Het verhaal wil dat jaren geleden er voor het Internationaal Vocalisten Concours in Den Bosch een sopraan werd aangemeld door de sovjet-ambassade. Op haar repertoire voerde zij volgens de brief onder meer een aria uit de opera 'De Hartstocht' van een componist genaamd Mattheus.
Niemand in de Bossche organisatie begreep waar dat op sloeg, maar bij aankomst werd het raadsel opgelost; zij zong 'Aus Liebe will mein Heiland sterben' van J. S. Bach uit diens 'Matthüus Passion', door een Russische vertaler aangezien voor 'De hartstocht', van Mattheus.
Blijkbaar kende Martin van Amerongen deze anekdote niet, anders had hij haar beslist opgenomen in zijn boekje 'Zijn bliksem, zijn donder', ondertitel 'Over de Mattheus Passie van Johann Sebastian Bach. (Ambo, Baarn). Veel van de 120 bladzijden zijn namelijk gevuld met zulke anekdotes en verhaaltjes, aangevuld met constateringen en typeringen van zowel musicologische als populair-theologische aard die het goed doen, ja zelfs voor diepzinnig doorgaan aan een borreltafel voor heren van stand.
De impuls tot het boek wortelt in zijn eerste kennismaking, 18 maart 1962, met de Mattheus in het Amsterdams Concertgebouw, 'zonder van God, gebod of mijn gezond verstand iets af te weten', aldus de openhartige causeur. 'Onder de gietijzeren directie van Eugen Jochum' (wat zou-ie daar mee bedoelen?) klonk het openingskoor. “Verpletterd zat ik in de parterre. Waarlijk, hier sprak Onze-Lieve-Heer in hoogst eigen Persoon, in het Duits, want Hij is tot op heden even taalvaardig als zijn huidige ambassadeur in Vaticaanstad.”
'Meeeuuu', mekkert vermaakt het aan pijp, sigaar en glaasje lurkend gezelschap in reactie op deze voor geestig gehouden formulering. Ach, denk je als nuchtere lezer, wat een bombast om interessant te willen doen. En dat pagina'slang.
Goed. Ik sla een ander boek open: 'Passie voor Bach', met de ondertitel 75 jaar Nederlandse Bachvereniging. In die toevoeging ligt de reden van de uitgave in eigen beheer. Twee 'persoonlijke' bijdragen, van Jos van Veldhoven - sinds 1983 artistiek leider/koordirigent, en van Ton Koopman vormen de inleiding.
Van Veldhoven over zìjn eerste 'Mattheus': “Via de plaatopnamen van de jaren zestig, maar ook kijkend naar de televisie-uitzendingen op Goede Vrijdag leerde ik de Matthüus-Passion kennen. De zwartwitbeelden van de uitvoeringen uit Naarden van de Nederlandse Bachvereniging onder leiding van Charles de Wolff staan nog op mijn netvlies gebrand.” Hij zat met “een beduimeld vooroorlogs klavieruittreksel op mijn schoot” voor het kleine scherm. “Hoe primitief de omstandigheden ook waren, ik hoorde dingen die ik nooit eerder in mijn leven had gehoord.”
Zonder pathos verhaalt Van Veldhoven hoe hij via een studentenkoor, een studie musicologie en koordirectie steeds dieper in Bachs passie verzeild raakte, en uiteindelijk zelf in 'Naarden' terechtkwam.
Van Amerongen beluisterde naar eigen schrijven tussen 1962 en 1997 'zo'n tweehonderd Mattheus-Passies'. Een lijdensweg, lijkt het, want hij meldt: “Daar staan naar schatting zo'n veertig Johannes-Passies tegenover. Dit betekent dat je op de aria 'Geduld, Geduld' min of meer bent uitgeluisterd, terwijl de aria 'Ach, mein Sinn' ons nog nét wakker weet te houden.”
Neen, dan Van Veldhoven, die verkneukelt zich bijkans over het feit dat hij dit jaar voor de Nederlandse Bachvereniging zowel de Markus Passie (door hem gereconstrueerd), als de Johannes, als de Mattheus zal dirigeren, in totaal veertien uitvoeringen. 'Aus Liebe' doet hij dat.
Van Amerongen evenwel sneert vooral: naar Bachs tekstdichter Picander ('opperpostcode te Leipzig'), bijvoorbeeld: “Waarna een aria volgt van een hemeltergende tekstuele kolder - het is de eerder genoemde aria 'Buss und Reu, knirscht das Sündenherz entzwei. . .'- dat het als een godswonder moet worden beschouwd dat niet een hele schare luisteraars, gelovigen en ongelovigen, zich op Goede Vrijdag schaterlachend op de knieën slaat.”
Koop dan liever de uitgave van de Bachvereniging (met de complete teksten en prachtige illustraties) waarin Albert Clement met een waaier aan cultuurhistorische aantekeningen de inhoud van de drie passies verheldert, en juist over 'Buss und Reu' duidelijk maakt waarom dat geen 'hemeltergende tekstuele kolder' inhoudt, maar een zeer genuanceerde beleving weergeeft van een gelovige op Goede Vrijdag.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.