Zes pagina's gelezen van de regeringsverklaring. Omdat de schrijfstijl van het stuk mijn waarneming geheel ging beheersen, waardoor de inhoud niet meer tot mij kwam, heb ik het maar weggelegd. Toch is het knap zo te kunnen schrijven dat degenen die zo'n verklaring uitgeven, nauwelijks voorkomen als onderwerp van een zin. Bladzijdenlang deinen de lijdende voorwerpen voorbij die tot onderwerp gemaakt zijn, waarschijnlijk om het echte onderwerp, de regering, niet al te vast te pinnen op haar uitspraken.
Verbeteringen richten zich op, besef behoort, veiligheid vraagt, het financieringstekort moet. Zinnen met 'er' erin, onderwerploze zinnen, elke mogelijkheid die de Nederlandse taal biedt om afstand te creƫren tussen de regering en haar daden en plannen, is uitputtend gebruikt. Natuurlijk is het geweld op straat een zorg. Daar verschijnt gelukkig de regering wel actief als onderwerp, bij het aanpakken ervan. Maar nu blijft het echte onderwerp, de gewelddadigen, verscholen achter het tamelijk abstracte begrip geweld.
Zoals in het nieuws ook een monsterlijke oorlogsmisdaad ontdaan wordt van daders en bloed door het een voorval te noemen. Zo kan men over schurkerijen praten zonder psychisch ongemak, zonder te voelen. Dus werden in de Tweede Wereldoorlog verzetsmensen gefusilleerd in plaats van doodgeschoten, en Joden zijn weggevoerd, wat zelfs liefelijke associaties oproept met een lied: 'Hij voert mij al zachtkens naar wateren van rust'. Terwijl ze door criminelen ontvoerd zijn, en vermoord, in plaats van dat eeuwige eufemisme 'omgekomen'.
Omkomen is ook een populair woord in de verslaggeving over verkeersdoden. Men wordt niet doodgereden door hitsige hardrijders, nee, men komt om in het verkeer. Een sluwe omkering. Door degene die passief is actief te maken, krijgt het zelfs iets van 'blaming the victim'. De truc is het weglaten van degene die het ongeluk veroorzaakt, en degene die sterft tot onderwerp van de zin te maken: in het verkeer is een slachtoffer gevallen. Extra vals wordt zo'n zin door het woord slachtoffer.
Dat herinnert aan goden voor wie dagelijks iets geslacht moest worden. Het verkeer, de Verkeersgod, eist dus offers. Is er dan ook een priester die deze offers uitkiest en de hals afsnijdt? Zelfs dat niet. Ook in deze zijn de slachtoffers actief: zij vallen namelijk. Helemaal onvoorstelbaar, maar vaak geschreven, is een zin als: er vielen verkeersdoden. Men is dus dood, en gaat dan nog eens vallen. Knap van die doden. Nieuwsberichten wemelen van de zinnen met verdwenen onderwerp: 'Conflict dreigt in Afrika. Er worden troepenverplaatsingen gesignaleerd'.
Nu doe ik hetzelfde. Die nieuwsberichten wemelen natuurlijk niet uit zichzelf. Journalisten zijn te beleefd om te schrijven dat daar eenvoudig een enge bodybuilder, met drie gram hersens maar een overproductie aan testosteron, de mensen op staat te zwepen. Dat zal dan wel weer ontaarden in 'ongeregeldheden' of in dat echt knusse woordje 'schermutselingen'. Je ziet het voor je: van die blije Angolezen die met hun mutsjes zwaaien. Daarna gaat men gezellig samen baden, niet in ezelinnenmelk deze keer, maar in een 'bloedbad', want wie weet 'sneuvelt' er iemand. Ook zo'n woord dat van een aan flarden gereten lichaam heel zachtjes een geval van jammer maakt: men ligt daar wat sneu in het veld. De roverhoofdmannen, de massamoordenaars, worden ook met handschoentjes aangepakt, zij heten krijgsheren, de vertaling van warlords, bijna een adellijke titel. Daarentegen worden wolven, die geschapen zijn om levende wezens te doden, niet anders kunnen omdat ze moeten eten, nog altijd roofdieren genoemd. Maar met de mens, en zijn waarheid, kan men niet voorzichtig genoeg zijn.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.