Met zijn Matthüus Passion heeft J. S. Bach een indrukwekkend, kosmisch drama gecreëerd. Ik gun iedereen, ook Jan Greven in diens column op de kerkpagina van 15 februari, graag zijn religieuze emoties bij het beluisteren ervan. Kritisch moeten we echter ook zijn, anders gaan de emoties met ons op de loop.
Het uitvergroten van het lijden van Jezus heeft, ook in de Matthüus Passion, een schaduwzijde: het uitvergroten van de schuld van Judas. Over diens verradersrol bestaat geen enkele historische zekerheid. Paulus schrijft in 1 Korinthe 15:5 dat Jezus na zijn dood verscheen aan 'de twaalf'. Daar hoorde Judas blijkbaar nog bij. Als Judas al dood was, zou Paulus dat toch wel geweten hebben. De evangeliën zijn van latere datum, toen de mythe-vorming over Judas op gang was gekomen.
Het kan geen toeval zijn dat het verradersaandeel in het lijdensverhaal geprojecteerd is op een discipel die Judas heette. 'Judas' is een vergrieksing van Jehudah (Juda). Judas betekent 'jood', kortgezegd. Passiespelen hebben het dramatisch effect van de judasrol vanaf de vroege Middeleeuwen uitgebuit en daardoor, met name op Goede Vrijdag, heel wat volkswoede - ook een emotie! - uitlopend op pogroms, teweeggebracht.
Ook de Matthüus Passion heeft zijn bedenkelijke passages, die jaarlijks door talloze devote luisteraars geconsumeerd worden. De aria Blute nur bevat de gedachte dat Jezus in zijn discipel Judas een slang - de duivel - aan zijn borst gekoesterd heeft. En in het meest indrukwekkende koorgedeelte uit de Passion, het Sind Blitze, sind Donner, volgend op het moment van Judas' verraad, barst een hels geweld los: “O hel, open uw vurige afgrond en verzwelg die valse verrader, het moordenaarsbloed”.
Greven ziet de lijdende Christus als een archetype in de westerse cultuur. Dat zal ook wel zo zijn, maar Judas is dat ook. Als archetype van de schuldige jood die straf verdient sluimert hij in het collectief onbewuste van de westerse mens en kan hij op ieder moment weer tot leven gewekt worden. Judas en Jezus zijn de twee uitersten van het westerse zwart-wit denken.
Bach was een kind van zijn tijd. Hij heeft dit zo nog niet kunnen zien. Voor onze tijd is een intensief leerproces nodig om bewustwording teweeg te brengen. Iemand als Chagall, zelf een jood, heeft in Jezus een universeel symbool gezien. In zijn schilderij 'De witte kruisiging' toont hij een joodse Jezus in wiens menselijk lijden het lijden van het joodse volk inbegrepen is.
Eerlijk
Het bijstellen van de beeldvorming over Judas is een moeilijke zaak, omdat het met zich meebrengt dat ook de beeldvorming over de lijdende Christus moet veranderen, dat wil zeggen tot eerlijker proporties teruggebracht moet worden. Aan de basis gebeurt dat wel, met name in gesprekskringen en leerhuizen. Maar de kerkelijke instituten zijn er nog niet aan toe om schoon schip te maken. Zij zwijgen nog steeds, in plaats van het voortouw te nemen bij het goedmaken van de aangerichte schade.
Wat nu de Matthüus Passion betreft: die moeten we blijven beluisteren, maar niet verheerlijken. Het scheppend genie van Bach kunnen we bewonderen, zonder onze ogen te sluiten voor het feit dat zijn werk ook getuigt van menselijke kortzichtigheid. Als christen was Bach een exponent van iets wat in de christelijke traditie op betreurenswaardige wijze uit de hand gelopen is.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.