- Recensie van 'Rock 'n Roll Junkie' op pagina 19. Naast de film is een gelijknamig boek verschenen van Jan Eilander. Uitg. Prometheus, Amsterdam. 251 blz. ¿ 29,90.
Jan Eilander (35), publicist en scenarioschrijver: “Voor mij was Herman Brood indertijd een eye-opener. Hij heeft mijn jeugd op zijn grondvesten doen trillen. Ik was rond mijn zeventiende nog zo'n frisse polderboer die hield van voetballen. Maar toen ik Brood één keer had zien optreden in Zwolle, moest ik er iedere week naar toe. Hij had zo'n echte junkie-band, die een originele mengeling speelde van blues en rock 'n roll. En hij was een popster die het snelle leven in de grote stad kende, een Nederlander nog wel.”
Ton van der Lee (38), producent: “Ik was negentien, toen ik verzeild raakte in de Amsterdamse kroeg Chez Nelly van Gert-Jan Dröge. Dat was eind jaren zeventig de favoriete plek van Herman Brood en zijn entourage. Meer nog dan zijn muziek zorgde zijn verschijning voor een doorbraak bij me. Ik was niet langer een lullig studentje, maar ging - net als hij - zwarte colbertjes kopen en experimenteren met drugs.”
Eilander: “Het gekke is, dat mensen van onze leeftijd bijna allemaal wel een anekdote kennen over Brood. Iedereen heeft wel iets met hem meegemaakt.”
Van der Lee: “Of maakt nog steeds iets met hem mee. Gisteren ging ik in de taxi naar het Nederlands Film Festival. Vertelde de chauffeur me dat hij Herman 's ochtends om half acht nog had gezien in het koffiehuis. Het lijkt wel of Brood drie persoonlijkheden tegelijk heeft.”
Leeft hij zo snel, dat jullie hem alleen met z'n vieren aankonden?
Van der Lee: “Zijn tempo ligt juist erg laag. Ik ben tien keer zo speedy als hij. Maar Herman is heel onvoorspelbaar. Hij leeft zo ongestructureerd, dat je hem in je eentje niet kan bijhouden. Het gebeurde wel eens dat we allemaal op verschillende plekken zaten te werken. Kwam er een telefoontje van Koos, zijn manager: 'Herman gaat zo direct een stel balletmeisjes beschilderen.' Dan moesten wij verschrikkelijk stressen om daar op tijd bij te zijn met onze camera.”
De film geeft een prachtig beeld van iemand die precies weet hoe hij goed overkomt. Maar wanneer was hij nou eens echt?
Van der Lee: “Het lastige van Herman is, dat hij altijd een rol speelt. Dat is ook zijn beroep. Hij weet zelf niet eens meer waar die rol ophoudt en de echte Herman begint. Dat is misschien wel een minpunt van hem: hij kan niet persoonlijk meer zijn.”
Eilander: “Herman is gewend om voortdurend het verschijnsel-Brood te propageren. Daar heeft hij ragfijne tactieken voor ontwikkeld. Hij zorgt voor op maat gesneden publiciteit: aan Hitkrant vertelt hij flauwekul en bij Oor gaat hij dieper op zijn wortels in.”
“Maar wij hadden een ander belang dan hij: wij wilden de mens achter het verschijnsel-Brood laten zien. Vond hij ook wel interessant, dus bereidde hij zich goed voor op het grote interview dat de hele documentaire terugkomt. Maar wat gebeurde er? Op het moment dat de camera begon te draaien, zette hij een zonnebril op. Terwijl hij net had gezegd dat hij het cliché wilde vermijden.”
“Mijn eerste vraag was dan ook: 'Wat is het clichébeeld van jou?' 'Een aan lager wal geraakte rock 'n roll-ster', zei Herman. 'Waarom zet je dan gelijk die zonnebril op?', vroeg ik. Hij had het potsierlijke van de situatie ook wel door, want op een gegeven moment ging het ding af.”
In welke scènes laat hij het meest van zichzelf zien?
Van der Lee: “Volgens mij is de scène met zijn dochter Lola real life. Anderen zeggen dat die beelden op de rand van kinderporno zitten, omdat Herman haar bij de billen pakt en zegt: 'Dit is mijn kontje'. Ik zie niet zo wat daar pornografisch aan is. Toen Herman die opmerking hoorde, zei hij trouwens: “Dat zijn jouw gedachten, niet de mijne.”
