenkort verloopt het patent. Als Glaxo dan geen nieuw kassucces heeft, is het bedrijf in last, zo ook de aandeelhouders.

De Wolf vermoedt daarom dat de fusie met SmithKline Beecham deels van defensieve aard is. “Als Glaxo het nieuwe succesnummer niet in huis heeft, zou het moeten reorganiseren. Door de fusie vindt nu ook een reorganisatie plaats. Bovendien vergroot de fusie de kans op de komst van een nieuwe klapper.”

De fusie zal niet tot prijsdalingen leiden, denken De Wolf en Snier. Woordvoerder H. Suykerbuyk van medicijnengroothandel OPG is dat met hen eens. “De overheden zijn dezelfde. Maar de meneer waarmee zij moeten onderhandelen over de prijzen, is twee keer zo groot geworden. Het fusiebedrijf vertegenwoordigt een enorme macht.” OPG is niet erg gelukkig met de krachtenbundeling. Want ook de medicijnengroothandel ziet zich geconfronteerd met een sterkere tegenspeler. Van de Europese Commisie die de fusie moet goedkeuren, verwacht Suykerbuyk weinig heil. “Brussel vindt het belangrijk dat Europa een sterke farma-tak heeft die de concurrentie met de bedrijven in de VS aan kan. De Commissie stelt dat belang boven de toename van de concurrentie in Europa.”

Geen lagere prijzen voor consumenten dus. Maar op een andere manier kan de consument wel baat hebben bij de fusie. Glaxo en SmithKline kunnen van elkaars kennis profiteren. Om hun winsten te bestendigen, zullen ze met nieuwe, innovatieve producten moeten komen. Ze zullen bovendien in staat zijn om sneller nieuwe medicijnen te ontwikkelen. Het geld hebben ze ervoor.

mailIcon print |