*

 
dossier

Archief

Windowsitten met Bolkestein

WILLEM BREEDVELD − 29/01/97, 00:00

Tv-interviews met politici voegen zich meestal naar het onomschreven vereiste dat het antwoord op een gestelde vraag hooguit enkele seconden tot een halve minuut in beslag mag nemen. Anders zou de kijker, die toch al over een hoge drempel heen moet stappen om talking heads op de buis te dulden, weleens op het idee kunnen komen dat hij zijn tijd aan het verdoen is. Althans, dat vermoedt de interviewer die so wie so al geneigd is een door de wol geverfde politicus snel te kappen, teneinde te voorkomen dat die in zijn afschuwelijke jargon vervalt of schaamteloos kostbare zendtijd benut om nog eens uit leggen dat hij echt het allerbeste voorheeft met deze wereld.

Gemeten naar deze maatstaven had Paul Witteman zondag in het tv-programma Buitenhof een vlekkeloos en tot op zekere hoogte zelfs informatief interview met de fractievoorzitter van de VVD, Bolkestein. In hoog tempo passeerde Europa de revue, werd de Emu tot een gevaarlijk experiment gebombardeerd, kregen we te horen dat een Fransman als president van de Europese bank een “slechte zaak” is en voorzover de natie al dacht dat het VVD-Kamerlid Weisglas wel erg snel boze opzet had vermoed achter de goede bedoelingen van Frankrijk en Duitsland, stelde Bolkestein ons gerust: dat zou nog wel eens best mee kunnen vallen.

Meer diepgang dan dit signaleren van standpunten was bij dit moordende tempo ook niet mogelijk. Maar gaandeweg gebeurde er wel iets anders: de gezichtsbepalende figuren van de Vara en van de VVD raakten warempel verstrikt in een ouwe-jongens-krentenbrood sfeer, die de kijker ogenblikkelijk het gevoel gaf dat die twee het elkaar niet echt moeilijk zouden maken. Trouwens, waarom zouden ze ook: de heren kenden op voorhand elkaars vragen en antwoorden wel zo ongeveer en om de daardoor dreigende leegte op afstand te houden kun je inderdaad maar het beste half serieus en half plagerig met elkaar in debat gaan, zoals ook gebeurde.

Maar juist daardoor bleef een cruciale zinsnede van Bolkestein in het luchtledige hangen. Hij zei toen het over de werkgelegenheid in ons land ging: “We moeten vaststellen dat de productiviteit van tweehonderdduizend mensen niet stijgt tot het minimumloon.” Let wel, we hebben het hier niet over zieken, of arbeidsongeschikten, maar over mensen die recht van lijf en leden zijn en begiftigd met een redelijk functionerend verstand. Nochtans niet productief genoeg om het minimumloon te verdienen. Wie maakt dat uit en op grond waarvan dan wel? Belangrijker nog: wie garandeert dat ze voor minder dan het minimum wel aan een baan kunnen komen?

Ik vermoed dat Bolkestein ons voor al deze vragen met een weids gebaar naar de markt zal verwijzen. Daar wordt de prijs bepaald en voor deze tweehonderdduizend geldt: jammer, maar ze zijn domweg te duur. Om deze rammelende stelling te onderbouwen verwees Bolkestein naar Japan: daar zijn deze mensen voor minder dan het minimum wel gewoon aan het werk. Weliswaar zitten ze het grootste gedeelte van de dag achter het raam te windowsitten. Maar wat is daar tegen?

Heel veel denk ik. Bij de overheid (denk aan de conducteurs en de zorgsector) zijn tienduizenden nuttige en productieve banen voor potentiƫle windowsitters weggesaneerd en in het bedrijfsleven is het altijd nog makkelijker een 'niet-productieve' aan de kant te zetten dan een creatieve oplossing te bedenken. Ik zou Bolkestein daarom willen vragen: wat is er eigenlijk op tegen als een overheid nuttige banen schept en het bedrijfsleven stimuleert creatieve oplossingen te bedenken? Waarom de markt domweg voor deze mensen een te lage prijs laten bepalen?

Maar het rappe interview ging toen al lang over de toekomst van paars, een mogelijk premierschap van Bolkestein en/of Jorritsma, met de hartelijke groeten van het ouwe-jongens-krentenbrood-duo aan tweehonderdduizend windowsitters.

mailIcon print |