In juni 1992 circuleerde er in de pers een 'rampenscenario' voor Fokker. Als het bedrijf door het Duitse Dasa zou worden overgenomen, zou dat maar liefst 5000 werknemers hun baan kosten. Er werkten toen 13 500 mensen. Na de sanering met 1900 banen, die de Fokker-directie gisteren heeft aangekondigd, zijn dat er straks 8500. Het 'rampenscenario' uit '92 heeft dus een jaar na de overname al zijn beslag gekregen.
Toch zou het onjuist zijn deze ontwikkeling zonder meer op het Duitse conto te schrijven. De vliegtuigmarkt zit in een diep dal en de Fokker-directie speelt op safe. Er mogen niet meer vliegtuigen gemaakt worden dan er volgens de huidige prognoses verkocht kunnen worden en het personeelsbestand wordt daarbij aangepast. Een voorzichtige, om niet te zeggen sombere koers, waarvan de directie zegt dat ze niet anders kan vanwege het forse verlies van het bedrijf. Een redenering waar weinig tegen is in te brengen, maar waar wel een kanttekening bij te maken is.
Er is een hardnekkig verhaal dat het verlies van Fokker voor een niet gering deel veroorzaakt wordt doordat moederbedrijf Dasa een veel te hoge prijs berekent voor in Duitsland gemaakte vliegtuigrompen. Een vervelend verhaal, want het suggereert dat Nederlandse verliezen moeten zorgen voor winst van het Duitse moederbedrijf.
Nu diezelfde verliesgevendheid een zo krachtig banenverlies oplevert, moet er in elk geval op dit punt helderheid komen. Want een draagvlak, binnen het bedrijf of daarbuiten, voor saneringen van deze omvang wordt alleen gevonden als zonneklaar is dat het niet gaat om de winstgevendheid van de moeder, Dasa, maar om de werkgelegenheid op langere termijn van de dochter, Fokker.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.