LEEUWARDEN - Het vuurwerk ligt al klaar. Vanavond kwart na negen moet het gebeuren. Dan moet Cambuur tegen Den Bosch een uitslag hebben gerealiseerd die promotie naar de eredivisie rechtvaardigt. Zelden leek de opstap naar de hoogste voetbalklasse zo laagdrempelig als nu. Het Zaailand zal tegen middernacht volstromen en het geel-blauw zal het Leeuwarder centrum kleuren. Zo staat het in het scenario van de aanstaand kampioen van de nacompetitie, poule B.
Vooropgesteld, Cambuur moet die wedstrijd nog wel even spelen. “Laten we nou niet de huid verkopen voor we de beer geschoten hebben”, tracht trainer Han Berger het optimisme in te dammen. “Natuurlijk is Cambuur er klaar voor. Natuurlijk ga ik ook uit van promotie. Hier heb ik in de drie jaar dat ik bij Cambuur ben, naartoe gewerkt. Maar we moeten het nog wel even waarmaken.”
Als Berger slaagt in zijn missie, is dat zijn laatste kunstje bij Cambuur geweest. Althans, zo luidt het officiële verhaal. Van hem en van de club. Maar menigeen in de Friese hoofdstad hoopt op, nee, beter nog, rekent op een verlenging van Bergers bemoeienissen bij de club, de coach zelf niet uitgesloten.
Rond Bergers vertrek is een mistigheid ontstaan die slechts kan worden opgelost door volledige openheid van de betrokkenen. En juist die zwijgen, of uiten zich in mysterieuze sluiertaal. De sprekende feiten zijn de volgende. Op 20 maart liet Berger het Cambuur-bestuur weten te vertrekken. Tot dat moment was hij met de club in gesprek over de functie van technisch directeur. Daarna wisselen de versies. Hij zou op 9 maart uitsluitsel krijgen. Zegt Berger. Na 23 maart zouden de gesprekken worden afgerond. Zegt het bestuur. Ergens daartussen is het fout gegaan.
Op 20 maart was promotie naar de eredivisie nog niet aan de orde. In de maanden daarna was de relatie tussen het bestuur en zijn trainer-coach gebaseerd op stilte en kilte. Inmiddels werd Gert Kruys (ex-FC Utrecht) aangetrokken als trainer voor het komend seizoen - op advies van Berger toen hij nog dacht technisch directeur te worden. Voorts vertrekken ook assistent-trainer Niels Overweg, keeperstrainer Martin van Vianen en alledrie de bestuursleden.
Dat is allemaal een beetje veel van het slechte. De nieuwe eredivisionist heeft voor een geslaagde entree meer nodig dan lege bestuursstoelen en een trainer zonder ervaring in het betaalde voetbal. Dus zijn - in de hoop dat inkeer niet te laat komt - de betrokkenen weer aan het praten geslagen.
Dat levert slechts schimmigheid op. Voorzitter Wim Sleijfer zegt alleen: “We praten nog steeds, maar waarover laat ik in het midden.” Berger is een fractie openhartiger: “We praten weer over een technisch directeurschap, maar in principe is het te laat. Ik heb al een mondeling akkoord met een andere club.”
Zijn ambitie voor de functie van technisch directeur is echter niet minder geworden. “Ik sta al 25 jaar op het veld; ik heb de management-opleiding van de KNVB afgesloten.” Ook het Cambuur-gevoel heeft zich inmiddels als doorzeurend hartzeer in hem verankerd. “Mijn emotionele binding met deze club is groot, heel groot. Ik merk dat de toekomst van Cambuur me nu al zorgen baart. Hoe moet dat volgend jaar in de eredivisie, vraag ik me dan af. Ik heb Gert Kruys zelf aanbevolen, ik ken hem van FC Utrecht, hij is zogezegd uit de 'Berger-school', maar hij is ook onervaren.”
In principe zit de deur dicht, zegt Berger in een aflevering van 'Doet-ie het of doet-ie het niet', maar “Cambuur probeert die deur nu weer open te krijgen. Ik vind het best, maar ik wil het loskoppelen van de emotie van dit moment. Ik schuif het nu voor me uit. Eigenlijk is dit heel vervelend, het leidt me af en ik wil zo graag genieten van dit moment.”
Hij is de enige niet. Voor menige Fries moet het over een paar uur een hele mooie avond worden. Roelof Pol was elf toen hij met zijn vader en grote broer meeging om naar Cambuur (toen nog Leeuwarden) te kijken. Hij hield er een virus aan over dat 33 jaar later nog altijd niet is verdwenen. Nu is hij voorzitter van de Vriendenclub Cambuur en pr-medewerker. “Mijn Cambuur-gevoel is als eten en drinken; ik kan niet zonder. Het is een strijd tussen geest en gevoel. Het eerste wordt bepaald door mijn rol van objectieve perschef, maar als supporter laat ik mijn gevoel spreken. Ik ben thuis niet te genieten als Cambuur verloren heeft.”
