*

 
dossier

Archief

Syrië scheldt op Israël, maar heeft vijanden te over

EILDERT MULDER − 04/01/97, 00:00

AMSTERDAM - Wie heeft er baat bij om op oudejaarsdag tientallen Syrische busreizigers te vermoorden? Het Syrische bewind had na twee dagen zwijgen zijn antwoord klaar: de Israëlische geheime dienst Mossad.

De Syriërs kregen applaus van een groep die beter dan wie anders weet hoe je autobussen moet laten ontploffen: de Palestijnse fundamentalistische organisatie Hamas. Hamas riep de Arabische staten op tot een “globale confrontatie” met Israël.

Of de Syriërs echt de erfvijand verdenken is onzeker. Ze hebben meer vijanden in de regio, Turkije bijvoorbeeld. Ook kan de aanslag het werk zijn van opposanten in eigen land, zoals de Moslimbroeders. Die roffelden zichzelf in november 1981 trots op de borst na de zwaarste aanslag in de Syrische geschiedenis. Een autobom doodde toen in de wijk Ezbekieh in de hoofdstad Damascus 175 mensen. Een paar maanden later vermoordde het regime zo'n tienduizend mensen in de stad Hama.

Waarschijnlijk breken de autoriteiten zich nog het hoofd erover waar ze de daders van de aanslag van oudejaarsdag echt moeten zoeken. Israël mag zolang de zwartepiet beheren. Donderdag kwam de eerste officiële bevestiging van de aanslag op de bus in het hartje van Damascus. Volgens de autoriteiten kwamen negen mensen om. Maar ooggetuigen noemen grotere aantallen. Gisteren kwamen er ook berichten over een aanslag in de kustplaats Tartoes, vlak ten noorden van Libanon. Niet alleen Hamas sprak zijn afschuw uit maar ook Israël en talloze andere landen en organisaties.

Donderdag zeiden de Syriërs dat Mossad-agenten gebruik hadden gemaakt van de oudejaarsdrukte om de bom te plaatsen op de bus in Damascus. Gisteren noemden ze ook een motief: het vredesproces de laatste doodschop verkopen en een wig drijven tussen Libanon en Syrië. Volgens Syrië had de bom in Libanon moeten ontploffen. Normaal reed de ongeluksbus tussen Damascus en de Libanese hoofdstad Beiroet. Wegens de oudejaarsdrukte was de bestemming gewijzigd en zou de bus naar de noordelijke stad Aleppo rijden.

De Syriërs halen een uitspraak aan van Oeri Loebrani, om hun beschuldiging te onderbouwen. Loebrani is de coördinator van Israëls bemoeienissen met Libanon. Na een golf van arrestaties onder Libanese maronitische christenen zei Loebrani: “Het is een vergissing te denken dat... de machten van de bezetting aan de rekening kunnen ontkomen”. Hij doelde op Syrië, dat 35 000 soldaten heeft in Libanon. De arrestaties volgden op een beschieting van een Syrische minibus in Libanon op 18 december, waarbij de chauffeur het leven liet.

Tijdens de Libanese burgeroorlog (1975 tot 1990) waren de maronieten bondgenoten van Israël. In 1990 kreeg Syrië, als beloning voor zijn deelname aan de alliantie tegen Irak, de vrije hand in Libanon. Wel bleven er contacten tussen maronieten en Israël.

In 1994 probeerden Libanese openbare aanklagers, tijdens het proces tegen de maronitische leider Samir Geagea, zelfs te bewijzen dat Israël de springstoffen had geleverd voor een moorddadige aanslag op een kerk ten noorden van Beiroet. Het doel daarvan zou zijn geweest ondermijning van de Syrische vrede in Libanon. De plegers van die aanslag, maronieten, zouden kind aan huis zijn geweest bij de Israëlische geheime dienst. Het hof veroordeelde wel Geagea voor een andere moordpartij tot levenslang, maar brandde niet zijn vingers aan de kerk en verdaagde die zaak voor onbepaalde tijd.

Vergezocht Het verband dat de Syriërs leggen tussen Loebrani's uitspraak en de aanslag in Damascus lijkt vergezocht, zeker omdat de maronitische arrestanten bijna allemaal al waren vrijgelaten. De Syrische onderzoekers zullen, in het openbaar vloekend op Israël, ook andere kanten opkijken, bijvoorbeeld naar de noordelijke buurman Turkije. Halverwege vorig jaar kwamen er uit het noorden van Syrië berichten over aanslagen, waarvan Turkije meer zou weten. Syrië en Turkije voeren een indirecte oorlog met elkaar. De belangijkste inzet is het water van de rivier de Eufraat. Turkije heeft de bovenloop van die rivier in handen, die vervolgens via Syrië en Irak naar de Perzische Golf stroomt. Turkije heeft in de bovenloop een stelstel van dammen aangelegd waarmee het de rivier geheel kan afsluiten. Verder betwisten beide landen elkaar de Turkse provincie Hatay, die volgens de Syriërs Iskenderoen heet. In 1939 gaven de Fransen, die toen nog de lakens uitdeelden in Syrië, dat gebied aan Turkije. Begin vorig jaar pompten de Turken Hatay vol met militairen. De spanningen namen toe na een verdrag voor militaire samenwerking tussen Turkije en Israël.

Syrië steunt de Koerdische guerrilla-organisatie PKK, die in het oosten van Turkije tegen het Turkse leger vecht. PKK-leider Abdullah ücalan woont in Damascus. In juni heette het dat er zowel op president Assad als op ücalan een aanslag was gepleegd. De internationale Arabische krant Al-Hayat schreef dat Syrische en Turkse militairen op elkaar hadden geschoten. Volgens de Turkse pers hadden de Syriërs inwoners van Turkstalige dorpen in het noorden van Syrië gedeporteerd naar Damascus.

Volgens de Financial Times was een bom, die op 6 mei vorig jaar ontplofte bij de havenstad Latakia, bedoeld voor president Assad. Assad zou een herdenking bijwonen van Arabische nationalisten, die in de negentiende eeuw aan Turkse galgen belandden. Op het laatste moment zei hij af.

Thuis Als Syrië voor de oplossing van de laatste terreurdaad de geschiedenis raadpleegt zou het zelfs Irak kunnen verdenken. Dat land gold in 1986 als de hoofdverdachte, toen er een serie bussen in Syrië ontplofte. Maar misschien komen de Syriërs toch dichter bij de waarheid als ze niet meteen over de grens kijken en de daders thuis zoeken.

De datum 31 december kan heel misschien een sleutel zijn. Er zijn dwepers die tegen het vieren van die dag zijn, omdat het de christelijke en niet de islamitische jaarwisseling is. Afgezien van die vergezochte mogelijkheid, Syrië is een keiharde dictatuur. Onder de oppervlakte smeult verzet. Van 1978 tot 1982 woedde er een soort burgeroorlog, waarbij de fundamentalistische Moslimbroeders probeerden Assad via terreur te vellen. Het regime bleek het moordenaarsvak beter te beheersen en smoorde de revolte in bloed. De manier waarop dat gebeurde stond er borg voor dat er vroeg of laat een nieuwe ronde zou volgen. De aanslag in Damascus kan daarvan een voorbode zijn.

mailIcon print |