Eilander: “Ik kies voor de scène waarin wij hem vragen een lied te schrijven. Je kan zien dat hij er slecht aan toe is; het slijm loopt uit zijn mond en er zitten wondjes op zijn hoofd. Maar dan begint hij een kinderliedje te zingen - 'Er rijdt een treiiiiintje naar dromenland'....' Hij mompelt iets over de relatie met zijn vrouw. En meteen daarna zet hij een woeste variant op dat liedje in. Ik vind dat een heel mooi moment.”
Van der Lee: “Misschien was Herman bij bepaalde onderwerpen opener geweest tegen een vrouw. Met ons maakte hij een soort jongensboek. Maar ik ben bang dat Herman zich nog maar voor één dingen had geïnteresseerd: hij was ongetwijfeld een verhouding met haar begonnen.”
Eilander: “Zeker in het begin. Toen was hij helemaal van God los; woonde in achenebbisj-achtige hotels, ging naar bordelen en had steeds een ander meisje. Maar misschien was de film ook wel iets intiemer en persoonlijker geweest, met een vrouw erbij.”
Van der Lee: “Toen wij met de opnames begonnen, waren wel vier filmploegen met Herman bezig. Alleen 'Rock 'n Roll Junkie' is afgemaakt. Aanvankelijk werkten we zonder financiering. Bij alle omroepen hoorden we hetzelfde: 'Herman is toch niks meer.' Op dat moment zat hij ook op het dieptepunt van zijn carrière. Zijn huwelijk was stukgelopen en zijn vorige Wild Romance viel uit elkaar. Maar halverwege de opnames ging het persoonlijk beter met hem. Hij ging een nieuwe cd opnemen en schilderijen maken. De film won toen ook meteen aan kracht.”
Eilander: “En nu willen de omroepen onze documentaire allemaal kopen. Ik denk dat het langzaam maar zeker bij ze doordringt dat Herman een uniek verschijnsel is in de vaderlandse geschiedenis. Dankzij zijn eigen Ausdauer.”
Alle mensen die jullie over hem hebben geïnterviewd, praten aardig over hem, zelfs zijn ex-vrouw. Hebben jullie niemand kunnen vinden die kritiek op hem heeft?''
Eilander: “Harry Muskee van Cuby & the Blizzards (waar Brood in zijn beginjaren speelde - red.) ergert zich aan Hermans gekoketteer met drugs. Hij vindt dat moeilijk te rijmen met het zogenaamde ideale vaderschap. Maar Muskee wilde niet voor de camera komen, want: 'Dan ga ik allemaal vervelende dingen zeggen. En Herman is toch ook wel weer een goeie jongen.”
Van der Lee: “Hij geeft aanleiding tot conflicten, maar dat maakt hem ook interessant. Hij heeft alle aspecten in zich van een klootzak en een heilige. Gigantisch veel charme en charisma. Plus humor. In een kwartier lach je met hem evenveel als met een ander een hele dag. Ik heb me er ook over verbaasd hoe razend populair hij is. Iedere week staan er duizend achttienjarigen voor hem te juichen. En als je met hem over straat loopt, hoor je overal: 'Hé, Herman Brood.”
Eilander: “Maar er zijn ook mensen die hem maar een rare, vieze man vinden. Is-ie natuurlijk ook.”
Van der Lee: “Ik vind het toch verbijsterend dat hij na een enorme crisis is teruggekomen met beeldende kunst. Elke verzamelaar heeft tegenwoordig wel een Brood in de kelder staan. Je vraagt je bijna af wat Hermans volgende kunstje is; hij heeft zoveel talenten. Zelf praat hij daar ook zo over: 'Even een kunstje doen.' Op dit moment schrijft hij een scenario voor me. De titel heeft hij al: 'Een spoor van vernieling', maar ik moet nog zien of het afkomt.”
In de film vertelt Herman dat zijn vriendinnnen erg bezorgd zijn over zijn overmatige drank- en speedgebruik. Ze zijn allemaal bang dat hij het niet lang houdt. Wat denken jullie?
Van der Lee: “Volgens mij wordt hij negentig. Die man is onverwoestbaar. Net als zijn favoriete schrijver William Burroughs: grootgebruiker op drugsgebied, maar geestelijk zo veerkrachtig, dat hij 85 werd. Blijkbaar kunnen creatievelingen goed tegen drugs.”
Eilander: “Toch is het bizar dat Herman zulke grote hoeveelheden gif aankan. Van binnen moet hij één grote chemische fabriek zijn. Ik denk dat hij op een gegeven moment in duizend stukjes uit elkaar valt en verpulvert. En waarschijnlijk vecht de medische wetenschap dan om zijn lichaam.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.