Dat belooft storm in huize-Pol, want eredivisie spelen, betekent toenemende zorgen. Meer verliespartijen liggen in het vooruitzicht en ook problemen van een andere dimensie. Een voorproefje gaven AZ-supporters die, op bezoek bij Cambuur, driehonderd stoeltjes in het risicivak sloopten. Pol: “Dan zie ik dat onze supporters gaan meedoen en dat doet me pijn.” Juist Cambuur heeft, zo meent Pol, zijn supporters goed in de hand. De Vriendenclub heeft duizend leden, bij uitwedstrijden is het altijd sfeervol; normaal gesproken doen zich geen problemen voor.
Niettemin heeft ook de Leeuwarder club zijn harde kern. Pol: “Die willen niets met de Vriendenclub te maken hebben; ze vinden ons een burgerlijke oude-lullenclub, met wie ze zich niet willen identificeren. Het zijn geen lieverdjes, sommigen hebben een stadionverbod gehad. Ze willen niet met onze bussen mee, maar houden zich afzijdig.” Volgens Pol gaat het om zo'n 150 supporters tussen de dertien en twintig jaar.
Ook Cambuur-voorzitter Sleijfer realiseert zich dat de problemen van het hedendaagse voetbal in de eredivisie van een andere dimensie zijn, maar hij is optimistisch. “We zijn klaar voor de eredivisie. We hebben een uitmuntend korps stewards en na de verbouwing van het stadion zijn de risicovakken volgens de voorgeschreven normen ingericht. De openbare orde buiten het stadion is een andere zaak. Het maakt wel verschil of Feyenoord langskomt of RBC. In een excessief geval kun je straten afsluiten en sluizen bouwen met containers.”
Dat laatste heeft de voorzitter al eerder meegemaakt, toen Cambuur eredivisie speelde (1992-1994). Sleijfer: “Je loopt natuurlijk risico als je stadion tussen de huizen staat, maar het is ook schitterend in een woonwijk te zitten. Voetbal hoort in de stad.”
Er zijn ook andere zorgen. Sleijfer: “Voor de eredivisie hebben we een selectie nodig van 22, 23 man. We hebben er nu zo'n achttien, dus moeten er ten minste vier nieuwe spelers bij die meekunnen op eredivisieniveau. Harry van der Laan hadden we goed kunnen gebruiken”, zegt hij over de naar Den Bosch vertrekkende spits.
Het ligt niet voor de hand dat Cambuur net zo'n vreemdelingenlegioen wordt als Heerenveen. “We zijn niet zo weg van buitenlandse spelers”, zegt Sleijfer. “Al die exotische namen zijn alleen maar goed voor de geografische kennis van de voetbalsupporter. Cambuur is regionaal, acht spelers van de huidige selectie komen uit Friesland.”
Daarmee hoopt Cambuur zich nog iets dieper in de harten der Friezen te nestelen. “Het leeft enorm in de stad”, zeggen Sleijfer en Pol. De voorzitter voelt de betrokkenheid van de van de gemeente (“de burgemeester is één van onze drie fanatiekste supporters”) en van het bedrijfsleven. De zakenclub (5250 gulden voor twee plaatsen) telt 250 leden en daarnaast is er de middenstandsclubs van honderd leden die vaak bijdragen in natura schenken. Roelof Pol wordt warm van binnen als hij denkt aan de reacties uit de bevolking en prijst uiteraard de inzet van zijn eigen leden. “We kunnen leunen op de inzet van veel vrijwilligers.
Die staan op maandagmorgen het stadion te vegen, die verzorgen de catering voor de spelers en ze halen oud papier op, wel honderd ton per kwartaal. Dat levert nog heel wat op.” Het doet sterk denken aan de hartverwarmende liefde voor hun cluppie zoals je die wel bij korfballers aantreft. “Ik schaam me daar niet voor”, reageert Pol. “Cambuur kun je niet vergelijken met clubs als Ajax of Feyenoord. Tachtig procent draait op de inzet van vrijwilligers.” Ook met de merchandising, de bezetting van kiosken in het stadion en de organisatie van busreizen draagt de Vriendenclub bij aan de financiële gezondheid van Cambuur.
Dat is te meer nodig nu de eredivisie lonkt. Sleijfer: “Wil je nog meetellen, dan moet je eredivisie spelen. Er komt in de komende jaren een steeds grotere scheiding met de eerste divisie. Daar heb je niets meer te zoeken als je ambities hebt. Maar om in de eredivisie te blijven, moeten we nu gigantische stappen zetten. Nu kan het nog, over een paar jaar niet meer; dan is de afstand te groot.”
Hij wijst op de verzakelijking die in de afgelopen jaren heeft plaatsgevonden. “Toen ik viereneenhalf jaar geleden aantrad als voorzitter, werkte er buiten het technisch apparaat één meisje-voor-halve-dagen. Nu hebben we in in de financieel-administratief-commerciële sector tien full-timers in dienst en daarnaast zeven trainers. Voor 1 juli willen we een commercieel en een algemeen directeur aanstellen. We moeten we investeren in kwaliteit, want alleen clubs met een stevige organisatie hebben overlevingskansen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.