Dit is de tweede aflevering van een serie over faillissementen in Nederland.
De slagerij opende op 1 juli vorig jaar zijn deuren, maar die zijn inmiddels alweer gesloten. Een plant met kaartje 'Veel succes met de winkel' staat nog in het verlaten interieur. Het faillissement is begin deze maand uitgesproken door de rechtbank in Den Haag. “Nee”, zegt Verhaar-Kok, “er is geen sprake van wanbeheer of iets dergelijks. De boeken waren keurig in orde. Er was gewoon te weinig omzet.”
Wim Busser van de Nederlandse Ambachtelijke Slagersorganisatie (Nas) zegt dat lokale marketing van levensbelang is voor een zelfstandige slager. Op dat gebied heeft Wesselink gefaald. De meeste mensen kopen hun vlees en vleeswaren nu eenmaal in de supermarkt en niet bij de slager.
“Vroeger kwam de klant automatisch bij de slager, nu komt hij automatisch in de supermarkt.” Dat betekent allerminst dat elke slager tot faillissement gedoemd is, zegt Busser snel. “Een slager moet zich op een goede manier weten te onderscheiden van de supermarkt. Hij moet het als een uitdaging zien om de consument te trekken.”
Daarvoor moet hij een goede lokatie kiezen, bijvoorbeeld in de buurt van een supermarkt. “Waar vroeger de komst van de supermarkt in de buurt van een zaak werd gezien als een bedreiging, is het nu een voordeel. Want de supermarkt trekt klanten. De slager moet die klanten zien over te nemen. Hij heeft direct contact met de consument. Op elke wens kan hij een antwoord hebben. Als iemand maar twee schijfjes worst als broodbeleg wil, kan hij dat leveren. Dat is een groot voordeel.”
Het pand van Wesselink ligt midden in het dorp. Aan de plek lijkt zijn faillissement dan ook niet te liggen. Maar het is hem niet gelukt klanten te trekken. Aan de telefoon meldt Wesselink dat hij wil niet praten over de redenen waarom de klanten wegbleven.
Een inwoonster van Zwammerdam kende de zaak en heeft wel een verklaring. “Hij was te duur en het vlees was niet van goede kwaliteit. Mensen brachten het geregeld terug,” weet ze te vertellen.
De failliete slager is een van de circa honderd slagersbedrijven die jaarlijks verdwijnen. Er zijn nog zo'n 7000 verkoopplaatsen van zelfstandige slagers in Nederland over. De vrij gestage daling komt overigens niet alleen door faillissementen, maar ook door het gebrek aan opvolging. De slagerij, vaak al generaties lang een familiebedrijf, sterft uit als de zoon het niet meer overneemt van de vader.
Van opvolgingsproblemen is in het geval van de 32-jarige Wesselink geen sprake. Hoe het komt dat in andere dorpen in de omgeving van Alphen aan de Rijn sommige slagerijen het wel redden? Curator Verhaar-Kok weet het niet. “De winkel ziet er goed uit, staat op een goede plaats. Het vlees is er nu natuurlijk uitgehaald, maar voor de rest kan er zo een nieuwe slager in.”
Dat moet er dan wel een zijn, die de Zwammerdammers weet te overtuigen dat ze voor vlees en vleeswaren bij hem (of haar) moeten zijn.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.