Van onze correspondent TEL AVIV - De Israëlische minister van toerisme heeft gisteren de Nederlandse ambassadeur beschuldigd van inmenging in de interne aangelegenheden van het land. Aanleiding vormde het bezoek van de ambassadeur, Como van Hellenberg Hubar, aan een klein Arabisch plaatsje nabij Haifa.
In dit plaatsje wonen Arabieren die in de oorlog van 1948 werden verjaagd uit wat nu een welvarend Israëlisch kunstenaarsdorp is. De Arabieren keerden deels echter terug, maar mochten hun huizen niet meer in. Ze vestigden zich - tijdelijk?! - niet ver van hun oude woonplaats.
Er bestaan tientallen van zulke plaatsen in Israël, alleen erkent de overheid hun bestaan niet. De reden daarvoor is dat de teruggekeerde vluchtelingen dan aanspraak zouden kunnen maken op vergoeding, zo niet terugkeer naar hun huizen.
Het gevolg van deze 'niet-erkenning' is dat deze plaatsjes als het ware niet bestaan en dus ook niet over basis-faciliteiten beschikken als riolering, wegen of elektriciteit.
De Israëlische televisie toonde gisteren dan ook beelden van “de chique ambassadeurswagen” hobbelend over een modderpad, 'de weg' naar Ein Choed.
De ambassadeur zelf, liet, hoewel in diplomatieke taal, zijn kritiek duidelijk blijken door onder meer te verwijzen naar de internationaal erkende rechten van burgers. Kennelijk schoot dat de Israëlische minister van toerisme in het verkeerde keelgat.
De Nederlandse ambassade liet gisteravond weten dat er geen sprake was van inmenging. “De ambassadeur wil zich op de hoogte stellen van alle aspecten van het land. Zo is hij ook bij het leger geweest. Ook dit bezoek valt onder die kennismaking. Bovendien zijn al tal van andere ambassadeurs in Ein Choed geweest, onder wie de Britse en de Duitse.” De Israëlische minister van toerisme was gisteravond niet voor verder commentaar bereikbaar.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.